Jeltsin probeert de leeuwen te temmen

MOSKOU, 30 JUNI. De randverschijnselen van de burgeroorlogen in Moldavië, Tadzjikistan en de Kaukasus beginnen Moskou te bereiken. Doden vallen er in de hoofdstad van het Russische rijk nog niet. Maar gevochten wordt er wel, letterlijk en vooral figuurlijk. Deze strijd om de formele macht waaiert alle kanten op. De angst voor staatsgrepen van deze én gene zijde grijpt daarom weer om zich heen. Elke partij heeft er zo haar eigen scenario voor.

Net als Michail Gorbatsjov vorig jaar, probeert ook president Jeltsin de angel daar nu uit te halen door als leeuwentemmer allerhande concessies te doen aan zijn meest geduchte tegenstanders: de krijgsmacht en het "militair-industrieel complex'. De rentree die "Sovjet-held' generaal Boris Gromov gisteren als nieuwe onderminister van defensie heeft mogen maken is daarvan de recentste illustratie. Bijna de hele top van de krijgsmacht bestaat nu uit Afghanistan-veteranen. Het beeld wordt met dat alles alleen maar troebeler.

De noodklok voor de nakende "anarchie' werd afgelopen weekeinde het meest nadrukkelijk geluid door een orgaan dat anders juist afstand probeert te bewaren: het Constitutionele Hof van Rusland. Misschien dat straks zal blijken dat het hof slechts een rol ten bate van één van de betrokken partijen heeft willen of moeten spelen. Maar met zijn dramatische verklaring van eind vorige week heeft het college wel de contouren geschetst van de toekomst van de “duizendjarige Russische staat”. “Het grondwettelijke systeem van onze staat wordt bedreigd”, aldus het hof. Er is sprake van “juridisch nihilisme”. “Verscheidene functionarissen en politieke leiders, met verschillende oriëntaties, zetten zich in voor het opzijschuiven van de grondwettelijke machtsorganen. De wetten en besluiten van president en regering worden niet uitgevoerd of ze leiden niet tot de gewenste resultaten.” “Vooral verontrustend is dat in het privatiseringsproces van de staatseigendommen grondwettelijke principes en de fundamentele rechten van de burgers worden geschonden”, concludeert het Constitutionele Hof. Daardoor “degenereert het vertrouwen van de mensen in de macht”.

Zoals het een college als dit betaamt worden in de verklaring geen nadere feiten en namen genoemd.

Pag.5: Malaise en chaos, maar Jeltsin zwijgt; Reactionairen en imperialen opeens bloedserieus genomen

Het gerechtshof heeft niettemin wel alle problemen bij de kop gepakt: de voortwoekerende corruptie, het opportunisme als 't om de rechtsstaat gaat en het cynisme in de politieke top van het land. Bovendien wordt iedereen in en rond het Kremlin impliciet aangesproken: president Jeltsin, diens vooral onderling vechtende entourage, het machteloze en dus neurotisch opererende parlement, de ambtenarij, de lokale bestuurders alsmede de justitiële en politiële autoriteiten.

Dat de corruptie als bestuurlijke systeem met de overwinning van de democraten in augustus vorig jaar niet is beëindigd, was bekend. Het begon met verhalen over ex-burgemeester Gavril Popov van Moskou, een jaar geleden nog dé ideoloog achter president Boris Jeltsin. Popov zou dollars aannemen in ruil voor concessies. Harde feiten zijn nooit op tafel gekomen maar Popov zelf heeft zwart-op-wit toegegeven dat er op het stadhuis commissiegelden geïncasseerd worden. Popov is inmiddels afgetreden en opgevolgd door zijn loco Joeri Loezjkov, die overigens eveneens in een hardnekkige kwade reuk staat.

De verhalenstroom is sindsdien niet opgedroogd. Begin deze maand bijvoorbeeld werd KGB-generaal Klisjin, hoofd van de afdeling "contraspionage' van het nieuwe Veiligheidsministerie van Rusland (MBR), plotseling op non-actief gesteld. Wegens “machtsmisbruik”, aldus de officiële verklaring. Hetgeen in het democratische Rusland, net als in de voormalige socialistische Sovjet Unie, nog altijd een ander woord is voor “corruptie”.

