Etudes in effecten Philips

Een belegger vroeg zijn bemiddelaar eind 1989 hoe hij zijn tijdelijk overtollige gelden belastingvriendelijk (dividend vrijstelling) en risicomijdend kon beleggen.

Die adviseerde duizend aandelen Philips te kopen. Enige maanden later waren de stukken zestig procent minder waard en het dividend van de baan. Er ontspon zich tussen beurslid en cliënt een welles en nietes discussie waar partijen niet uitkwamen.

De Klachtencommissie Effectenbedrijf heeft de belegger die zich beklaagde over deze gang van zaken gelijk gegeven. In de bindende uitspraak van de commissie moet de commissionair of bank, welke wordt nooit vermeld, het koersverlies, vermeerderd met rente, vergoeden aan de benadeelde.

Door deze opmerkelijke beslissing zullen bemiddelaars gesterkt worden in hun opvatting dat je voorzichtig moet zijn bij het geven van advies aan particulieren. Veiligheidshalve verwijzen zij daarom al snel naar een beleggingsfonds dat qua risico en rendement kan voldoen aan de wensen van een adviesvrager.

Actieve zelf-beleggers of mensen die niet zo geloven in de voorspellende gaven van fondsbeheerders zullen niet blij met die trend. Een beleggingsadviseur is immers een deskundige en die moet je de weg kunnen en willen wijzen. Net als adviseurs in belastingen, pensioenen, verzekeringen, hypotheken, onroerend goed en dergelijke.

Bij deze klacht kwam ook de eenzijdigheid, alles in één fonds, als punt van kritiek aan de orde. In het algemeen spreidt men een belegd vermogen liever over allerlei categorieën, sectoren en fondsen om zo het risico van koersdaling te verminderen. Om te spreiden dient het vermogen een bepaalde omvang hebben, je moet weten hoe je spreidt en zo'n portefeuille vraagt veel beheerkunst. Pensioenfondsen, verzekeraars, beleggingsfondsen en andere grootbeleggers spreiden hun bezit op deze manier.

Veel particuliere beleggers zullen zich, als ze verstandig zijn, noodgedwongen tot een of enkele fondsen moeten beperken. Daar is niets op tegen, mits die aandelen verpakt worden in optie. Ter verduidelijking een paar voorbeelden in Philips. Een aandeel dat flink op en neer kan spoken, waar iedereen graag in meedoet en ook alle soorten opties kent.

Een (onervaren) belegger die de wind van de Optiebeurs door zijn of haar haren wil voelen blazen kan overwegen een veelvoud van 100 aandelen te kopen voor ongeveer 31 gulden (inclusief kosten) en daarop per 100 aandelen 1 call-optie te schrijven. Bij voorbeeld de call oktober 1993 (looptijd bijna 16 maanden) met uitoefenprijs 30 gulden voor 5,50. Dat levert, na aftrek van kosten, 520 gulden per optie op. Een vooraf ontvangen onbelast rendement van 16,7 procent (520 op 3100) of ongeveer 14 procent per jaar, omgerekend. Daar staat tegenover dat het aandeel in waarde kan dalen en misschien op 30 gulden verkocht moet worden. Een betrekkelijk rustig bezit.

Wie niet zo lang wil wachten en desnoods zijn op 31 gulden gekochte aandelen wil verkopen op 27,50 moet eens denken over het schrijven van de januari 1993 uitoefenprijs 27,50, die ook ongeveer 520 gulden per optie oplevert. Een rendement van eveneens 16,7 procent, maar dan over een periode van bijna 7 maanden. Je kan dat omrekenen naar een onbelast jaarrendement, maar dat vertekent de werkelijkheid want het verlies op de aandelen (van 31 naar 27,50 gulden) vermindert de opbrengst.

Als Philips begin volgend jaar of iets eerder onder de 27,50 komt, kan de optie voor een gering bedrag gesloten worden. Gaat het aandeel daarna weer omhoog, dan is alles weer koek en ei. Stijgt het aandeel voor januari tot boven de circa 33 gulden, dan verdient de bezitter nauwelijks iets.

Wie meer optie-actie wil, kan deze constructies aanvullen met een put januari 30 gulden voor 1,50 en de aandelen beschermen op 30 gulden tot 22 januari 1993. Die baisse-combinatie oogt niet helemaal logisch, als je zo weinig vertrouwen in Philips hebt moet je geen aandelen kopen, maar verkopen of alleen de put-opties kopen.

Baisseurs kunnen kiezen uit tal van goedkoop lijkende puts. Bij voorbeeld de oktober 30 1,00 gulden, de januari 30 op 1,50 en de oktober 1993 op 2,10. De markt gelooft kennelijk niet meer in een koersdaling van de Eindhovenaren. Tegendraadse beleggers kunnen een van die puts kopen.

Voor onervaren beleggers zijn de genoemde combinaties van aandelen en/of opties om van te duizelen. Dat zal altijd zo blijven. Waarom kunnen beurzen, banken en commissionairs geen kant en klare pakketjes opties en aandelen verkopen? Producten waarvan het risico en rendement vooraf bekend zijn. In andere branches van de financiële wereld probeert men wèl met nieuwe producten te komen. Waarom niet in de effectenwereld?