Göbels spiervezels moeten zwellen met oog op Spelen

ROTTERDAM, 30 JUNI. Frans Göbel, olympisch skiffeur, wordt geplaagd door onzekerheid en opgezwollen spiervezels.

De oude meester bereidt zich voor op de olympische regatta van Barcelona op voor hem ongewone wijze. “Ik doe dingen die ik altijd verafschuwd heb”, zegt de roeier. Over vier weken zal de 75 kilo zware arts op het meer van Bagnoles tot het uiterste van zijn kunnen moeten gaan. Hij krijgt daar roeiers van 20 tot 30 kilo zwaarder in zijn vaarwater, zoals de Duitse olympisch en wereldkampioen Thomas Lange. Het is een nieuwe wereld voor hem, al heeft Göbel al veel nationale successen in het zware roeien op zijn ereliijst staan.

Göbel is tweevoudig wereldkampioen in de lichte skiff. Op de Olympische Spelen wordt echter niet geroeid op dit onderdeel. Om aan de zware skiff, die wel op het programma staat, mee te kunnen te doen diende hij in gewicht te nemen. “Vroeger wist ik precies wat iedere tegenstander deed en kon doen”, vertelt Göbel. “Maar in het zware veld gebeurt zoveel meer in de wedstrijd. De roeiers zijn sterker en altijd onberekenbaar. Ik moet in de race voortdurend keuzes maken over aanvallen en verdedigen. Daar heb ik nog veel moeite mee.”

Het is niet het belangrijkste probleem voor de skiffeur. Op internationale wedstrijden houdt Göbel vaak lang stand tussen de roeiende reuzen, om steevast in de eindsprint voorbijgestreefd te worden. Een kwestie van kracht en techniek, maar ook van zelfvertrouwen. Op de Duitse Hügel Regatta in mei kreeg de Nederlander een pak slaag van Pertti Karpinnen, de Fin die met drie olympische skifftitels geschiedenis schreef. “De angst voor de eindsprint van zo'n lang lijf wordt selffulfilling. Ik laat me nog steeds imponeren. Vroeger maakte ik gebruik van de angst van anderen. Nu ben ik het die zich laat uitbuiten. Zo gaat dat in de sport.”

Afgelopen zondag onderbrak Göbel zijn training voor de race om de Hollandbeker. Na de start zat hij “meteen in de enorme golven van Chalupa”. De Tsjechische skiff-gigant, Vaclav Chalupa, is een medaillekandidaat voor Barcelona en nu ook houder van de Hollandbeker. Göbel finishte als derde. Toch putte Göbel enige geruststelling uit zijn race. “Ik was bang dat ik tegen overtraining aanzat. Maar ik voelde zelfs een beetje verbetering in mijn roeien.”

Göbel bezoekt tweemaal een sportschool. Daar verricht hij krachttraining “tot flink maximaal”. “Ik heb niet vaak zo zwaar en gericht getraind”, zegt Göbel. “Voor het roeien is die krachttraining nu nog slecht. Ik ben stijf, ik zit vol afvalstoffen en mijn spiervezels zijn gezwollen.”

Behalve de halters wordt ook de roeitechniek van Göbel aangepakt. Zijn vloeiende roeihaling moet meer kracht gaan herbergen. “Ik zoek van nature het ritme op waarin ik het minst moe word. Roeien is geen krachtsport, maar een elegante beweging. Ik roei op souplesse. Ik geloof in het idee van het draaiende wiel van een fiets die op zijn kop staat. Om dat gaande te houden, geef je steeds een klein tikje. Zo loopt de boot ook. Nu moet ik leren hardere tikjes te geven. Daarvoor doe ik de dingen die ik altijd verafschuwd heb.”

Extra kracht alleen levert Göbel nog geen extra snelheid op. Het geheim van de eindsprint ligt in het overbrengen van de kracht op de riem. Op advies van bondscoach René Mijnders roeit Göbel zijn trainingen op de Bosbaan nu in een laag tempo. “Ik moet meer spiervezels per haal gebruiken. Ik heb het gevoel dat ik druk en trek. Elke haal wordt Monica Seles-achtig.”

De stuwing moet vooral uit Göbels gespierde benen en rug komen. “In mijn sprint is een fout patroon geslopen. Ik concentreer me steeds op de eindhaal met de armen. Dat is juist het meest efficiënte stukje van de haal. Het kost me veel moeite dat te veranderen. Een eindsprint is een reflex. Het komt niet van de hersenschors af, maar via het ruggemerg.”

In het gevecht met de olympische roeikolossen meent de ervaren Göbel niet kansloos te zijn. “De kans op een finaleplaats of zelfs een medaille is klein, maar hij is er wel voor een outsider. Ik ben het Denemarken van het roeien.”

Göbel resten nog vier weken en hij wil nog veel aan zijn roeien veranderen. De Hollandbeker had hij daar niet meer voor nodig. “Ik ben altijd iemand geweest die ook bij het rondje om de kerk hard gaat. Maar dit jaar kan ik me voor sommige wedstrijden maar moeilijk motiveren. Straks moet ik op de Spelen tegen roeiers als Thomas Lange.”