Geweld steekt elke keer weer de kop op; "Geloofwaardigheid hangt af van strijd tegen corruptie'; "Boudiaf was de duivel in eigen persoon'

Is de moord op de voorzitter van de Algerijnse Hoge Staatsraad, Mohamed Boudiaf, iets anders dan de voortzetting van de gestage reeks moordaanslagen door moslim-extremisten die dit jaar al meer dan 100 politiemannen, gendarmes en militairen het leven heeft gekost?

Het staat nog niet vast dat fundamentalisten achter de moord op Boudiaf zitten. Deskundigen wezen er gisteren op dat Boudiaf ook presideerde over een campagne om de welig tierende corruptie in leidende kringen, met inbegrip van het leger, uit te wieden: “Onze geloofwaardigheid hangt geheel af van onze strijd tegen de corruptie”, zei hij vorige maand. Aan de andere kant heeft deze strijd nog niet veel opgeleverd, en generaal Mostefa Belloucef, de ex-stafchef van de strijdkrachten die van fraude ter waarde van 7 miljoen dollar wordt beschuldigd, loopt nog vrij rond.

Ook wordt wel gewezen in de richting van de vroegere eenheidspartij, het Front van Nationale Redding (FLN), waarvan hij een van de historische leiders was maar waarbinnen hij nu als een verrader wordt beschouwd die zich voor het karretje van het leger heeft laten spannen. De laatste tijd gingen geruchten dat Boudiaf van plan was het FLN te ontbinden om ruimte te maken voor zijn eigen Patriottische Bijeenkomst. Maar die geruchten zijn tegengesproken, en bovendien: Boudiaf was geen machthebber, hij was een gezicht, het rechtschapen gezicht van de werkelijke militaire en civiele leiders.

Maar wel een anti-fundamentalistisch gezicht, want Boudiaf moest niets hebben van moslim-fundamentalisme, “de zogenaamde islamitische stromingen of de chauvinistische en isolationistische partijen”, en in de toespraken die hij her en der in het land hield, liet hij daarover geen twijfel bestaan. Daarom was hij natuurlijk een uitgelezen doel voor de extremisten die sinds leger en regering begin januari verhinderden dat het Front van Islamitische Redding (FIS) door middel van verkiezingen aan de macht kwam en een islamitische staat inrichtte, elke dag wel ergens in het land een aanslag plegen.

Een dergelijk duister fundamentalistisch groepje had zojuist aangekondigd “duizend politiemannen, gendarmes en overheidspersonen te zullen afslachten” ter gelegenheid van het proces tegen de vroegere FIS-topleiders Abassi Madani en Ali Belhadj en vijf medestanders, die van gewapende opstand tegen de staat worden beschuldigd en de doodstraf kunnen krijgen. Een poging een van de rechters te ontvoeren was net mislukt. Het proces zelf werd zaterdag overigens tot 12 juli verdaagd, nadat de verdediging was weggelopen uit protest tegen vermeende onregelmatigheden en tegen het weren van buitenlandse pers en waarnemers.

Uit een zeldzaam vraaggesprek in de krant El-Moudjahid met generaal Khaled Nezzar, lid van de Hoge Staatsraad en minister van defensie, bleek dit weekeinde al hoeveel zorgen de Algerijnse leiding zich over de doorwoekerende moorden en andere aanslagen maakte. Nezzar, met minister van binnenlandse zaken Larbi Belkheri onder de sterke mannen van het regime, verklaarde de fundamentalisten de oorlog. “Tot hen die hun handen hebben vuilgemaakt met het bloed van de verdedigers van het gezag zeg ik dat een onverzoenlijke oorlog tegen hen zal worden gevoerd tot hun totale vernietiging.”

De autoriteiten hebben al hun uiterste best gedaan het probleem aan te pakken door het FIS, het zelf-verklaarde geweten van de natie, te verstikken. Ze hebben de noodtoestand afgekondigd en het FIS onthoofd en ontbonden. Duizenden (vermeende) moslim-extremisten zijn gevangen gezet in kampen in de woestijn, enkelen zijn berecht en ter dood veroordeeld en het is verboden politiek te bedrijven in de moskeeën, waarvan trouwen de meeste onder staatstoezicht zijn geplaatst. Maar dat heeft eerder tot een verdere radicalisering geleid en het geweld steekt elke keer weer de kop op van de zijde van bijna ongrijpbare groepjes extremisten. En ook de nu verwachte verharding van het optreden van het gezag zal daarin geen verandering brengen.

Deze groepjes zijn zo ongrijpbaar omdat ze min of meer zelfstandig handelen, al zijn hun doelstellingen wel degelijk die van het (ex-)FIS: een islamitische staat, hoe dan ook. Het FIS op zijn beurt heeft zich nooit daadwerkelijk voor hun acties verantwoordelijk gesteld, of expliciet daartoe opgeroepen. Maar het heeft altijd alle begrip ervoor opgebracht, zoveel begrip dat het op een aansporing neerkwam.

Veel van dit politieke geweld is het werk van de zogeheten "Afghanen', koelbloedige moordenaars die als vrijwilligers in de Afghaanse oorlog hun opleiding hebben gehad. "Tayeb de Afghaan' is een beruchte bendeleider, en de autoriteiten hebben al verscheidene malen grootscheepse, bloedige legeroperaties georganiseerd om hem te pakken te krijgen. Ze hebben daarbij niet nagelaten hem met het FIS in verband te brengen, in een poging het FIS zo in diskrediet te brengen.

De moordenaar van Boudiaf droeg het uniform van een elite-politie-eenheid: dat kan hij hebben gehuurd of gestolen. Maar er zijn ook voortdurende berichten over fundamentalistische sympathieën in de strijdkrachten, waar het "groene virus' zijn werk zou doen. Van de ongeveer 125.000 militairen zijn er 70.000 dienstplichtigen, en waarom zou de leer die bij hun niet-militaire leeftijdsgenoten zo blijkt aan te slaan hen niet aanstaan?

Minister Belkheri ontkende eerder deze maand tegenover de krant Al-Kuwait dat er sprake was van grootschalige deserties onder legerpersoneel, waarover al geruime tijd geruchten de ronde deden. Maar dat er soldaten waren gedeserteerd en ondergedoken, sprak hij niet tegen, al verzekerde hij dat dezen nu waren uitgeschakeld. Ook erkende hij gevallen van wapendiefstal uit de kazernes. Belkheri bezwoer tegelijk dat de veiligheidssituatie in het land onder controle was en dat de extremisten in het defensief waren.

In de volkswijk Bab el-Oued in de Algerijnse hoofdstad verwelkomden jongeren gisteren de moord op hun staatshoofd. Vandaag sierden nieuwe leuzen de muren: “Boudiaf was de duivel in eigen persoon”, “De Goddelijke gerechtigheid heeft haar beloop gekregen”. Het bewees dat er sinds het begin van het jaar niets wezenlijks in Algerije was veranderd. Voor de jonge werklozen die de ruggegraat van het FIS vormen heeft de regering nog niet veel verbeterd - de eindeloos aangekondigde sanering van de economie zal eerder nog meer banen kosten. En wie was Boudiaf trouwens voor hen? Niet meer dan een man die na jarenlange ballingschap in het buitenland terugkeerde om toe te zien op de ontmanteling van hun partij, op de uitschakeling van hun helden. “Als ik een wapen had, zou ik hem doodschieten”, zei een Algerijnse handelaar bij Boudiafs terugkeer. “Hoe durven ze ons deze man op te leggen na onze verkiezingsoverwinning?”