Collor speelt hoog spel in corruptie-zaak; De bodem van de beerput is nog lang niet in zicht, maar president Collor gokt dat Brazilië hem laat aanblijven

De Braziliaanse president Fernando Collor de Mello zal dezer dagen nog wel eens weemoedig terugdenken aan de stille, rimpelloze dagen van de afgelopen VN-milieutop in Rio. Want de stoelen rondom de conferentietafel waren nog niet koud, of de beschuldigingen aan zijn adres klonken weer op volle sterkte: Collor (42), die zijn presidentschap dankt aan een verkiezingscampagne tegen de corrupte "maharadja's' binnen het staatsapparaat, zou er zelf een inner circle van corrupte vrienden op na houden, ja, hij zou daar zelf van profiteren.

Kon de president eerst nog doen of het hem koud liet, inmiddels lijkt het Planalto-paleis gegrepen door een lichte paniek. Na de jongste aantijgingen, die een verband leggen tussen de president en financiële transacties een staatshoofd onwaardig, onderbrak Collor zelfs zijn bezoek aan Argentinië en haastte zich om voor de derde maal voor de Braziliaanse televisie zijn onschuld te onderstrepen - “Ik en mijn regering hebben niets te verbergen”, zo zei hij gisteren en zwoer de resterende twee jaar van zijn presidentschap te zullen uitzitten.

Met de bodem van de beerput nog lang niet in zicht is dat hoog spel. Maar ook zonder nieuwe bewijzen van corruptie wordt de averij mogelijk al fataal. Collor, die regeert zonder meerderheid, lijkt de parlementaire gedoogsteun nu te verliezen. Ook de economie lijkt zijn vertrouwen in Collor op te zeggen. De van zichzelf al zenuwzwakke beurzen van Rio en São Paulo duikelden gisteren met respectievelijk vijftien en twaalf procent en zulke aderlatingen kan Brazilië zich niet permitteren. Het volk mort - bijna driekwart zegt te geloven dat de president schuldig is - en de invloedrijke krant Folha do São Paulo heeft in een hoofdartikel op de voorpagina gevraagd om Collors aftreden: “De maatschappij vertrouwt zijn woorden niet. Wij verwachten niets meer van hem. Niets, behalve zijn aftreden”.

Het schandaal brak uit in mei, toen Collors broer Pedro in een vraaggesprek verkondigde dat de president er een verziekte kliek op na hield, waarvan de zakenman Paulo César Farias, penningmeester van Collors verkiezingscampagne in 1989, het stralend middelpunt was. Volgens broer Pedro was "PC' erin geslaagd binnen de staat een "parallelle macht' te vestigen. Bedrijven en instellingen die in aanmerking wilden komen voor overheidssteun zouden hem en zijn stromannen vet hebben moeten betalen voor het "aanwenden van invloed'. Bovendien zou de kersverse miljonair gestolen hebben uit de verkiezingskas en zakenlieden hebben afgeperst om Collors schulden bij te passen.

Terwijl de president zelf er voorlopig het zwijgen toe deed, zette het Planalto-paleis op drie fronten de tegenaanval in. Allereerst trachtte het de deksel op de doofpot te houden door het Congres te beletten een onderzoekscommissie in te stellen. Maar dat bleek vergeefse moeite. Niet alleen kon het parlement niet achterblijven toen het openbaar ministerie een eigen onderzoek was begonnen, ook waren veel parlementsleden met het oog op de verkiezingen van komende herfst bang om door te gaan voor besluiteloos.

Ten tweede kreeg Pedro het zwaar te verduren. Waardig, maar met sublieme zielepijn op zijn gezicht vroeg de president de natie voor de televisie om vergiffenis voor zijn geesteszwakke broer, terwijl justitie intussen voorbereidingen trof voor een proces wegens belediging van het staatshoofd. Door zijn moeder werd Pedro vervolgens onterfd, na eerst ontslag gekregen te hebben als leider van het mediaconcern dat de familie Collor in hun noordoostelijke thuisprovincie Alagoas aan de macht heeft geholpen. Tegenover de onderzoekscommissie heeft Pedro inmiddels verklaard geen harde bewijzen te hebben voor de "Collor-connectie'.

