WRR: veel agrarische grond kan uit produktie

DEN HAAG, 30 JUNI. Van het huidige Europese landbouwareaal van 127 miljoen hectare kan ten minste 50 miljoen hectare worden gemist. Met het milieu als centrale doelstelling wordt zelfs 100 miljoen hectare overbodig. Het gebruik van landbouwchemicaliën en kunstmest kan tot minder dan een kwart worden teruggebracht. Dit zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het rapport "Grond voor keuzen' dat vanmorgen is gepubliceerd.

Het WRR-rapport, geschreven onder leiding van de Wageningse hoogleraar produktie-ecologie prof. R. Rabbinge, verkent de technologische grenzen van de toekomstige EG-landbouwproduktie. De niet grondgebonden landbouw, zoals de tuinbouw (op glaswol), blijft buiten beschouwing.

In de noordelijke landen kan de landbouwproduktie per hectare met 20 tot 30 procent stijgen, in de zuidelijke landen kan de produktie zelfs verviervoudigen. Afhankelijk van de doelstellingen die worden gehanteerd is meer of minder grond nodig.

Als de vrije markt zou regeren - het "Amerikaanse model' - wordt geproduceerd tegen zo laag mogelijke kosten. Milieu en sociale beperkingen tellen nauwelijks mee. Europa heeft dan aan 42 miljoen hectare landbouwgrond genoeg. In Nederland moeten de boeren zich vooral bezighouden met veeteelt en de teelt van ruwvoer (gras en snijmaïs). De agrarische werkgelegenheid loopt terug tot 5 procent in Oost-Nederland, 18 procent in Zuid-Nederland, 26 procent in West-Nederland en 36 procent in Noord-Nederland.

Als de EG de regionale werkgelegenheid prioriteit blijft geven zal het landbouwareaal desondanks teruglopen tot 76 miljoen hectare. De werkgelegenheid wordt in de EG gehalveerd. In Nederland blijft slechts 29 procent van de werkgelegenheid behouden.

Als de creatie van zoveel mogelijk natuurgebied voorop staat, zoals de commissie-De Zeeuw/Albrecht voor ogen staat, wordt het landbouwareaal zo klein mogelijk gemaakt. Er resteert dan voor de EG slechts 26,4 miljoen hectare.