Boudiaf bracht rust in chaotisch Algerije

Wie om vijf uur gistermiddag nietsvermoedend in het centrum van Algiers boodschappen was gaan doen, zou nauwelijks gemerkt hebben dat luttele uren daarvoor Algerijes waarnemend staatshoofd Mohammed Boudiaf in de Oostalgerijnse stad Annaba was vermoord.

Het Place des Martyrs, op weg naar het fundamentalistisch-islamitische bolwerk Bab el-Oued, bood het gebruikelijke beeld van rondhangende en keuvelende werklozen. Een vrachtwagen vol bier reed over de rue Bab el-Oued zoals elke middag die wijk binnen, om ondanks de islamitische principes van de bewoners de nog steeds florerende bars aldaar van drank te voorzien. Op de trappen omhoog naar de kasba speelden lachende kinderen, terwijl men in Algiers' drukste winkelstraat, de rue Mehdi Larbi, zoals gebruikelijk over de hoofden kon lopen. Van extra veiligheidsvertoon was geen sprake.

Pas gisteravond, toen de Algerijnse televisie de beelden uitzond van de moord, stroomden de straten van de Algerijnse hoofdstad leeg. Maar of de bevolking haar de afgelopen maanden zo opvallend tentoongespreide lijdzaamheid ten aanzien van de politieke crisis in Algerije heeft afgelegd, is een open vraag.

Misschien heeft dat te maken met de figuur van Boudiaf zelf. Toen hij, na de constitutionele coup ter vermijding van een islamitisch-fundamentalistische verkiezingsoverwinning, door de Algerijnse legertop en een deel van 's lands besturende elite werd gevraagd uit zijn Marokkaanse ballingschap terug te keren om de nieuwe staatsraad voor te zitten, kende het gros van de Algerijnen hem alleen van horen-zeggen. Zeker de Algerijnse jeugd, die zestig procent van de bevolking uitmaakt, haalde over het nieuwe waarnemende staatshoofd de schouders op. Zij zagen een nieuwe staatsraad onder leiding van Boudiaf voornamelijk als oude wijn in oude zakken. Achter de constitutionele façade van het "overgangsbewind' bleef naar hun idee de oude, door machtserosie en corruptie in diskrediet geraakte elite gewoon, zoals vanouds, de lakens uitdelen.

De door Boudiaf zelf in het vooruitzicht gestelde opheldering over de corruptieschandalen bleef uit. De eveneens in het vooruitzicht gestelde frisse en doortastende aanpak van de economische en sociale problemen verzandde in heftig gekibbel binnen de machtselite zelf. Fundamentalistische terreurgroepen begonnen met het voeren van een "stille guerrilla' tegen de Algerijnse veiligheidsdiensten, die op dit moment dagelijks één à twee veiligheidsdienaren het leven kost.

Toch heeft Boudiaf in het afgelopen half jaar, na dertig jaar ballingschap onder een onafhankelijk Algerije en zeven jaar verblijf in een Franse gevangenis tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog, wel degelijk het een en ander tot stand gebracht. Hij wist zich langzaam te ontwikkelen tot een wijze grootvaderfiguur, die zijn roerige familie soms streng, soms gemoedelijk toesprak. En hij wist, na de chaotische maanden van mei 1991 tot februari 1992, eindelijk enige continuïteit in het Algerijnse politieke leven te brengen. Boudiaf groeide langzaam uit tot een vast baken in de woelige Algerijnse politiek: geen krachtsfiguur, maar een symbool van beminnelijke rechtschapenheid, die de Algerijnse staat aan de vooravond van de dertigste onafhankelijkheidsverjaardag in de ogen van althans een deel van de bevolking enige respectabiliteit teruggaf.

Dat symbool is nu weggevallen. Erger dan dat, er is in Algerije op dit moment niemand te vinden die Boudiafs taak op dat gebied kan overnemen. Want om het aanzien van die nu dertig jaar oude Algerijnse staat draait de hele Algerijnse crisis in wezen. Waarbij ik onmiddellijk wil aantekenen dat die crisis tussen staat en bevolking, liever gezegd de crisis tussen staat en maatschappij, zeker geen specifiek Algerijnse crisis is. Zij speelt in de hele islamitische wereld. Egypte, Tunesië, Marokko, Algerije, in zekere zin Turkije, Syrië, Libanon, het hele islamitische deel van de Middellandse Zee worstelt met die crisis.

De staat, vertegenwoordigd door zich coöpterende machtselites zoals in Egypte, Tunesië of Marokko, of door een zich wegens haar rol tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Fransen legitimerende elite als de Algerijnse, bezit geen enkel vertrouwen meer bij de bevolking. Er speelt zich in dit soort landen het eeuwenoude islamitische conflict af tussen staat en maatschappij, waarbij de moderne staat, toegerust met een heel scala van moderne machtsmiddelen, de islamitische burger even monddood maakt als de islamitische staatsvormen in het verleden dat deden.

Of Mohammed Boudiaf dat probleem en die crisis had kunnen oplossen, is zeer de vraag. De crisis daarover is veel te diep en ook veel te oud. Boudiafs grote politieke verdiensten liggen op een heel ander vlak. Hij is Algerijes eerste president geweest die het dogma van Algerijes Arabisch-islamitische identiteit heeft doorbroken door openlijk te spreken over Algerijes berberse component. Politieke motieven waren daar zeker niet vreemd aan. Algerijes berbers, met name de Kabylen, moeten niets hebben van het Arabische karakter dat bijvoorbeeld het FIS blijvend aan de Algerijnse staat wil geven. En het is bepaald niet toevallig dat gisteravond op de Algerijnse tv Kabylische politici uitdrukkelijk het Frans en niet het Arabisch bezigden toen zij Boudiaf herdachten. In de Algerijnse discussie over islamitische vernieuwing zijn het met name de berberse moslims die erop aandringen de islam te bevrijden van het historische keurslijf waarin zij menen dat de Arabische taal en geschiedenis die godsdienst zouden hebben geperst. Daaruit te concluderen dat het huidige Algerijnse bewind - Boudiaf aan het hoofd - zich op Algerijes berbers beroept om het FIS het hoofd te bieden, gaat echter veel te ver.

Wat men wel kan zeggen is dat sinds Boudiaf het in Algerije erg moeilijk is geworden een discussie te houden over 's lands identiteit of toekomst, die uitsluitend zoals in het verleden in Arabisch-islamitische termen gevoerd mag worden. Dat geeft een heel nieuw aspect aan de discussie over staat en maatschappij in Algerije en over dat nieuwe aspect wordt in het land op dit moment zeker zoveel gepraat als over het aspect van het FIS.

De Algerijnse crisis draait om het conflict tussen staat en bevolking