MOHAMED BOUDIAF (1919-1992); Democratische idealist

Na een ballingschap van 28 jaar keerde Mohamed Boudiaf, een van de zes historische leiders van het Algerijnse nationalisme, op 16 januari van dit jaar terug in zijn geboorteland om dezelfde dag nog beëdigd te worden als eerste man van het collectieve presidentschap, de Hoge Staatsraad die verder bestaat uit generaal Khaled Nezzar, Ali Chafi, Tejini Haddam en Ali Haroun. Boudiaf vertegenwoordigde in zijn persoon de idealen van het Algerijnse Bevrijdingsfront (FLN), dat aan de wieg van 's lands onafhankelijkheid stond, en hij moest de militaire machtsgreep, die een einde maakte aan het democratiseringsproces, een schijn van rechtvaardigheid geven.

Boudiaf werd in 1919 in M'sila, in het oosten van Algerije, geboren. Hij was een self-made man. Na het verlaten van de school bekleedde hij aanvankelijk een functie in het lokale bestuur van zijn geboorteplaats, waarna hij tijdens de Tweede Wereldoorlog het tot sergeant bracht bij het vrije Franse leger.

Na de oorlog identificeerde hij zich volledig met het Algerijnse streven naar onafhankelijkheid wat hem op een veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf kwam te staan. Boudiaf dook onder en sloot zich met legendarische leiders als Ben Bella en Belkassem Krim aaneen tot het beroemde comité van de "negen broeders' die op 1 november 1954 tot opstand tegen de Fransen opriep. Boudiaf was vooral belast met de contacten van de nationalisten met het buitenland.

In oktober 1956 dwong de Franse luchtmacht een vliegtuig met de top van het FLN, die terugkeerde van het bijwonen van de Marokkaanse onafhankelijkheidsviering, tot landen in Algerije en Boudiaf verdween voor zes jaar achter de Franse tralies. Het einde van de gevangenschap kwam in 1962, toen het akkoord van Evian een einde maakte aan de bloedige strijd in Algerije.

De onafhankelijkheid van Algerije leidde tot een strijd binnen de top van het regerende FLN, waarbij Boudiaf tegenover Ben Bella kwam te staan. Boudiaf trok zich bij de eerste verkiezingen, die hij ondemocratisch vond, uit het FLN terug. Een jaar later werd hij door Ben Bella gevangen gezet op beschuldiging van ondermijnende activiteiten. Na een hongerstaking kreeg hij in november van dat jaar amnestie en vestigde Boudiaf zich in Marokko.

Ook nadat Ben Bella in 1965 ten val was gebracht door kolonel Boumédienne, weigerde Boudiaf terug te keren naar zijn land. Hij werkte in Marokko als ondernemer en pleitte, vooral na de dood van Boumédienne in 1978, herhaalde malen voor de invoering van een meer-partijendemocratie.

Nadat de eerste ronde van de parlementsverkiezingen waaraan meer partijen mochten deelnemen in december 1991 tot een onverwachts grote overwinning van het radicaal-islamitische FIS hadden geleid, grepen regering en leger in januari in. Boudiaf bleek bereid om naar zijn vaderland terug te keren om de belangen van zijn volk te dienen. Bij zijn terugkeer stelde hij vast dat noch het FIS noch de FLN daartoe bereid waren gebleken. Boudiaf hoopte met zijn onbesproken staat van dienst aan een verzoening te kunnen werken die een einde zou kunnen maken aan de onoverkomelijke tegenstellingen in zijn land, een wens die hem uiteindelijk fataal is geworden.