HCS maakt rare sprongen voor opties directeur

ROTTERDAM, 30 JUNI. Het wankelende automatiseringsbedrijf HCS kampt in toenemende mate met claims van ontevreden klanten, waaronder de gemeente Haarlem. Dit heeft president-directeur dr.ir. L.J.M. Nelissen vanochtend gezegd in een commentaar op de gisteren gehouden aandeelhoudersvergadering. Volgens Nelissen heeft het bedrijf nauwelijks middelen om de geplande 200 van de 1296 Nederlandse werknemers te laten afvloeien. Nelissen wil echter nog niet spreken van een naderend faillissement.

Het bedrijf is naar de strafbank van de beurs verwezen, wegens een negatief eigen vermogen van bijna een kwart miljard gulden. Nelissen heeft nog hoop dat hij het bedrijf kan openhouden door in snel tempo bedrijven af te stoten. “Daarbij spreek ik niet over gezond of ongezond”, aldus Nelissen.

Op de aandeelhoudersvergadering kwam een buitengewoon onfris spel aan het licht dat over de hoofden van de duizenden werknemers en de kleine aandeelhouders is gespeeld. Een spel waarin de directeur die de opkomst en bijna-ondergang van HCS meemaakte, E.P. van den Boogaard, paardenhandelaar L.N. Melchior en "bedrijvendokter' J.A.J. van den Nieuwenhuyzen een hoofdrol speelden.

Volgens Nelissen is Van den Boogaard, die al in februari van zijn uitvoerende taak bij HCS werd ontheven, in maart op staande voet ontslagen. “Toen we hoorden van een optieregeling voor de heer Van den Boogaard hebben de commissarissen hem op staande voet ontslagen,” aldus Nelissen.

Van den Boogaard vecht het ontslag aan en wil 1,5 miljoen gulden aan afvloeiingspremie. Zijn advocaat mr.J.F. van Vlijmen van Caron & Stevens zegt te willen voorkomen dat Van den Boogaard als "Kop van Jut' fungeert en heeft opening van zaken gegeven over een geheime optieregeling.

Het spel voert terug tot 1988 toen Kuijten, de grote man die tientallen miljoenen guldens aan HCS verdiende, in Van den Boogaard de nieuwe president-directeur vond. Hij moest de opgeklopte verwachtingen van een bonte bedrijvenverzameling gaan waarmaken. Van den Boogaard haalde echter niet voor niets de kastanjes uit het vuur. Hij kreeg 300.000 opties van 10 gulden die toen een waarde vertegenwoordigden van 2,1 miljoen gulden. Deze opties werden niet in de jaarverslagen 1990 en 1991 gemeld. De aandeelhouders zouden kunnen gaan sputteren.

Pas in 1990 beloten de commissarissen de opties "weg te werken' via Robeco's effectenmakelaar Mulco. De winst van 2,5 miljoen gulden zou dan naar Van den Boogaard gaan. Mulco ging er van uit dat paardenhandelaar L.N. Melchior de aandelen zou kopen. Melchior stelde echter eisen aan de financiering van het Amerikaanse blok aan het been van HCS, dochtermaatschappij Savin. Daaraan kon HCS niet voldoen en HCS kon Melchior ook niet houden aan de belofte omdat hij nodig kon zijn voor aanvullende financiering. De HCS-commissarissen zeiden later dat zij zich door Melchior "gechanteerd' voelden.

Ondertussen zat Mulco met de aandelen HCS in de maag. Daarop schoof HCS, zelf eigenlijk overgefinancierd, Mulco 10 miljoen gulden toe in onderpand. De problemen bij HCS namen in 1991 in snel tempo toe en om Van den Boogaards geld te redden, moest het concern steeds vreemdere sprongen maken. Van den Nieuwenhuyzen werd als nieuwe aandeelhouder binnengehaald. Die wilde alleen de aandelen overnemen wanneer hij de best renderende divisie industriële automatisering van HCS zou kunnen overnemen plus een winstgarantie van 11,5 miljoen gulden.

Het werd de commissarissen kennelijk te gortig en zij staken voor de transactie een stokje. Daaraan hing echter een duur prijskaartje: HCS betaalde Van den Nieuwenhuyzen 11 miljoen gulden. Wanneer HCS toen failliet zou zijn gegaan, zou ongetwijfeld de vraag naar voren zijn gekomen of deze uitkering niet paulianeus - het onrechtmatig benadelen van andere crediteuren in een faillissement - zou zijn geweest.