En afgelopen zaterdag trad minister Ella Pamfilova van sociale zaken, de enige vrouw in de regering van Jeltsin, met een noodkreet naar buiten. De nieuwe politieke elite van “corrupte geldwolven” viert volgens haar vooral feest. Spin in dat web is de chef van het presidentiële kabinet, Joeri Petrov, een voormalige kaderfunctionaris van het centraal comité die door Jeltsin als interne mannetjesmaker is overgenomen en tot nu toe ondanks alle kritiek is gehandhaafd. Ook Ella Pamfilova heeft Jeltsin, diens staatssecretaris Gennadi Boerboelis en premier Jegor Gaidar herhaaldelijk voor de demoraliserende effecten van deze cultuur gewaarschuwd. Maar zij “onderschatten” het gevaar, aldus Pamfilova zaterdag in de Komsomolskaja Pravda. Ondertussen komt er, zo klaagt ze, van de langverbeide "privatisering' van het woningbestand en de "landhervorming' nog steeds niets terecht. “Je kan het volk niet vragen de broekriem aan te halen als de macht tegelijkertijd villa's voor zichzelf bouwt en champagne toast op weelderige banketten”, concludeert ze derhalve. Ze doelt daarbij op de negentig procent van de bevolking die volgens de laatste cijfers “onder het bestaansminimum” leeft en ook nog eens dagen in de rij moet staan voor armzalige roebels omdat de banken als gevolg van de straffe monetaire politiek van premier Gaidar en de ineenstorting van de financiële infrastructuur simpelweg geen geld hebben.

Dit alles schept precies het goede klimaat voor die politieke groepen die belang denken te hebben bij chaos, variërend van dolzinnig reactionair-rechts tot gematigde imperiale krachten. Ze worden ineens weer bloedserieus genomen.

Tot een week geleden werd er bijvoorbeeld over die curieuze “nationaal-communistische coalitie” van antisemieten, tsaristen en neo-stalinisten, sinds kort door de ex-KGB'er Aleksandr Sterligov in één Russisch Nationale Vergadering samengesmeed, enigszins lacherig gedaan. Weken lang konden de "tandeloze paupers', al dan niet betaald, zoals het gerucht wil, redelijk ongestoord rondom het omroepkwartier Ostankino bivakkeren om zo zendtijd voor Sterligovs "patriottten' te eisen. Maar er gebeurde verder niets. Totdat vorige week maandagmorgen de vlam in de pan sloeg. De speciale rellenbrigade Omon besloot in te grijpen: onder leiding van hoofdcommissaris van politie Arkadij Moerasjov (een jeugdige fysisch-geograaf die driekwart jaar geleden wegens zijn verdiensten voor het democratische kamp korps-chef is geworden) werd het tentenkamp van de betogers ontmanteld. Tientallen gewonden vielen er bij de gevechten die vervolgens uitbraken.

Het boemerang-effect liet nog geen week op zich wachten. Zo heeft de Moskouse gemeenteraad vorige week als reactie op de ongeregeldheden bij Ostankino haar vertrouwen in het dagelijks bestuur van Loezjkov opgezegd. Waarop de burgemeester afgelopen vrijdag op zijn beurt heeft gedreigd de locale democratie uit te schakelen en Moskou onder direct bestuur van president Jeltsin te plaatsen. In zekere zin een vlucht naar voren omdat ook Loezjkovs eigen gemeentebestuur intern steeds meer verdeeld raakt. Tot op de dag van vandaag is bijvoorbeeld onduidelijk wie de Omon vorige week het bevel heeft gegeven om in te grijpen. Hoofdofficier van justitie Gennadi Ponomarjov in ieder geval niet. Volgens hem is het vice-president Aleksandr Roetskoj zelf geweest die het commando, in het kader van de nu noodzakelijke “revolutionaire doeltreffendheid”, heeft uitgevaardigd. Kortom, dezelfde Roetskoj die vorige week ook olie op het vuur gooide aan de zuidgrenzen van Rusland door Moldavië en Georgië met militair ingrijpen te dreigen als deze twee voormalige Sovjet-republieken zouden doorgaan met hun strijd tegen de door Russen gedomineerde Dnjestr-republiek en Zuid-Ossetië.

