Wensen ministers stellen kabinet voor problemen

DEN HAAG, 30 JUNI. In de Trêveszaal is het kabinet Lubbers/Kok vandaag aan de besprekingen voor de derde begroting begonnen, de opmaat voor het "oogstjaar' 1994. Ter voorbereiding heeft minister Kok (financiën) gisteren zijn collega's de zogenoemde Hangpuntenbrief gestuurd, een inventarisatie van onverwachte uitgaven en nieuwe wensen van bewindslieden waarvoor nog geen geld is gevonden.

Bijvoorbeeld de wens van minister Hirsch Ballin (justitie) om volgend jaar ongeveer 120 miljoen gulden extra te besteden aan de bouw van cellen en de aanpak van de zware criminaliteit. Ook zijn collega Ritzen (onderwijs) wil dat het kabinet met geld over de brug komt, om de aanvangsalarissen van leraren te verhogen. In het voorjaar dreigden Ritzen en zijn staatssecretaris Wallage met aftreden als het kabinet daarvoor geen extra geld zou geven.

Het jaarlijkse ritueel van de begrotingsbesprekingen die culmineren in de Miljoenennota begint met de Kaderbrief die de minister van financiën in maart verstuurt. Daarin schetst hij het budgettaire kader voor de nieuwe begroting. Oorspronkelijk is deze brief bedoeld als een technische exercitie voor de boekhoudafdelingen van de departementen, maar dit jaar leidde de brief bijna tot een kabinetscrisis over de koopkracht. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau daalt de koopkracht van uitkeringsgerechtigden en mensen met een minimumloon volgend jaar met ongeveer één procent, terwijl de koopkracht van mensen met een twee keer modaal inkomen (ruim 80.000 gulden) 1,25 procent stijgt. De hoogoplopende discussie over de ontwikkeling van de koopkracht werd gesust met een brief aan de Tweede Kamer waarin het kabinet de toezegging deed dat het “zich ten uiterste wil inspannen om de koopkrachtachteruitgang geringer, respectievelijk zo gering mogelijk te doen zijn”.

In de Hangpuntenbrief schrijft Kok dat over dit onderwerp pas na het zomerreces knopen moeten worden doorgehakt. Eerst wordt de komende twee weken de uitgavenkant van de begroting vastgesteld. Vervolgens wordt in augustus de inkomstenkant (belastingen en premies) vastgesteld en de inkomensverdeling.

Dat neemt niet weg dat het kabinet de komende twee weken voor een aantal lastige problemen staat. Naast de wensen van Ritzen en Hirsch Ballin moet nog beslist worden over bezuinigingen van 1,4 miljard, een groot bedrag voor ministers die bezuinigingsmoe worden. De kans is dan ook zeer klein dat het kabinet dit jaar extra gaat bezuinigingen om de doelstelling van het financieringstekort (4,25 procent van het nationaal inkomen) te realiseren. Om dat te bereiken zou ongeveer 500 miljoen extra moeten worden omgebogen. De CDA- en PvdA-ministers zijn daartegen, mede omdat de minister van financiën voor volgend jaar mooie cijfers presenteert. De collectieve lastendruk (som van belasting- en premiedruk) komt uit op 52,8 procent van het nationaal inkomen, ruim beneden de doelstelling van 53,6. En ook de daling van het financieringstekort ligt volgend weer op schema.

Binnen het CDA is de suggestie van een "alternatieve begroting' dan ook snel in een la verdwenen. Toen het kabinet met het voorstel kwam om de BTW te verlagen, stemde de CDA-fractie daarmee in, mits het kabinet met een deugelijke financiering zou komen. Bij de begrotingsbesprekingen heeft het kabinet de BTW-verlaging als een belastingtegenvaller van 1,9 miljard gulden geïnterpreteerd en is de financiering versleuteld over alle departementen. In de ogen van de CDA-fractie geen toonbeeld van deugdelijke financiering, maar de gepresenteerde percentages van collectieve lastendruk en financieringstekort nemen de fractie de wind uit de zeilen om met een alternatief te komen.