Export en begrotingstekort zijn de groeimotoren

De Franse handelsbalans werd in mei, voor de vijfde achtereenvolgende maand, met een overschot (van 2,9 miljard franc) afgesloten. Sinds het begin van dit jaar bedraagt het overschot op de Franse handelsbalans 17,9 miljard franc. Er lijkt sprake van een fundamentele omslag: de eerste vijf maanden van 1991 had Frankrijk een tekort van 30,2 miljard franc. Gerekend over de laatste twaalf maanden bedraagt het overschot 9,4 miljard. “Het beste resultaat van de laatste twintig jaar”, meldde het Franse ministerie van Economie en financiën.

In 1991 was het handelstekort gemiddeld acht miljard franc per maand, in 1990 zelfs 10 miljard franc. De ommekeer manifesteert zich voornamelijk in de sector industriële produkten.

Een half jaar voor de uniforme markt in de Europese Gemeenschap in werking treedt, lijkt Frankrijk zich een krachtige positie te hebben verworven. In het handelsverkeer met de overige EG-landen boekte Frankrijk in mei een overschot van 4,3 miljard franc. De handel met de Verenigde Staten vertoont nog steeds een tekort (2,7 miljard franc in mei). De Franse minister van Industrie en buitenlandse handel, Dominique Strauss-Kahn, onthield zich niettemin van elk triomfalisme toen hij deze cijfers presenteerde. Hij zei tevreden te zijn als het jaar 1992 met een “klein overschot kan worden afgesloten”.

De positieve statistieken hebben namelijk een belangrijke keerzijde. Het overschot is voor een belangrijk deel een gevolg van lagere importen (3,2 procent ten opzichte van april), vooral aan machines (2 procent lager dan in de overeenkomstige vijf maanden van 1991). Dat betekent dat er in Frankrijk weinig wordt geïnvesteerd, aldus Strauss-Kahn. Weliswaar is er sprake van dat produkten "made in France' een groter marktaandeel hebben verworven - het Franse aandeel in de industriële export van alle landen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is sinds het begin van de jaren tachtig met 2 procent toegenomen. Tegelijkertijd is het grote handelsoverschot het gevolg van een zwakke binnenlandse vraag naar investeringsgoederen en duurzame consumptiegoederen.

De export en de overheidsuitgaven (het tekort op de Franse begroting bedraagt 135 miljard franc) zijn de enige motoren in de Franse economie die volop draaien. De binnenlandse consumptie die vorig jaar met 3,7 procent daalde, blijft zwak. De zgn. hypermarkten (grote supermarkten) zagen hun omzet in maart zelfs met 5 procent dalen. Over het eerste halfjaar wordt een omzetstijging van drie procent verwacht, wat rekening houdend met de inflatie (ca. 2,6 procent), nul-groei in termen van volume betekent. De grote winkelketens hebben hun hoop dat nog dit jaar een economische opleving komt, opgegeven. Hetzelfde geldt voor de industrie waar de produktie in april en mei niet hoger was dan die in het eerste kwartaal, met uitzondering van de autoindustrie waar de produktie volgens de laatste peiling van het Franse instituut voor de statistiek (INSEE) “gevoelig is gestegen”.

De economische groei zal volgens Franse economische deskundigen dit jaar 2,1 procent en in 1993 2,6 procent bedragen. De zwakke groei zal weinig soelaas bieden bij de bestrijding van de werkloosheid, die dit jaar en volgend jaar volgens de OESO op 9,8 procent (bijna drie miljoen mensen) gehandhaafd blijft. Door de hoge rentetarieven (ruim 9 procent) zullen de investeringen in het bedrijfsleven dit jaar dalen ten opzichte van vorig jaar en pas in 1993 aantrekken, aldus de experts verenigd in AFEDE, de vereniging van economen die in het bedrijfsleven werkzaam zijn. Daarbij dient bedacht te worden dat alle conjuctuurverwachtingen uitgaan van twee factoren waarvan de werkelijke betekenis nog moet blijken, een langzaam economisch herstel in de Verenigde Staten en een voortgaande omvangrijke Franse export.

In zijn jongste rapport over de economische voouitzichten voor de komende achttien maanden waarschuwde de OESO dat het tekort van 135 miljard francs op de Franse begroting voor l992 “zonder twijfel moeilijk gehaald zal worden”. Deze verwachting krijgt extra gewicht omdat de socialistische regering van premier Pierre Beregovoy in maart volgend jaar algemene verkiezingen tegemoet gaat. De socialisten, die een nederlaag moeten vrezen, zijn geneigd de publieke opinie te charmeren met 'financiele cadeautjes”. De verhoging van het tekort op de overheidsuitgaven ( 135 miljard franc tegen 85 miljard franc in 1991) was het eerste. Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli met 2,3 procent verhoogd, terwijl een aanpassing met 1,6 procent volgens de wet voldoende was. Maar Beregovoy moet de vakbonden en zijn militante partijgenoten te vriend houden. De prijs is overigens niet al te hoog: 25 franc per maand.