Amato begint een halve revolutie

ROME, 30 JUNI. Een grote ommekeer zal het niet worden, het nieuwe Italiaanse kabinet van de socialist Giuliano Amato. Daarvoor ruikt het te veel naar de "oude' politiek, die begin april door de kiezers is verworpen. Maar een kabinet zonder Giulio Andreotti betekent hoe dan ook een vernieuwing in de Italiaanse politiek.

De afwezigheid van Andreotti is het symbool voor een aantal kleine maar belangrijke noviteiten. Het aantal ministers en staatssecretarissen is sterk teruggebracht. Er zitten partijloze technici in het kabinet. Een aantal omstreden leden van de oude garde is geweerd. Geprobeerd wordt een duidelijker scheiding aan te brengen tussen de uitvoerende en de wetgevende macht. Dit is nog lang niet de grote politieke, economische en morele sanering die veel kiezers willen, maar het zijn stappen in de goede richting. Amato stuurt aan op een halve revolutie.

In feite is zijn kabinet een gok. De coalitie steunt op dezelfde vier partijen als het voorgaande kabinet-Andreotti, dat bij de parlementsverkiezingen van april zijn zetelmeerderheid tot een minimum zag slinken. Bovendien groeien de scheuren in de christen-democratische en de socialistische partij, de twee grootste coalitiepartijen. De strijd tussen vernieuwers en verdedigers van gevestigde belangen daar kan het kabinet zijn parlementaire meerderheid kosten. Als de oppositie haar tenminste niet steunt.

Dat laatste is waar Amato op mikt. Hij gaat misschien minder hard dan veel oppositiepartijen zouden willen, maar zijn prioriteitenlijstje is hetzelfde: begrotingstekort, mafia, corruptie, politieke hervorming. Het zal moeilijk worden om tegen te stemmen als Amato met concrete maatregelen hiervoor komt.

Amato heeft zijn kabinet omschreven als “het mogelijke”, in een contrast met wat wenselijk is. Dat is wat snel geconcludeerd: het idee van een zakenkabinet dat steun zoekt op basis van een programma van hervormingen, was veelbelovend. Dit experiment is niet alleen tegengehouden door gebrek aan moed en verzet tegen partijloze ministers binnen de regeringspartijen. De verwarrende situatie bij de oppositie bood ook weinig perspectief. De ex-communistische Democratische Partij van Links worstelt vooral met zichzelf. En de protestpartij Lega Nord, het andere grote oppositieblok, kiest op landelijk niveau voor de oppositie en mikt op versterking van zijn machtsbasis in het noorden, bijvoorbeeld door de macht over te nemen binnen de gemeente Milaan.

In het nieuwe kabinet is wel grote schoonmaak gehouden. Van de dertig voorgaande ministers keren er slechts acht terug. Dat is uniek voor Italië, waar de regelmatige kabinetscrises vaak alleen maar leidden tot een andere rangschikking van dezelfde gezichten. Vijf van de 24 ministers zijn geen beroepspoliticus en lopen daarom niet aan de hand van een partijsecretaris.

Nog steeds hebben de christen-democraten hun ministersposten keurig verdeeld volgens de interne stromingen binnen de partij. Maar dat is niet meer het enige criterium. Sommige kandidaat-ministers zijn tegengehouden, door de partij zelf of door de vorige maand gekozen president Scalfaro. Scalfaro heeft een wat vergeten grondwetsartikel opgepoetst waarin staat dat de president de ministers benoemt op voordracht van de kandidaat-premier. Op basis daarvan heeft hij zijn veto uitgesproken over een aantal kandidaten.

Amato gaf toe dat als leidraad de onofficiële regel is gebruikt dat wie meer dan vijf jaar onafgebroken minister was geweest, moet plaatsmaken voor een ander. Met dit instrument is Andreotti, wiens credo dat de meeste zaken zichzelf oplossen niet op zijn plaats is met de huidige problemen, buiten het kabinet gehouden.

Nieuw is ook de regel die de christen-democratische partij eind vorige week onverwachts heeft opgesteld: wie in het kabinet zit, moet zijn parlementspost opgeven. Het is een poging de uitvoerende macht beter te scheiden van de wetgevende macht. Veel christen-democraten verkozen daarop de zekerheid van een machtsbasis als parlementslid. Een parlement wordt voor vijf jaar gekozen, van een kabinet weet je nooit hoe lang het blijft zitten.

En dat Amato het moeilijk gaat krijgen staat vast. Het terugdringen van het begrotingstekort, Amato's hoogste prioriteit, is voor veel voorgaande kabinetten te zwaar gebleken. Verder zijn sommige coalitiegenoten al openlijk de messen aan het slijpen. Andreotti heeft zich schouderophalend opzij laten zetten, maar hij waarschuwde wel dat hij nog niet met pensioen is. Ook de socialistische leider Bettino Craxi blijft een onzekere factor. Als de storm rondom het corruptieschandaal in Milaan is gaan liggen, zou hij een nieuwe gooi kunnen doen naar het premierschap.

Amato heeft bij al deze onzekerheid één belangrijk wapen: de steun van president Scalfaro. Als Amato niet slaagt, als zijn enig mogelijke regering strandt, zal er opnieuw moeten worden gestemd. Scalfaro kan dreigen het parlement te ontbinden als de partijen het land onbestuurbaar maken. En zoals de kaarten nu liggen, hebben de regeringspartijen daarbij geen enkel belang. Nieuwe verkiezingen kunnen alleen maar resulteren in een nog sterkere roep om veranderingen. Al gaat Amato niet snel, hij gaat de goede kant op, en de weg terug is afgesloten.