Formeel had hij als vice-president daartoe het recht. Maar het feit dat Roetskoj het politieke klimaat opzweepte juist op het moment dat Jeltsin nog voor zijn ontwapeningsbesprekingen in de Verenigde Staten was, heeft de indruk gewekt dat hij niet alleen begaan is met het lot van de Russen in den vreemde maar dat hij eveneens binnenlandse ambities heeft. Roetskoj is niet toevallig een van de drie oprichters van de Burgerunie, een nieuwe politieke formatie die zich tot taak heeft gesteld Jeltsins regering over te nemen.

Hun eerste succesje (de benoeming van twee vice-premiers die de radicale hervormer Jegor Gaidar in toom moeten houden, omdat zijn monetairistische beleid de zware gemilitariseerde industrie om zeep dreigt te helpen) hebben ze al binnen. “Abalkinisatie”, heet het in een verwijzing naar het roemloze einde van Gorbatsjovs hervormingsgezinde vice-premier Leonid Abalkin. Het economische hervormingsbeleid zal nu aangepast worden, alle eisen van het IMF ten spijt. Want thans is de micro-economie aan de orde, zoals Gaidar gisteravond eufemistisch zei.

De Burgerunie heeft niettemin meer pijlen op haar boog. Het gaat haar evenzeer om het behoud van het Russische rijk. De voortschrijdende dekolonisatie wordt immers in bredere kring met lede ogen aangezien. De oorlogen in Moldavië, Tadzjikistan en de Kaukasus zijn aldus bovenal een aanleiding om in eigen land harde maatregelen te eisen. De nu ontvlamde polarisatie tussen clubjes als die van Sterligov enerzijds en de laatste radicale democraten anderzijds bieden deze pleitbezorgers van het imperiale Rusland het interne alibi dat nog niet voorhanden was.

In dit vacuüm begint natuurlijk ook die kracht zich te roeren die van oudsher kan bogen op een welhaast onvoorwaardelijk prestige en dat vorig jaar augustus nog eens heeft versterkt: de krijgsmacht. In een boodschap aan al zijn officieren heeft minister van defensie generaal Pavel Gratsjov het afgelopen zaterdag zo verwoord. “Strijdmakkers! Wij kunnen niet anders handelen dan als één gezin, als een broederschap van officieren, als wapenbroeders. We zijn verenigd in liefde voor het moederland, in het geloof in zijn grootste toekomst”. Gisteren deed hij het nog eens dunnetjes over. De buiten Rusland gelegerde Russische militairen zullen niet aarzelen in te grijpen als het “leven van duizenden” dat vereist, aldus Gratsjov in speciale verklaring waarin hij zijn bezorgheid liet blijken over de toestand waarin het Rode Leger thans in de voormalige satelliet-staten van Rusland is komen te verkeren. Een signaal dat er oorlog op til is? De benoeming van de parachutisten-commandant en Afghanistan-veteraan Aleksandr Lebed (aangeprezen als “verdediger van het Witte Huis” omdat hij in augustus als een der eersten eieren voor zijn geld koos en naar Jeltsin overliep) tot bevelhebber van het Russische leger in Moldavië wijst in ieder geval niet in een andere richting.

Jeltsin zelf zou licht in deze duisternis kunnen verschaffen. Maar Jeltsin zwijgt. Als een sfinx. Hij zwijgt hardnekkiger dan Gorbatsjov ooit deed. In die zin is de politieke cultuur tien maanden na de overwinning van democratisch Rusland er slechter aan toe dan in de laatste levensfase der Sovjet Unie.