Bestemming loterij-opbrengst is vrij

ROTTERDAM, 1 JULI. De controle op de besteding van loterij-opbrengsten in Nederland is vrij summier. De Wet op de Kansspelen schrijft een verdeling van de gelden voor, maar laat de vergunninghouder relatief vrij in de bestemming. Ten minste zestig procent van de opbrengst van een loterij moet worden besteed aan goede doelen - alleen voor de Staatsloterij gelden andere regels.

Dezer dagen onstond grote consternatie over de bestemming van de opbrengst van de Nationale Postcode Loterij, die ook commerciële ondernemingen bleek te steunen. GPV-fractievoorzitter Schutte vroeg vorige week in de Tweede Kamer aan staatssecretaris Kosto (justitie) of de 1,5 miljoen gulden die de Postcode Loterij in De Krant op Zondag heeft gestoken wel past binnen de criteria die gelden bij het verlenen van een kansspelvergunning. Schutte meent dat de gang van zaken het vertrouwen van deelnemers aan de loterij heeft geschaad. Zij denken immers dat ze met het kopen van een lot een maatschappelijk doel dienen.

In tegenstelling tot de meeste instellingen die geld inzamelen voor goede doelen leggen organisatoren van loterijen bij het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) in Den Haag geen verantwoording af voor de bestemming van het geld. Dit bureau, financiëel gesteund door WVC, gemeenten en bedrijfsleven, bekijkt of organisaties die fondsen werven voor charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende doelen in aanmerking voor het predikaat "steunwaardig'.

De gang naar het CBF is niet wettelijk verplicht, maar fondsenwervers kunnen er nauwelijks omheen. Organisaties die collectes willen houden krijgen daarvoor geen vergunning van de gemeente als ze geen positief advies van het CBF kunnen overleggen. Zonder zo'n verklaring is het eveneens zinloos voor een donatie bij een bedrijf aan te kloppen. Zo zorgt het CBF voor enige zelfregulering onder fondsenwervers.

Het CBF neemt zelf meestal geen initiatief, maar wacht op een verzoek tot beoordeling. Meestal komt dat verzoek van de fondsenwervers, gemeenten of bedrijven. De wervers werken over het algemeen vrijwillig mee aan deze procedure.

Bij het CBF is nog nooit een aanvraag binnengekomen om de Nationale Postcode Loterij of de Algemene Loterij Nederland te beoordelen op hun steunwaardigheid. Deze loterijen hebben dat ook niet nodig; ze organiseren geen collectes en vragen evenmin donaties.

De controle op loterijen is geregeld in de Wet op de Kansspelen. Daarin staan de criteria waaraan een organisatie moet voldoen om een loterijvergunning te krijgen. In de vergunning die de Postcode Loterij van het ministerie van justitie heeft gekregen, staat dat de netto opbrengst (minimaal 60 procent van de bruto opbrengst) in zijn geheel, overeenkomstig een door het bestuur van de stichting vast te stellen verdeelsleutel, moet worden verdeeld onder VluchtelingenWerk, Novib, Natuurmonumenten en een Fonds Bijzondere uitkeringen ten behoeve van projecten die niet door de participerende organisaties zelf kunnen worden gefinancierd. Dit Fonds (de stichting DOEN) heeft onder meer 4,2 miljoen gulden in Derde-Wereldpersbureau IPS gestoken en een 8 procents belang in De Krant op Zondag gekocht. Bovendien was de stichting van plan bijna 7 miljoen gulden te pompen in het Amerikaanse persbureau UPI. De Postcode Loterij wil door het financieel steunen van media de berichtgeving over de Derde Wereld en het milieu bevorderen.

Hoewel een loterij in wezen een fondsenwerver is, is ze niet verplicht de netto opbrengst te verdelen onder charitatieve instellingen die voldoen aan de criteria van het CBF. Daardoor was het formeel geen probleem dat de Postcode Loterij geld stak in De Krant op Zondag en het IPS, hoewel het CBF de beide commerciële organisaties zeker niet steunwaardig zou verklaren.

F.C.M. Verhaar, woordvoerder van het CBF, zegt desgevraagd dat het CBF een onderzoek naar de steunwaardigheid van de Nationale Postcode Loterij zou instellen als bij voorbeeld de Consumentenbond of het ministerie van justitie daarom vragen. Dat is tot nu toe nog niet gebeurd.

Op dit moment werkt het CBF overigens samen met de Consumentenbond aan een soort keurmerk voor steunwaardige organisaties. Daarmee kan het publiek beter worden duidelijk gemaakt welke organisaties voldoen aan de criteria van het CBF.

Rossberg wijst erop dat de problemen in Zwickau objectief bezien meevallen - de werkloosheid van 13,7 procent is ongeveer het Saksische gemiddelde - maar ze maakt zich wel zorgen over de groeiende onvrede. “De mening dat asielzoekers problemen veroorzaken voor de Duitsers is wijdverbreid. Hier nemen mensen op dit moment elke baan aan die ze maar kunnen krijgen. Argumenten als "ze pikken onze banen in' vallen hier dus in extra vruchtbare aarde. Ben ik bang.”