Van Vlijmen steunt acties omroepmusici; Orkestrale imitaties van beierende klokken

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Eri Klas, m.m.v. Robert Lloyd, bas, en Mats Rondin, cello. Programma: Rimski-Korsakov: Russisch Pasen. Moessorgski: Liederen en dansen van de dood, instrumentatie Denisov. Voestin: Memoria 2. Pärt: Pro e contra en Derde Symfonie. Gehoord: 28/6, Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Voor de vijfde keer tijdens het Holland Festival luidden gisteravond de met drastische bezuinigingen bedreigde omroeporkesten de noodklok in het Amsterdamse Concertgebouw. De musici van het Radio Filharmonisch Orkest kwamen opzettelijk vijf minuten te laat het podium op om “zichtbaar te maken hoe het orkest er zal uitzien bij een verlies van tachtig tot honderd arbeidsplaatsen”. Daarna hield directeur Jan van Vlijmen van het Holland Festival een toespraak waarin hij het NOS-bestuur verzocht “de voorgenomen maatregelen te herzien, omdat zij een betreurenswaardige achteruitgang van het Nederlandse muziekleven zullen opleveren”. Ter onderstreping hiervan refereerde Van Vlijmen aan belangwekkende uitvoeringen als Nono's Prometeo, Oorlog en Vrede van Prokofjev en Messiaens Saint François d'Assisi, die zonder de omroeporkesten ondenkbaar zouden zijn geweest.

Daarna werden in Russisch Pasen, de origineel geïnstrumenteerde maar nogal gladjes geconstrueerde ouverture van Rimski-Korsakov, opnieuw de klokken geluid. Met behulp van buisklokken en allerlei orkestrale imitaties van klokgelui probeerde Rimski-Korsakov in dit werk “de overgang van de droefgeestige en mysterieuze Paaszaterdag naar de ongebreidelde heidens-religieuze vreugde van Paaszondag” te verklanken.

Ruim twee maanden na Pasen had de door het Radio Filharmonisch Orkest met verve vertolkte ouverture haar plaats in het programma te danken aan de voorbeeldfunctie die Rimski-Korsakovs muziek voor de recente "klokjesstijl' van Arvo Pärt zou hebben gehad. Van deze Estlandse componist werden echter juist vroegere werken uitgevoerd, waarin Pärt zich nog niet tot zijn "tintinnabuli' had bekeerd: het anarchistische Pro e contra, een miniatuur-celloconcert waarin de Zweedse cellist Mats Rondin zich met humor en instrumentale behendigheid door de barokke, dodecafonische en aleatorische passages bewoog, en de levendige uitgevoerde Derde Symfonie, waarin citaten uit de negentiende eeuwse muziek afgewisseld worden met passages die vooruitwijzen naar Pärts latere "klokjesstijl'.

Ook in Memoria 2 van Aleksandr Voestin spelen buisklokken een rol, maar in deze conceptuele compositie stond een meedogenloze opmars van de slagwerkers die de strijkers tot zwijgen dwingen op melige wijze centraal. Hoogtepunt van het programma vormde door Rober Lloyd met een optimaal welluidende en warm-expressieve bas gezongen Liederen en dansen van de dood van Moessorgski, waarbij het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Eri Klas de Britse zanger op uiterst suggestieve wijze begeleidde.