Afrikaanse staten buigen zich over eigen vredesmacht

NAIROBI, 30 JUNI. “De slechtste dag in Sarajevo zal in de Somalische hoofdstad Mogadishu als een feestdag worden gevierd”, schreef een Afrikaanse krant vorige week.

Een VN-medewerker schatte vorige week het aantal Somalische kinderen dat per etmaal overlijdt op 5.000. Somalië, waar sinds begin 1991 een eindeloze oorlog woedt, is het nieuwe Afrikaanse symbool voor verval en misère. Het is vooral ook een symbool van de incompetentie van de Afrikaanse staten om zelf iets aan hun interne conflicten te doen, die zes miljoen vluchtelingen en dubbel zoveel ontheemden hebben veroorzaakt.

Gisteren is in de Senegalese hoofdstad Dakar de jaarlijkse conferentie begonnen van de Organisatie van Afrikaanse eenheid (OAE). Belangrijkste agendapunt is de oprichting van een Afrikaanse veiligheidsraad naar analogie van de Europese CVSE. Na mislukte pogingen in het verleden zou de tijd nu rijp zijn voor zo'n pan-Afrikaanse veiligheidsraad en een vredesmacht, die de bevoegdheden zou moeten krijgen om in een land als Somalië op te treden.

De VN hebben zich de afgelopen tijd geworpen op conflicten in het Midden-Oosten, Cambodja en Joegoslavië. De oorlogen in zwart Afrika halen de internationale agenda nauwelijks. Oproepen voor voedselhulp, zoals eerder dit jaar voor de Hoorn van Afrika, krijgen een slechte respons. De Afrikaanse politici hebben dat voor een deel aan zichzelf te wijten; behalve de situatie in Zuid-Afrika kaarten zij hun eigen oorlogen niet aan op internationale bijeenkomsten.

Een enkele keer zijn de Afrikaanse staatshoofden echter besluitvaardig, zoals in het geval van de burgeroorlog in Liberia, waar de staten uit de regio onder leiding van Nigeria en verenigd in het verbond Ecowas hebben ingegrepen. De burgeroorlog werd daarmee politiek niet opgelost, maar er kwam een einde aan de gewelddadige waanzin die van dezelfde soort is als die nu in Somalië.

Met het voorbeeld van Liberia voor ogen buigen Afrikaanse staatshoofden zich in Senegal vandaag over een voorstel van OAE-secretaris-generaal Salim Ahmed Salim over een rol voor de OAE als vredestichter. In vooroverleg namen de Afrikaanse ministers van buitenlandse zaken vorige week het voorstel van Salim over. Soedan en Ethiopië - landen waar zo'n vredesmacht een werkterrein zou kunnen vinden - stemden echter met Libië tegen. Eritrea, nog geen lid van de OAE, sprak zich in het weekeinde bij monde van interim-president Isayas Aferworki in felle termen uit tegen zo'n pan-Afrikaanse vredesmacht.

Eerdere pogingen om in OAE-verband een vredesmacht op te richten liepen vast op gebrek aan politieke wil en een tekort aan geld. Een OAE-vredesmacht moest zich in 1982 met de staart tussen de benen uit Tsjaad terugtrekken toen rebellen oprukten naar de hoofdstad N'Djamena. Volgens het mandaat van deze vredesmacht mochten de troepen niet schieten en toen er zelfs geen financiën kwamen om voertuigen van brandstof te voorzien, bleek de hele interventie in Tsjaad een traumatische blamage voor de OAE te zijn geworden.

Sinds de oprichting van de OAE in 1963 is de organisatie wel “de vakbond van Afrikaanse staatshoofden” genoemd. Een unanieme veroordeling op de jaarlijkse topconferentie van staatshoofden van het blanke racisme in zuidelijk Afrika werd routineus genomen. Gelijksoortige schendingen van de rechten van de mens in de OAE-lidstaten bleven echter onbespreekbaar. De staatshoofden wensen niet op hun vingers te worden getikt. Het in 1986 geratificeerde OAE-handvest van de rechten van de mens bleek bijvoorbeeld een papieren tijger. De Afrikaanse commissie voor de rechten van de mens heeft nog geen enkel kritisch rapport gepubliceerd. Wanneer commissieleden een lidstaat bezoeken, praten ze alleen met vertegenwoordigers van de regering, niet met slachtoffers.

Salim wil daar verandering in brengen. Hij koestert de oorspronkelijke pan-Afrikaanse idealen van de OAE-oprichters Kwame Nkrumah en Julius Nyerere. Salim richtte alvast een speciaal departement voor conflictbeheersing binnen de OAE op en stuurde waarnemers naar de eerste meer-partijenverkiezingen in enkele Afrikaanse staten.

Het oprichten van een Afrikaanse vredesmacht vereist echter een grondige wijziging van het karakter van de OAE, waartoe alle lidstaten hun fiat moeten geven. De Afrikaanse machthebbers dienen een deel van hun soevereiniteit op te geven. Hoewel de noodzaak groter is dan ooit, bestaat voor zo'n revolutie vermoedelijk nog onvoldoende animo.