De derde aanval richtte zich op PC, de voormalige dikke vriend uit Fernando's wilde jaren in Alagoas, maar die nu in het openbaar in de steek werd gelaten. “Ze gooien PC uit de arreslee voor de achtervolgende wolven”, zeiden diplomaten ten tijde van de VN-top. Het openbaar ministerie zegt inmiddels genoeg bewijzen tegen PC verzameld te hebben om hem te kunnen veroordelen.

Maar het dekselse broertje Pedro en de omhooggevallen PC lijken langzamerhand toch niet meer te zijn dan een hors d'oeuvre bij het hoofdgerecht: het antwoord op de vraag "Wat wist de president?' Het tijdschrift Isto E leek dit weekeinde de missing link gevonden te hebben. Het blad drukte een kopie af van een cheque van PC aan Collors vrouw Roseane van 3,6 miljoen gulden, die was gestort op een geheime rekening van Collors privésecretaresse. Daaruit werden tevens persoonlijke "onkosten' van de president betaald en overboekingen gedaan naar andere rekeningen van de presidentiële familie, verklaren getuigen in het blad. “Vals”, zegt de president.

De wolven komen van vele kanten naderbij. Gisteren herhaalde Luiz Octavio da Motta Veiga, oud-directeur van de Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobrás, tegenover de onderzoekscommissie zijn bewering dat PC en Collors kabinetschef (en schoonbroer) Marcos Coimbra bij herhaling druk op hem hebben uitgeoefend om de luchtvaartmaatschappij Vasp een lening van veertig miljoen dollar te geven tegen gunstige voorwaarden. Daar zou “Planalto groot belang aan hechten”, zouden de twee tegen Motta Veiga hebben gezegd.

PC heeft inmiddels toegegeven te hebben “bemiddeld” tussen Vasp en Petrobrás. Het kabinet heeft Motta Veiga - thans makelaar in koffie - aangeklaagd wegens smaad.

In de aantijgingen zit een folkloristisch element. Schandalen horen nu eenmaal bij de politiek, vinden veel Brazilianen, en zelfs de president vergeeft men graag een enkele uitglijder. Hoewel Brazilië merendeels gelooft in Collors schuld, wil slechts eenderde dat hij ook werkelijk aftreedt.

Collor weet dat. Maar er is nog een reden om aan te nemen dat zijn huidige vastberaden toon niet louter bluf is. Zijn tegenstanders in het parlement roepen weliswaar om het hardst dat “de schuldigen straf verdienen, wie ze ook zijn”, maar misschien loopt het zo'n vaart nog niet, zo kan Collor redeneren. Dit najaar moet het parlement immers met hem in de slag over de omstreden belastingwet, die de kiesdistricten veel invloed zou ontnemen en de herverkiezing van de parlementariërs in gevaar zou brengen. Het is daarom goed denkbaar dat vooruitziende parlementsleden een verzwakte Collor als president verkiezen boven de onrust die zijn vertrek zou veroorzaken.

Alternatieve kandidaten zijn namelijk niet voorhanden. Zijn vice-president Itamar Franco (62) is een obscure figuur, die verdacht wordt van heimelijke linkse sympathieën en daarom slecht valt bij het machtsblok van de militairen. Zij hebben weliswaar laten weten bij Collors eventuele vertrek “niet te zullen meewerken aan onwettige initiatieven”, maar de 21 jaar van militair bewind zijn pas drie jaar voorbij. Bij het leger ligt nog steeds een zenuw bloot en Collor is hun man.

Collor en zijn economische rechterhand Moreira staan bovendien op het punt een miljardenakkoord te sluiten met de Wereldbank, het IMF, en andere banken, dat Brazilië zou verlossen van eenderde van zijn buitenlandse schuld. Collor neemt aan dat niemand die transactie op het spel wil zetten.