"Piet Smaakmaker' rijdt graag een extra ereronde; Jhr. mr. Loudon en de vrije markt-economie in de paardesport

ARNHEM, 29 JUNI. Uit het niets verscheen drie jaar geleden CHampion Arnhem op de paardesportkalender. Een kalender die al overvol is. Schandelijk vonden velen het dan ook dat de ambitieuze organisatie voor haar wedstrijd meteen de officiële internationale status had weten te verkrijgen. Maar zwakkere broeders in het wedstrijdcircuit moeten dan maar afvallen als een flexibele, ijverige organisatie in korte tijd in staat is een topevenement te organiseren. Dat is nu eenmaal het principe van de vrije-markteconomie. Zo oordeelt Jhr. mr. A.A. Loudon, voorzitter van de Raad van bestuur van Akzo. Hij ziet meer linken tussen het bedrijfsleven en de sport.

Als hoofdsponsor van het prestigieuze evenement in Arnhem verschafte Akzo de eerste basis waarop het concours kon bouwen. Typerend voor Akzo om aan een evenement bij te dragen dat nog niet tot de gevestigde orde behoorde: het chemieconcern sponsort ook de Nederlandse jeugdruiterspringploeg en de Nederlandse subtop-dressuuramazone Patricia Callaghan.

Nu heeft Jhr. mr. Loudon zelf dierbare herinneringen aan een jeugdruiterploeg. In 1954 maakte hij als achttienjarige deel uit van het Nederlandse team dat tweede werd tijdens het Europees kampioenschap springen in Rotterdam. Voor die gelegenheid zadelde hij Napoleon, een paard van de stalmeester der Koningin, Bisschof van Heemskerk. Paardrijden is altijd een familiebezigheid geweest. “Het was voor mij alleen niet zo bevredigend te merken dat er bij zoiets gewoons als paardrijden ook nog doorzettingsvermogen kwam kijken”, herinnert Loudon zich. Toen Loudon in 1969 bij Akzo kwam, zag hij de kans schoon om met de verhuizing naar het oosten ook zijn liefde voor paarden weer op te pakken. Het jachtveld leek hem op dat moment het beste compromis tussen zijn beperkte tijdschema's en zijn ambitie om meer te doen dan alleen wandelritjes maken.

Inmiddels is Loudon vooral organisatorisch op veel fronten betrokken bij de paardesport. Hij maakt deel uit van het bestuur van de Stichting het Nederlands Olympiade Paard en hij is voorzitter van het comité dat in 1994 de hippische wereldspelen in Nederland organiseert. Toen in 1990 de eerste wereldspelen in Stockholm plaatsvonden, was Volvo's topman Gyllenhammer de grote stimulerende kracht achter de organisatie.

Een vergelijking ligt voor de hand maar daar wil Loudon, bescheiden, niets van weten. “Ik ben gewoon voor het voorzitterschap gevraagd, waarschijnlijk wegens mijn managementervaring. Van enige persoonlijke ambitie is dus geen sprake, ook al vind ik het leuk om iets te doen voor het verbreiden van de paardesport. Verder kan Akzo natuurlijk niet met een bedrijf van de grootte van Volvo worden vergeleken, en tenslotte staat een eventuele sponsoring volstrekt los van mijn functioneren in de organisatie.”

Niettemin is het duidelijk dat de organisatie van de wereldspelen niet kan zonder een bedrijfsmatige aanpak, zoals die door ervaren managers als Loudon wordt voorgestaan. Loudon ziet het gebrek aan management-kwaliteiten en een ad hoc-mentaliteit zelfs als grootste falen van veel moderne sportbonden. “Ik heb het dan niet alleen over de internationale paardesportbond FEI,” zegt hij veelbetekenend.

Als manager wordt Loudon dagelijks geconfronteerd met reacties van de maatschappij op het bedrijfsleven, maar sportbonden houden nog veel te weinig rekening met de publieke opinie. In de paardesport liggen de voorbeelden van hete hangijzers voor het oprapen. De dopingproblematiek en de omstreden military-sport zijn er slechts twee van. Recent nog heeft de military na de drie dodelijke ongelukken in Bedminton weer gevoelige klappen moeten incasseren.

Loudon ziet het dan ook niet als toeval dat het nog steeds niet gelukt is in Nederland een military-terrein voor de wereldspelen te vinden. “Typisch de weerslag van een gebrek aan optreden van de FEI”, meent hij, “ik zal alle military-beoefenaren wel tegen hebben, maar naar mijn smaak is er een prima wedstrijd te organiseren wanneer er meer evenwicht is tussen de zwaarte van de onderdelen dressuur, springen en de uithoudingsproef. De uithoudingsproef kan best een heel stuk lichter zijn om toch nog een mooie wedstrijd te hebben en daarin moet de FEI handelend optreden, want de maatschappij pikt de vele ongelukken niet langer. Een sportbond moet leiding geven aan ontwikkelingen waar de publieke opinie om vraagt.”

De kritische sportconsument anno 1992 zit evenmin te wachten op een slaapverwekkende springrubriek met meer dan vijftig deelnemers, laat staan op een olympisch openings-springparcours met honderdveertig combinaties. Maar ook daarin lopen organisaties achter de ontwikkelingen aan. Het lijkt wel alsof sportbonden nog niet beseffen welke plaats zij in de huidige maatschappij innemen. Loudon: “De invloed van sport op de samenleving is groot. Sport is onmisbaar voor een zekere vorming en ontwikkeling. Sportbonden moeten zuinig met die verworvenheid omgaan, want als naties sport beginnen te verwaarlozen, is dat een veeg teken voor de ontwikkeling van dat land.”

Sportbonden kunnen wellicht een voorbeeld nemen aan individuele beoefenaren. De individuele ruiter, afhankelijk als hij is van paardeneigenaren en sponsors, denkt namelijk een stuk marktgerichter dan de meeste sportbonden. In zijn ereronde als winnaar van de Akzo Trofee, goed voor 65.000 gulden, wuifde Piet Raymakers in het voorbijgalopperen tot driemaal toe enthousiast richting de sponsor van de Grote Prijs. “Piet Smaakmaker”, zo herdoopte de omroeper ruiter Raymakers. Maar Loudon vindt de houding van Raymakers vanzelfsprekend en kenmerkend voor deze tijd. Ruiters kennen het klappen van de zweep en rijden graag een extra ereronde wanneer dat de gasten van de hoofdsponsor kan plezieren.