Demonstraties duren voort; Milosevic wijst eisen Servische oppositie af

BELGRADO, 30 JUNI. President Milosevic en andere kopstukken van het bewind hebben gisteren de eis van de Servische oppositie tot aftreden vierkant afgewezen.

De grote demonstratie van de oppositie in de Servische hoofdstad Belgrado is intussen de derde dag ingegaan. Afvaardigingen van de demonstranten, geleid door de organisatie DEPOS (Democratische partij van Servië), spraken gisteren met Milosevic, premier Radovan Bozovic, de voorzitter van het Servische parlement en de directie van de Servische staatstelevisie. Milosevic wees de eis dat hij zou aftreden vierkant van de hand, al toonde hij zich wel bereid te spreken over een referendum en een eventuele ronde tafel met de oppositie.

Bij de andere gesprekken kregen de delegaties van de demonstranten eveneens nul op het rekest. De eisen bestaan onder andere uit het aftreden van Milosevic, een ronde tafel over de toekomst van Servië, de vorming van een regering van "nationale redding' die een opheffing van de VN-sancties tegen Servië zou moeten nastreven, en de opheffing van de politieke controle over de staatstelevisie, die tegen de oppositie en de demonstranten tegen het regime een consequente lastercampagne voert.

Voor het federale parlement in Belgrado, waar zondag meer dan 100.000 mensen bijeenkwamen voor de grootste demonstratie tot nu toe in Servië, hebben vannacht wederom duizenden mensen in tenten, slaapzakken of gewoon in de openlucht doorgebracht. Op het podium wisselen, al sinds zondagmiddag, sprekers elkaar af, onderbroken door korte concerten van volks- of popmuziek. Gisteravond waren enkele tienduizenden mensen op het plein aanwezig toen de Servische troonpretendent Alexander opnieuw de demonstratie kwam bezoeken.

Zowel de studenten als de demonstranten voor het parlement lijken welgemoed en de sfeer bij de bijeenkomsten is regelmatig echt feestelijk te noemen. Sommigen worden echter wanhopig over de mogelijkheid Milosevic van zijn post te ontheffen. Ook van een brede steun in de bevolking van Servië voor dit streven lijkt op het moment nog weinig te merken.