WRR: landbouw moet zich op functie bezinnen

DEN HAAG, 30 JUNI. Het nieuwe EG-landbouwbeleid is net als het oude gedoemd tot mislukken. Het areaal cultuurgrond zal er niet door verminderen en omdat de produktiviteit zal stijgen ligt opnieuw overproduktie in het verschiet. Dit stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het rapport “Grond voor keuzen” dat vanmorgen is gepubliceerd.

EG-commissaris MacSharry wil, daarin gesteund door de minusters van landbouw, de huidige prijsondersteuning vervangen door directe hectare/inkomenstoeslagen. Prof. R. Rabbinge, onder wiens leiding het rapport werd geschreven, erkent dat van een doorbraak sprake is omdat bijvoorbeeld de prijs van graan in drie jaar tijd met 29 procent zal dalen. Echter, het beleid is nog steeds gericht op het instandhouden van landbouwareaal. En dat is volgens Rabbinge en de WRR “oproeien tegen de stroom”.

Boeren houden grond over en verkopen die met hulp van een premie voor bedrijfsbeëindiging aan hun buurman die na enkele jaren de produktie hervat. Het conserveren van de huidige werkgelegenheid in de landbouw komt volgens de WRR neer op het in stand houden van verborgen werkloosheid, ten koste van enorme inkomensoverdrachten.

Ook krijgen boeren geld als ze minder gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest gebruiken. De WRR vindt dit absurd omdat volgens zijn studie het gebruik van zulke milieuschadelijke stoffen ook zonder produktieverlies kan worden gereduceerd. “Voor schadeloosstelling is dus - in het algemeen - geen reden!” aldus Rabbinge c.s.

Het verstrekken van inkomenstoeslagen aan boeren kenschetst de WRR als “een communautaire bijstandsregeling”. Een toeslag die is gekoppeld aan grond is beter, mits zo'n toeslag dan ook wordt verleend aan gronden die een andere dan een agrarische bestemming krijgen. Dan wordt namelijk een basisfinanciering voor bijvoorbeeld natuurbehoud gecreëerd.

De WRR hanteert in zijn technische toekomstverkenning vier scenario's. In het vrijhandelscenario komt de landbouw voornamelijk terecht in het noordwesten van de EG. In het scenario waarin de regionale werkgelegenheid voorop staat is sprake van een gelijkmatige verdeling. Met de creatie van zoveel mogelijk natuurgebied als centrale doelstelling verschuift veel landbouw naar zuidelijke regio's (met irrigatie). Niet 3 maar 36 procent van het totale areaal kan dan beschermd natuurgebied worden. Als het weren van milieuvreemde stoffen voorop staat worden de landbouwactiviteiten wederom redelijk gespreid over de EG, met uitzondering van de Benelux en Ierland.

In alle scenario's is in Nederland de akkerbouw vrijwel verdwenen. Overigens levert die ook nu hooguit 10 procent van de totale toegevoegde waarde in de agrarische sector (de tuinbouw levert de helft, de veeteelt 40 procent). De WRR concludeert dat Nederland de beste kansen heeft in de niet-grondgebonden landbouw, met name de tuinbouw.

Voorzitter Mares van het Landbouwschap wees vanmorgen in een reactie op “het gevaar van dit getheoretiseer”. De boer heeft volgens hem juist meer grond nodig omdat hij het milieu minder wil belasten. Bovendien zal, als er landbouwgrond wordt omgezet in natuurgebied, geld nodig zijn voor het beheer. Mares: “Als het aantal boeren in de EG moet worden teruggebracht van zes naar twee miljoen, wat moet er dan met die vier miljoen mensen gebeuren?”

Eerder deze maand publiceerde ook het Centraal Planbureau een rapport over de landbouw, toegespitst op Nederland. Daarin wordt een veel rooskleuriger perspectief voor de Nederlandse landbouw geschetst. CPB-Auteur H.J.J. Stolwijk over de WRR-studie: “Dit is echt een Wagenings rapport. Men berekent dat de produktiviteit per hectare gemiddeld in de EG kan verdrievoudigen en omdat de EG-vraag niet of nauwelijks zal toenemen is er dus slechts eenderde van de arbeid en de grond nodig. Als je dan vraagt: spoort dat met de werkelijkheid, dan antwoordt de WRR: het is een kwestie van management.”

Volgens WRR-auteur Rabbinge worden echter in het CPB-rapport “huidige trends geëxtrapoleerd”. “Er is nu al een grote verborgen werkloosheid in de landbouw,” zegt hij. “Ons rapport wijst op het risico dat het beleid alleen zijn instrumenten aanpast en niet nagaat wat de doelen zijn, of moeten zijn. De lasten van dat beleid zullen dan steeds verder stijgen. Te veel land wordt nu voor agrarische doeleinden gebruiken. Wat de landbouw te veel heeft komen andere grondgebruiksvormen tekort.”