De tijd van taboes is voorbij

Onlangs heb ik op de partijraad van Groen Links een oproep aan de voorzitters van de politieke partijen gedaan om, met het oog op de komende Tweede Kamerverkiezingen, te komen tot een soort code van politiek fatsoen voor het minderhedendebat. Een strategie om extreem-rechts de wind uit de zeilen te nemen en afspraken te maken over aard en toon van komende verkiezingscampagnes. Met het doel het noodzakelijke minderhedendebat zuiver en genuanceerd te houden.

NRC-redacteur Rob Meines geeft op de opiniepagina van 23 juni een eigen uitleg aan mijn voorstel en suggereert dat het een pleidooi is van "hulpeloosheid' van politici, die geen effectieve strategie hebben tegen extreem-rechts. Een pleidooi van angst dat neerkomt op het doodzwijgen van het probleem, teneinde lastige vragen te ontwijken. Kortom, de ontpolitisering van het minderhedenvraagstuk.

Wat is de bedoeling? Niet de discussie doodzwijgen. Niet voor niets ben ik mede-ondertekenaar van de motie-Bolkestein bij de Algemene Beschouwingen, waarin de noodzaak van het minderhedendebat werd geformuleerd. Het is van groot belang de politieke discussie te voeren. En dan niet alleen tussen de partijen, maar - en dat is wellicht nog belangrijker - ook met de eigen achterbannen en de kiezers. Want de simpele opvattingen en vooroordelen die Janmaat voortdurend de Kamer inslingert, bestaan ongetwijfeld ook in de diverse achterbannen van de politieke partijen. Om Janmaat de wind uit de zeilen te nemen is discussie met, uitleg aan en luisteren naar de eigen leden en kiezers noodzakelijk. Want laten we er niet van uitgaan dat vooroordelen daar niet bestaan. Meines heeft dus gelijk als hij stelt dat politici dat serieus moeten nemen. En natuurlijk spreekt het voor zich dat waar over oplossingen, het voorgestane beleid, verschillende meningen bestaan een debat nodig is. Kleur bekennen is meer dan ooit nodig. Geen ontpolitisering, maar juist politisering van het debat. En dat mag, sterker nog moet, een belangrijk thema worden van de verkiezingen. De tijd van taboes is inderdaad voorbij.

Wat ik wil is overleg, niet over inhoud maar over de aard en toon van dat debat. Daarover een code afspreken. En laten we niet te makkelijk concluderen dat dat in Nederland niet nodig is, of dat we dat bij de laatste Algemene Beschouwingen al hebben gedaan. Toen luidde het: op het punt van de minderheden geen politieke winst halen.

Uit de verkiezingscampagne in België kunnen we een les leren. Door de winst in de peilingen van het Vlaamse Blok voelden de grote politieke partijen zich "gedwongen' op weg naar de verkiezingsdag, steeds hardere en ongenuanceerder uitspraken over minderheden te doen, om de eigen electorale afkalving enigszins tegen te gaan.

Mijn verwijt aan Bolkestein is dat hij door welbewust bepaalde thema's op deze manier aan de orde te stellen - polygamie, de intolerantie van de islam en het naar huis sturen van criminele allochtone jongeren - niet alleen inspeelt op vooroordelen, maar daarbij ook gebruik maakt van onjuiste informatie. Daarmee schendt hij de afspraak om geen politieke winst te behalen ten koste van allochtonen.

En als dan anderen zich geroepen voelen in het vuur van een verkiezingscampagne tegen dit soort uitspraken op te gaan bieden, zal het resultaat zijn dat het door iedereen gewenste debat volkomen mislukt. Dan zijn we nog veel verder van huis.