Oppositie: rol sociale partners flink beperken

DEN HAAG, 30 JUNI. De Sociale Verzekeringsraad en de bedrijfsverenigingen die de werknemersverzekeringen uitvoeren, moeten worden opgeheven. De oppositiepartijen in de Tweede Kamer, VVD, D66 en Groen Links, willen zo de rol van werkgevers- en werknemersorganisaties bij de sociale zekerheid drastisch beperken evenals de invloed van de rijksoverheid.

Dit blijkt uit het gezamenlijke voorstel dat de drie partijen vanmiddag hebben gepresenteerd om tot reorganisatie van de sociale zekerheid te komen. In dit voorstel worden de bedrijfsverenigingen en de Sociale Verzekeringsraad vervangen door twee organisaties waarin vakbonden en werkgevers het niet meer voor het zeggen hebben: het Zelfstandig Bestuursorgaan Sociale Verzekering (ZBO) en de Sociale Verzekeringskamer.

De negentien bedrijfsverenigingen in Nederland voeren nu de werknemersverzekeringen - Ziektewet, WAO en Werkloosheidswet - uit, alsmede de Toeslagenwet en de volksverzekering AAW. Zij innen premies en zorgen voor de uitkeringen. Dertien bedrijfsverenigingen hebben deze werkzaamheden uitbesteed aan het GAK. Werkgevers- en werknemersorganisaties besturen de bedrijfsverenigingen gezamenlijk. De Sociale Verzekeringsraad (SVR) houdt daarop toezicht, maakt voorschriften en adviseert de regering. De sociale partners leveren 12 van de 18 leden van deze raad; de overige 6 worden aangewezen door de minister van sociale zaken. Wel is er bij de SVR sinds begin dit jaar een aparte Toezichtkamer, waarin de sociale partners de helft van de zetels bezetten.

VVD, D66 en Groen Links willen dat in het ZBO, ter vervanging van de bedrijfsverenigingen, vijf leden komen die door de Kroon worden benoemd. Werkgevers en werknemers mogen ieder één lid voordragen. Het ZBO wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen en krijgt daarvoor op contractbasis een budget van het kabinet. Ten minste één maal per jaar moet het aan de minister een rapport uitbrengen.

De taak van de Sociale Verzekeringsraad wordt in het plan van VVD, D66 en Groen Links overgenomen door een volledig onafhankelijke Sociale Verzekeringskamer die elk jaar aan regering en parlement een verslag uitbrengt over de uitvoeringsorganen.

Anders dan de bedrijfsverenigingen dient het ZBO geen onderscheid te maken naar bedrijfstak, maar naar bedrijf en moet het zich regionaal opsplitsen. Daarom moeten er vanuit het ZBO regionale besturen komen die de premies niet, zoals de bedrijfsverenigingen nu doen, per bedrijfstak vaststellen, maar per bedrijf. Bedrijven met relatief veel zieken en arbeidsongeschikten moeten hogere premies betalen. Om niet tot extreme verschillen te komen, moet het ZBO wel minimale en maximale tarieven vaststellen.

De regionale besturen mogen ook zelf beslissen hoeveel geld zij aan scholing en andere vormen van begeleiding van (ex-)werknemers willen besteden. De minister van sociale zaken krijgt daarover volgens het oppositievoorstel geen zeggenschap.

Het kabinet bereidt zelf ook al jaren een reorganisatie van de sociale zekerheid voor en wil daarvoor de huidige, uit 1952 stammende Organisatiewet Sociale Zekerheid vervangen. Dit wetsvoorstel wordt in het najaar verwacht.