Ambtenaren adviseren om Emancipatieraad op te heffen

DEN HAAG, 1 JULI. Boos en verontrust is de voorzitter van de Emancipatieraad, M.J.H. (Greetje) den Ouden-Dekkers. Het was haar bekend dat een adviesgroep van ambtenaren van Sociale Zaken, Vrom, WVC, Justitie en Algemene Zaken, geleid door het ministerie van binnenlandse zaken het geheel aan adviesraden van de overheid doorlicht. Ook wist ze dat secretaris-generaal J.J. van Aartsen van Binnenlandse Zaken begin dit jaar al had gepleit voor opheffing van alle 141 adviesorganen in dit land. Maar dat er nu in ambtelijke adviezen al sprake is van opheffing van haar raad uiterlijk per 1 januari 1994 valt de voorzitter toch rauw op het dak.

“Het ging aanvankelijk om een financiële operatie die tien miljoen gulden moest opleveren”, zegt Den Ouden. “Daarover wilde ik met de heren best praten.” Den Ouden becijfert dat het terugbrengen van het (maximale) ledental van de huidige twaalf tot acht een besparing betekent van 160.000 gulden per jaar. “Met dat bedrag lever je een heel redelijke bijdrage aan de financiële doelstellingen van die adviesgroep en je doelstellingen houd je recht overeind”, betoogt zij. “Maar ik krijg de indruk dat men ook beleidsmatige voorstellen voorbereidt en dan moet die ambtelijke groep spreken met de organisaties zelf.”

Opheffing vóór 1994 is een van de adviezen van een interdepartementale ambtelijke werkgroep, die onder leiding van het ministerie van binnenlandse zaken de adviesraden van de overheid doorlicht. Vandaag beraden de secretarissen-generaal van Sociale Zaken, Vrom, WVC, Justitie, Algemene Zaken en Binnenlandse Zaken zich over de voorstellen van de ambtelijke adviesgroep, vrijdag buigt het kabinet zich over de bezuinigingen op de adviesraden. Indien de plannen met de Emancipatieraad worden doorgezet, is de kans groot dat de Raad al per 1 mei 1993 verdwijnt. Dan loopt de termijn af van de huidige Raad, die behalve voorzitter mevrouw M.J.H. den Ouden-Dekker twaalf leden telt die voor vier jaar zijn benoemd.

Tot nog toe heeft de ambtelijke groep uit tijdgebrek geen overleg gevoerd met de adviesorganen over de besparing. Vandaag stellen de secretarissen-generaal een advies op voor het kabinet. Het standpunt dat daar wordt bepaald, zal uiteindelijk worden besproken met de adviesorganen.

De verontrusting binnen de Emancipatieraad gaat verder dan de wetenschap dat de nieuwe raad die in 1993 wordt benoemd, mogelijk dus slechts zou worden ingesteld voor zeven maanden. De raadsleden hebben een zittingstermijn van vier jaar en zijn herbenoembaar voor een tweede periode. Den Ouden maakt zich vooral grote zorgen over wat er met de staf gaat gebeuren. Bij de raad - die over 17,2 volle banen beschikt - werken 24 mensen.

Naast het onderzoek van Binnenlandse Zaken heeft een groep ambtenaren van het ministerie van sociale zaken in het bijzonder gekeken naar de adviesorganen die op de begroting staan van dit departement. Behalve de Emancipatieraad zijn dat de Arbo-raad (arbeidsomstandigheden) en de Adviescommissie voor de Rijtijden. In dat stuk, van Sociale Zaken, staan volgens Den Ouden alle argumenten waarom de Raad moet blijven bestaan. “In dit rapport wordt ervan uitgegaan dat er een nieuwe Raad komt die zitting heeft van 1993 tot 1997. Dat is overigens ook de mening van de bewindslieden De Vries en Ter Veld. In die periode moet de Raad bezien of de adviesfunctie kan worden gegarandeerd via andere adviesorganen of dat het voortbestaan van een apart adviesorgaan toch de voorkeur heeft. Het vrouwenvraagstuk is geformuleerd in de jaren zeventig, op die basis is de Emancipatieraad ingesteld. Het is volstrekt normaal, nuttig en noodzakelijk dat twintig jaar na het ontstaan de vraag wordt gesteld hoe dat vrouwenvraagstuk er nu uitziet.”

De voorkeur van Den Ouden voor het behoud van de huidige situatie is duidelijk. “Onafhankelijke adviesorganen hebben een democratische waarde omdat een doorsnee van de samenleving daarin zitting heeft en ze een onafhankelijke mening laten horen zonder gebonden te zijn aan bijvoorbeeld het regeerakkoord”, licht zij toe. “De wet op de Emancipatieraad zegt dat wij tot taak hebben ook te adviseren over zaken die niet stroken met het beleid van de regering. Dat is zelf een opdracht in de wet. We komen nu in het emancipatieproces bij vraagstukken als kostwinnersvoorziening: hoe ga je de arbeid organiseren zodat mannen en vrouwen kunnen deelnemen aan die arbeid en tevens hun zorgverantwoordelijkheid kunnen waarmaken? Dan raak je aan principiële veranderingen in de maatschappij.”

Het is haar eerste periode als voorzitter. Binnen de VVD was haar gevraagd te solliciteren naar deze functie. “Naar een voorzitterschap met het vooruitzicht op opheffing van de Raad zou ik niet hebben gesolliciteerd.”