President van Algerije vermoord, toestand kalm

ALGIERS, 30 JUNI. In een hagel van kogels is gisteren het Algerijnse staatshoofd, Mohamed Boudiaf, vermoord. De toestand in het land is kalm gebleven. De veiligheidsmaatregelen zijn inmiddels duidelijk verscherpt. De regeringen in de buurlanden hebben geschokt gereageerd.

Algerijes overblijvende leiders hebben meegedeeld in permanente zitting bijeen te zijn, waarschijnlijk met name om een opvolger voor Boudiaf te kiezen. Zij hebben de bevolking opgeroepen rustig te blijven. Ter onderstreping daarvan raasden voertuigen van de paramilitaire gendarmerie door de straten van Algiers.

Boudiaf (73), die in januari na 28 jaar ballingschap in Algerije terugkeerde om formeel leiding te geven aan een nieuw anti-fundamentalistisch bewind, werd doodgeschoten tijdens een toespraak in de oostelijke stad Annaba. “Wij moeten weten dat het leven van een menselijk wezen erg kort is. We gaan allemaal sterven. Waarom zouden de autoriteiten zich zozeer aan de macht vastklampen”, waren zijn laatste woorden voor hij door een explosie werd onderbroken. Op de televisie was te zien hoe de aanwezigen in de zaal op de grond doken. De volgende beelden toonden Boudiaf liggend op de grond: hij was na de explosie door een man in politie-uniform in de rug en in het hoofd geschoten. In de paniek werden ongeveer 40 mensen gewond.

Aanvankelijk deelde de het officiële persbureau APS mee dat de dader zelf ook was doodgeschoten door Boudiafs lijfwacht. Maar later maakte de Hoge Staatsraad, het collectieve presidentschap waarvan Boudiaf de voorzitter was, bekend dat “de moordenaar is gearresteerd en (dat) het huidige onderzoek zal uitwijzen wie de aanstichters van de misdaad zijn en wie hun medeplichtigen”. Sommige kranten maakten daaruit op dat er twee mannen rechtstreeks bij de moordaanslag waren betrokken.

“Wie zit achter de moord”, vroegen de kranten zich af. Verscheidene kranten gaven zelf al antwoord: islamitische extremisten. De krant Liberté wees erop dat direct na de moord in Annaba jongeren te voorschijn kwamen die scandeerden: “We sterven voor het FIS, we leven voor het FIS”. Het FIS is het inmiddels ontbonden fundamentalistische Front van Islamitische Redding dat in januari door ingrijpen van regering en leger werd afgehouden van een machtsovername via een overwinning in de algemene verkiezingen. Moslim-extremisten zijn verantwoordelijk voor een gestage reeks moorden op politiemannen, gendarmes en militairen sinds die tijd.

Verwacht wordt dat de moord het leger in staat zal stellen nog harder op te treden tegen vermoede moslim-fundamentalisten. Minister van defensie generaal Khaled Nezzar, een van de sterke mannen van het regime, sprak zondag al van een “overzoenlijke oorlog” tegen de fundamentalisten. (Reuter, AP, AFP)