Werkgevers: steeds meer banen voor allochtonen

AMSTERDAM, 30 JUNI. Overheidsbemoeienis met de instroom van allochtonen op de arbeidsmarkt is overbodig, aldus de voorzitter van de Raad voor de Centrale Ondernemers Organisaties (RCO), A. Rinnooy Kan.

Hij zei dit gisteren in Amsterdam tijdens de conferentie "Werk voor en met minderheden'. De centrale werkgevers- en werknemersorganisaties, verenigd in de Stichting van de Arbeid, kwamen in november 1990 overeen binnen vier à vijf jaar de achterstand van de buitenlandse werknemers op de arbeidsmarkt weg te werken. Dit betekent dat extra banen moeten worden gecreëerd voor 60.000 allochtonen. Inmiddels zijn hiervan 20.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd, aldus Rinnooy Kan. Volgens een rapport van de werkgevers spant twintig procent van de bedrijven zich in voor het in dienst nemen van allochtonen.

De Tweede Kamer drong onlangs aan op strengere richtlijnen voor bedrijven ten aanzien van het in dienst nemen van allochtonen. Het kabinet diende daarop een wetsvoorstel in waarin werkgevers worden verplicht allochtone werknemers te registreren. Volgens de werkgevers is dat overbodig en wettigt hun onderzoek de verwachting dat de werkgelegenheid onder allochtonen de komende jaren aanzienlijk zal verbeteren.

Tijdens het congres maakten ABN Amro, Fokker, IBM, en de Bijenkorf bekend dat zij jaarlijks voor vijfhonderd allochtonen werkervarings- en opleidingplaatsen zullen inruimen. Zij verwachten minimaal tachtig procent van deze stagiaires uiteindelijk een baan aan te kunnen bieden.

Particuliere bedrijven en instellingen hadden eind maart 89.000 vacatures. Dat was 22.000 minder dan een jaar eerder en 45.000 minder dan eind maart 1990. Dit blijkt uit de zogenoemde vacature-enquête van het CBS. Sinds eind maart 1990 (1344.000 vacatures) vertoont het aantal vacatures een dalende tendens.