Stoelendans zonder politieke tint; Frans kabinet kiest voor continuïteit bij topbenoemingen in staatsbedrijven

PARIJS, 29 JUNI. De Franse regering heeft vorige week de eerste besluiten genomen in het kader van een unieke stoelendans die eens in de drie jaar plaatsheeft: de benoeming en herbenoeming van de chefs van de 45 nationale ondernemingen. De ministerraad bevestigde de verwachting dat dit maal, in tegenstelling tot drie jaar geleden, geen grote veranderingen en politieke psycho-drama's in de top van het genationaliseerde bedrijfsleven zullen plaatsgrijpen.

Eén "patron' is, zoals verwacht, gesneuveld: Francis Lorentz, de president-directeur van computergigant Bull wordt opgevolgd door Bernard Pache, nu nog president-directeur van Charbonnages de France (de kolenmijnen). De chefs van enkele zeer grote ondernemingen, zoals de olie-maatschappij Elf-Aquitaine, het electronica-concern Thomson, de vliegtuigmaatschappij Air France, de aluminum- en verpakkingenproducent Péchiney en de bank Crédit Lyonnais werden herbenoemd. Premier Bérégovoy had al aangekondigd dat de regering “voor continuïteit” zou kiezen.

De genationaliseerde ondernemingen vertegenwoordigen bijna 20 procent van het bruto nationaal produkt van Frankrijk. In vrijwel elke sector van het Franse bedrijfsleven zijn genationaliseerde ondernemingen werkzaam - zware industrie, olie en chemie, auto's (Renault), vervoer en financiën. De twee grootste banken, BNP en Crédit Lyonnais, drie van de vier grootste verzekeringsmaatschappijen en de twee grootste oliemaatschappijen (Elf en Total) worden door de staat gecontroleerd. Hetzelfde geldt voor de meeste grote ondernemingen in de openbare sector (gas, elektriciteit en telecommunicatie).

De meeste genationaliseerde ondernemingen zijn voor een deel geprivatiseerd. In de aandelen van deze bedrijven wordt druk gehandeld op de Parijse beurs. De dertien grootste bepalen voor 18 procent de CAC 40, de koersindex van de beurs. De Société Nationale Elf-Aquitaine (olie en chemie) vertegenwoordigt alleen al 8 procent van de CAC 40. De staat heeft deze week een begin gemaakt met een beperkte privatisering van de oliemaatschappij Total. De aandelen Total zijn te koop voor 230 franc - een belegging die volgens de eerste gegevens meer in het buitenland dan in Frankrijk aantrekkelijk wordt geacht.

In het verleden hadden de benoemingen - voor drie jaar - van de "patrons' van de genationaliseerde ondernemingen vaak een sterk politiek karakter. In 1989, kort nadat de socialisten bij algemene verkiezingen een relatieve meerderheid hadden behaald en een eind was gekomen aan het rechtse kabinet-Chirac, werden dertien chefs van de toen 43 nationale ondernemingen niet herbenoemd. Edith Cresson, die enkele maanden geleden als premier plaats moest maken voor Bérégovoy, was voornemens een aantal koppen te laten rollen. Haar pragmatische opvolger meent echter dat de staatsbedrijven gediend zijn met continuïteit.

Francis Lorentz, de afgezette president-directeur van Bull, geldt als het laatste slachtoffer van Cresson. Zijn opvolger Pach zal Lorentz' strategie om Bull overeind te houden niet veranderen, zo is bekendgemaakt. Pach heeft grote ervaring in "afslanking' en sanering: bij Charbonnages de France heeft hij leiding gegeven aan de sluiting van vele kolenmijnen in het noorden van het land. Bij Bull, dat in het eerste kwartaal van dit jaar 500 miljoen gulden en vorig jaar 1,1 miljard gulden verlies leed, zijn de afgelopen twee jaar tienduizend arbeidsplaatsen verdwenen, maar de sanering is nog lang niet voltooid.

Twee herbenoemingen hebben enige kritiek uitgelokt: die van Jean-Yves Haberer als topman van Crédit Lyonnais, na BNP de grootste Franse bank, en die van Alain Gomez als president-directeur van de Thomson-groep. Haberer wordt verweten dat hij grote risico's neemt bij de internationalisering van de activiteiten van Crédit Lyonnais. De tweede Franse bank is betrokken bij allerlei financiële catastrofes: voor 5 miljard franc in de affaire MGM/ Parretti, voor 1,8 miljard franc in de Londense Canary Wharf-affaire van de Canadese gebroeders Reichmann. CL heeft meer dan een miljard franc te vorderen van het failliete Maxwell-imperium. Crédit Lyonnais heeft dit jaar 9,6 miljard franc gereserveerd voor "tegenvallers', 48 procent meer dan in 1991. Crédit Lyonnais haalde zijn niet geringe winst (4,6 miljard franc) vorig jaar vrijwel geheel uit transacties.

Alain Gomez, die al elf jaar aan het hoofd staat van de Thomson-groep, wordt gekritiseerd omdat hij weinig belangstelling zou hebben voor Thomson Consumer Electronics, de tv-poot van het concern, die jaar in jaar uit verlies maakt (2 miljard franc in 1990 en hetzelfde bedrag in 1990). Cresson wilde TCE samenvoegen met CEA Industrie, de leverancier van nucleaire energie, die goed bij kas zit. CEA zou de naar verluidt 8 miljard franc moeten leveren waaraan TCE behoefte heeft om de concurrentieslag met de Japanse tv-giganten te overleven. Bérégovoy studeert nog op het plan-Cresson, maar naar verluidt zou CEA slechts beperkt gaan deelnemen in TCE. De defensie-poot van Thomson (Thomson-CSF) boekte daarentegen vorig jaar 2,3 miljard franc winst ondanks de slinkende markt.

De komende weken moet de regering beslissen over enkele topposities die vrijkomen omdat de huidige "presidenten' met pensioen gaan. De meeste aandacht gaat uit naar de vliegtuig- en rakettenfabrikant Aerospatiale en de bank BNP. Zoals bij elke stoelendans neemt de spanning toe naarmate er minder open plaatsen overblijven. Minister van industrie Dominique Strauss-Kahn heeft "vers bloed' beloofd. Maar dat zal waarschijnlijk een politiek tintje hebben - de socialistische regering kan de politiek niet geheel verontachtzamen, vooral als het argument van de continuïteit minder geldt.