Op Roelof

Vorig jaar stond de oplegger aan de rand van het weiland, want hij bleef toen in de modder steken. Maar nu is het heet en hij staat in het midden. Hoog troont hij boven de tenten uit.

In de schaduw van de oplegger zitten een stuk of twaalf jonge mannen, jongens eigenlijk. De jongens uit Bathmen. Allemaal motorfans en allemaal trouwe bezoekers van de TT. Ze slapen in de oplegger, en ze zitten op een paar meegebrachte oude bankstellen. Ik krijg bier, ijskoud, want een ratelend aggregaat levert de stroom voor de ijskast. En stroom voor de muziek die uit de oplegger schalt.

Ik zag ze vorig jaar voor het eerst, maar zij kennen elkaar al hun hele leven. Ze zijn geboren in Bathmen en ze zouden er allemaal ook het liefst blijven. Ze zien elkaar elke zondag in café De Brink. Waarom zou je uit Bathmen weggaan? De stad is leuk om uit te gaan, maar wonen kun je er niet.

René heeft twee krukken naast zich liggen. Wat is er met jou gebeurd, René? De jonge automonteur lacht verlegen. Gevallen bij een grasbaanrace. Voet tussen spaken van een achterwiel gehad. Enkelbanden gescheurd, achillespees beschadigd, vleeswond, maar het gaat nu weer de goede kant op. Win je nog wel eens wat? “Een keer derde”, zegt René. “Hij geeft te weinig gas”, roepen zijn vrienden.

Er gaan weer flesjes bier rond. Ze gaan morgen naar de race, maar eigenlijk komen ze hier vooral om te zuipen, schrijf dat maar op. Eén keer per jaar willen ze wel eens onder elkaar zijn. Zonder vriendinnen. Die zijn een keer meegegaan, maar dat was een fiasco. De een dronk teveel bier, de ander kreeg hoofdpijn van het gesnerp.

Er rijden twee motoren het weiland op. Een wordt bereden door een meisje. Ze zet haar helm af en schudt een mooie bos blonde krullen tevoorschijn. De jongens kreunen. “Dat vind ik nou mooi, hè”, zegt Bertus, “een meisje op een motor. Vind je niet?”

Een late uitslaper komt uit de oplegger. Hij vraagt om een koud biertje “Leef je nog?”, roepen de jongens. “Wat was die ziek, gisteravond. Verschrikkelijk!”

En waar is toch die jongen die vorig jaar het hoogste woord had? Hij had net zijn motor total loss gereden, hij stroopte nog zijn broek naar beneden om de verse littekens te laten zien. “Dat was Roelof”, zegt Bertus. Zijn ogen staan treurig. “Hij heeft zich doodgereden, maar het was niet zijn schuld.”

Ja, ze zijn allemaal op zijn begrafenis geweest, het was een hele klap. “Hou nou maar op", zegt Peter. “Daar is al genoeg over gesproken. Dat gaat hem niks aan.”

Roelof, zo heette hij. Hij had een foto van de nieuwe motor die hij had besteld uit een folder geknipt. Een Kawasaki ZXR, in Gitane-blauw. Dat vond hij een mooie kleur. Aan iedereen liet hij de foto zien, op het laatst was het een doorweekt vodje, want het bleef regenen.

Er gaan weer flesjes pils rond. Nog eentje dan maar. Roelof, daar ga je.