Naung, naung

Ergens aan de kust in het zuiden van Portugal tussen Odemira en Lagos ligt het plaatsje Almograve. Daar ben ik een keer tijdens een zomervakantie bijna doodgevallen. Dat kwam zo.

Het sportpetje valt in de diepte, de wind is opgestoken, ik kan niets meer zien want ik krijg zand in mijn ogen. Nu steekt ook Daan zijn hand uit. Ze hebben me stevig te pakken, ik word over de rand getrokken en lig weldra veilig in het koele gras. Daantje heeft tranen in zijn ogen van de schrik. (Zo zie je maar weer eens hoe gek ze op je zijn.) “Gos, wat kun jij je aanstellen, zeg. Wat is dat nu, zo'n rotswandje.”