Zomergast Ischa Meijer chroniqueur van deze tijd

Er is een foto van de generale repetitie van de trouwerij van prinses Beatrix met prins Claus. In de Westerkerk in Amsterdam staan twee jonge mensen, een man en een vrouw, voor het altaar. Wat opvalt is de deftige huwelijksambiance, die gruwelijk vloekt met het burgerkloffie van het tweetal en de slordige kartonnen bordjes, die de regie om hun nekken heeft gehangen; "bruid' en "bruidegom' is er met viltstift op geschreven.

Ik moest aan die foto denken na het zien van de laatste aflevering van Zomergasten, het VPRO-televisieprogramma waarin genodigden de programma's van hun voorkeur mogen vertonen en becommentariëren. Gisteren schotelden "interviewer' Peter van Ingen en "geïnterviewde' Ischa Meijer de kijker niet meer voor dan de generale repetitie voor een televisieprogramma. De gekozen tv-fragmenten waren aardig, aan de volgorde kon nog wel wat worden gesleuteld, maar het gesprek was niet meer dan een farce.

Van Ingen ontbeerde de alertheid, eloquentie en ervaring, waarmee Meijer zijn ondervrager van meet af aan epateerde. De presentator probeerde de schade met vlijerij te beperken en introduceerde daartoe zelfs een nieuw woord: “chroniqueur van deze tijd”, zoals hij Meijer te pas en te onpas bestempelde. Naarmate de uitzending vorderde, nam de kribbigheid van de geïnterviewde toe - zijn sparringpartner bood onvoldoende partij en hij realiseerde zich dat dat de eigen performance geen goed deed. Meijers vaststelling dat tv-interviewers “op de allerlaagste sport van de journalistieke ladder” staan, brak het laatste restje zelfvertrouwen van Van Ingen.

Volgde een litanie aan het adres van de Nederlandse televisie. Van Meekren werd door Meijer omschreven als “een autoriteitenkontlikker”, Maartje van Weegen als een “knikkebollende punnikster” en nieuwslezers in het algemeen als “sprekende ledepoppen”; als je dat vak vroeger uitoefende, betoogde Meijer, “dan hield je dat stil in de familie”. Vermakelijk was de van pret letterlijk dubbel-liggende Meijer bij de beelden van Ruud ter Weijden, Ivo Niehe (“Niveau Nihil”), Linda de Mol, Ursul de Geer, running gag Tom Egbers (van “Stop met persen”) en andere helden van de Nederlandse beeldbuis. “Van Dis won”, concludeerde Meijer bij het fragment uit een interview van Adriaan van Dis met Willem Oltmans. “Het is niet altijd winnen of verliezen”, sputterde Van Ingen. “Ja”, doceerde Meijer, “het is altijd winnen of verliezen.”

Vanaf dat moment lag het initiatief volldig in handen van Meijer, en tot het laatste fluitsgnaal stond hij dat niet meer af. Van Ingen werd treiterig "mopje', "popje' of "oude halfjood' genoemd; de presentator mocht nog slechts vragen stellen, vragen beantwoorden of luisteren op de momenten dat het Meijer beliefde. Nadat Van Ingen tot overmaat van ramp uit een gedicht van Meijer foutief citeerde, draaide de geïnterviewde getergd de rollen om: “Jij bent iemand die reportages wil maken.” Van Ingen: “Ik vind dit interviewen ook leuk.” Waarna Meijer kernachtig het misverstand van de avond samenvatte: “Dit is geen interview.”