Twintig miljard extra nodig bij raffinaderijen

DEN HAAG, 30 JUNI. De Westeuropese oliemaatschappijen zullen tot het jaar 2000 ongeveer 20 miljard dollar extra in hun raffinaderijen moeten investeren om het zwavelgehalte in rookgassen en brandstoffen drastisch terug te brengen. Dat is nodig om aan nieuwe Europese milieunormen te voldoen.

Of de olie-industrie die kosten kan terugverdienen hangt af van het toekomstige verbruik van brandstoffen door het wegverkeer, de industrie en de scheepvaart.

Dit blijkt uit een studie van het ingenieursbureau Arthur D. Little die vanmorgen in Den Haag is gepresenteerd. De studie is in opdracht van vijf Westeuropese landen, waaronder Nederland, en de Europese Commissie uitgevoerd. De Nederlandse ministeries van VROM en economische zaken hebben het bureau begeleid.

De olie-industrie in de EG investeert per decennium al 15 miljard dollar aan onderhoud en vernieuwing van de raffinaderijen. In verband met de vraag naar meer lichtere, schonere brandstoffen komt daar nog eens 2 à 2,5 miljard dollar bij. Daar bovenop komen dan de extra 20 miljard voor het verminderen van de zwaveluitstoot. De oliemaatschappijen denken zelf dat de raming van Arthur D. Little nog aan de lage kant is.

Nederland heeft in 1988 al voorstellen gelanceerd om de emissies van zwaveldioxyde (SO2) door raffinaderijen terug te brengen tot een derde van de uitstoot in 1980 en het zwavelgehalte in benzine, dieselolie, zware stookolie en andere brandstoffen fors te verminderen. In 1990 werd dit initiatief door de Franse regering ondersteund door indiening van een memorandum bij de Europese Raad van milieuministers.

EG-richtlijnen die overeenstemmen met de aanbevelingen van het rapport van Arthur D. Little zijn in 1993 te verwachten. Voor de Nederlandse raffinaderijen is de doelstelling een vermindering van de jaarlijkse zwaveluitstoot tot minder dan 36.000 ton in het jaar 2000. In 1980 bedroegen die emissies nog 126.000 ton, maar intussen is er al gewerkt aan verbetering. Het zwavelgehalte in brandstoffen moet omlaag naar ten hoogste 0,6 procent, zegt beleidsambtenaar drs. C.P.A. Dekkers van VROM. In 1980 bedroeg het gehalte nog 2 procent. Per kubieke meter rookgas wordt nu een maximum van 1000 milligram zwaveluitstoot nagestreefd; in 1980 was dat niveau nog 3.400 milligram. Van de twee grootste raffinaderijen in het Botlekgebied haalt Esso door zijn investeringsbeleid nu al 400 milligram en Shell zit nog op 1.700 milligram, maar ook deze maatschappij heeft een investeringsplan voor drastische vernieuwingen van de raffinaderij in Pernis.

Voor de Nederlandse consument zouden de scherpere normen voor het zwavelgehalte van brandstoffen betekenen dat de benzine enkele centen per liter duurder wordt. Niettemin kan de financiering voor de oliemaatschappijen een probleem opleveren, wanneer de vraag naar benzine tegelijkertijd fors zou dalen als gevolg van invoering van een nieuwe Europese milieubelasting op brandstoffen (ecotax). Het ministerie van VROM wil dit effect nader onderzoeken. Vast staat dat een prijsverhoging voor stookolie grotere afzetproblemen zou veroorzaken, waardoor de olieconcerns de noodzakelijke kosten voor reductie van het zwavelgehalte onvoldoende op deze brandstof kunnen verhalen.

Voor het ontzwavelen van brandstoffen moet in de raffinaderijen aanzienlijk meer energie worden verbruikt, waardoor de kosten per ton brandstof stijgen. Een voordelig bij-effect van het aanscherpen van de zwavel-eisen voor het milieu is dat er schonere brandstoffen ontstaan die bij verbranding minder stof, metalen en stikstofdioxyde (NOX) produceren. Maar het brandstoffenpakket verandert, want de raffinaderijen en de industrie zullen meer aardgas gaan verstoken en minder stookolie. De vraag naar lichte, zwavelarme soorten ruwe olie, zoals de Noordzee-olie die aanzienlijk duurder is dan olie uit de meeste Opec-landen, zal sterk stijgen.