Moordende lolligheid in Diepenheim

Tentoonstelling: Ja maar zo kan ik het ook, een tentoonstelling van goede beelden, gekozen door John Körmeling. T/m 23 aug. bij Kunstvereniging Diepenheim, Grotestraat 17, Diepenheim. Ma.-vr. 9-16.30u, za. 14-16.30u, zo. 12-16.30u.

"NIEUW' staat er bovenop een lantaarnpaal te lezen in een stralenkrans van veelkleurig neon. De Eindhovense architect / beeldend kunstenaar John Körmeling ontwierp dit beeld in opdracht van Kunstvereniging Diepenheim ter opluistering van het nieuwe tentoonstellingsgebouw.

“Waarom nieuw? NIEUW, omdat nieuw altijd actueel is. Na het allernieuwste komt nieuw!” aldus Kormeling. Desalniettemin doet het beeld ouderwets, zo niet oubollig, aan. Met zijn zilveren of vergulde stralenkrans lijkt het op een monstrans, het roomskatholieke liturgische object waar de hostie in wordt bewaard. Trouwens, ook het begrip "nieuw' is ouderwets, het is van de jaren zestig, en van het modernisme. Zo zou je dus "NIEUW' kunnen interpreteren als een posthuum monument voor de avantgarde, maar ik betwijfel of Körmeling zijn beeld zo heeft bedoeld. Körmeling houdt niet van ingewikkelde kunst.

In het tentoonstellingsgebouw stelde hij een expositie samen van "goede beelden'. Dat zijn beelden die “in één klap duidelijk zijn, beelden uit glasheldere ideeën”, volgens Körmeling. En inderdaad, de meeste zijn niet erg ingewikkeld. Neem nu de bijdrage van Matti Christensen. Zij hing een Delftsblauw bord aan de muur met daarop de tekst "Bordeauxrood'. Henk Visch plaatste een bruidspaar dat afkomstig is van een taart, bovenop de lange benen van een Barbiepop. Jürgen Voordeckers liet als openingsceremonie een namaak-Chinese vaas in scherven vallen die hij vervolgens omstandig weeer aan elkaar lijmde. Naast deze slordig gelijmde vaas ligt een waterpas waarin het grasgroene middenstuk met luchtbel vervangen is door een even groene wegwerpaansteker: het "glasheldere idee' van Ralph Brodrück. En bij de balie hangt aan zwarte rits aan een klerenhanger.

Het is dus een erg grappige expositie. Het is ook een expositie die aantoont dat een ideetje alléén niet altijd resulteert in een interessant object.

Enkele beelden ontsnappen wel aan de moordende lolligheid. Zoals bijvoorbeeld de twee brandende lantaarnpalen van Luc Deleu die dwars door de expositie liggen, een effectieve ingreep in een ruimte die, de goede bedoelingen van het Diepenheimse architectenbureau Ten Dam / De Leeuw ten spijt, te klein en te gefragmenteerd is voor het exposeren van kunst. Ook de azuurblauwe steen die Martien van Mens in de muur aanbracht, en het prairie-object van Ines den Rooyen zijn niet louter lollig. Ze zijn meer dan een bedenksel, ze hebben ook visuele, beeldende kwaliteiten.