MICHAIL TAL 1936-1992; Tovenaar van Riga

Bewonderd worden alle schaakwereldkampioenen, maar van Michail Tal hield de schaakwereld, zowel het grote publiek als zijn collega's. Aan het eind van de jaren vijftig liet hij op zijn weg naar het wereldkampioenschap zien dat er in het schaken romantische avonturen mogelijk waren die al een eeuw lang als onbestaanbaar waren beschouwd. Hij was maar kort wereldkampioen, van 1960 tot 1961. In de jaren daarna bleef hij een voorbeeld van absolute toewijding aan zijn grote passie, het schaken.

"De tovenaar van Riga" werd hij genoemd, en in zijn beste jaren leek het inderdaad of Tal kon toveren. Stukoffers waarvan bezadigde waarnemers de correctheid niet konden en wilden aanvaarden. Het bord stond in brand, niemand wist precies wat er aan de hand was, ook Tal niet, maar zeker zijn tegenstanders niet. "Bluf" werd het genoemd. "Koffiehuisschaak."

Op het hoogste niveau zou Tal zich dit niet kunnen permitteren, werd gezegd. In 1959 won hij op schitterende manier het kandidatentoernooi in Joegoslavië. In de wereldkampioenschapsmatch tegen Botwinnik zou hij eindelijk een nuchterder schaak moeten spelen, dacht men. Tal won in 1960 de match tegen Botwinnik met vier punten voorsprong, in dezelfde roekeloze en briljante stijl. Hij was 23 jaar, op dat moment de jongste wereldkampioen aller tijden. In de tijd voor de revanchematch had Tal al last van de nierkwaal die hem later zoveel tijd in ziekenhuizen zou laten doorbrengen en waar hij nu tenslotte aan gestorven is. Botwinnik stelde voor om de revanchematch uit te stellen. Tal weigerde, hij wilde zich aan de regels houden. De tijd dat schaken om het wereldkampioenschap oorlog is, was nog niet aangebroken. Nadat Botwinnik die revanche in 1961 overtuigend had gewonnen, zei hij: “Als Tal zou leren om zichzelf behoorlijk te programmeren, zou het onmogelijk worden om tegen hem te spelen.”

In hetzelfde jaar won Tal in het Joegoslavische Bled een van de sterkste toernooien aller tijden en een jaar later begon hij aan het kandidatentoernooi in Curaçao, maar nu moest hij tijdens het toernooi in het ziekenhuis worden opgenomen. Ziekte en slechte medische verzorging bleven hem kwellen. Vlak voor een kandidatenmatch tegen Spasski, in 1965, werd Tal volgestopt met medicijnen tegen een kwaal die hij later helemaal niet bleek te hebben. Zelf heeft hij geschreven over een nieroperatie die tijdelijk succes leek te hebben, totdat bleek dat per ongeluk niet een nier, maar de blindedarm was weggehaald.

En dan waren er de pesterijen van de officials. Er waren tijden dat hij niet in het buitenland mocht spelen. Hij dronk teveel. Hij was te vaak gescheiden en hertrouwd. Hij was soms ook te openhartig. Tal schreef zelf, in een boek dat in 1976 in de Verenigde Staten uitkwam, over de perioden dat hij tot een gedwongen "winterslaap" veroordeeld was, en dat was in die tijd voor een Sovjetburger ook van een ongewone vrijmoedigheid.

Tal bleef er opgewekt onder. Als hij weer schaken kon, was alles weer goed. De kracht van zijn beste jaren had hij verloren, maar niet zijn liefde voor het spel. Als hij zelf een toernooi speelde, al was het een kwalificatiewedstrijd voor het wereldkampioenschap, ging hij 's ochtends naar de partijen van het neventoernooi kijken, en nog wat meeanalyseren. Met iedereen speelde hij vluggertjes, tot diep in de nacht. Hoewel hij pas 55 jaar was, toen hij zondag stierf, was hij eigenlijk iemand van een andere tijd. Een romanticus. Een improvisator en een hartstochtelijk speler.

De vele keren dat hij geopereerd is, praatte hij over schaken, totdat het masker van de verdoving op zijn gezicht werd gelegd, en menig keer ontsnapte hij tijdens de herstelperiode uit het ziekenhuis om de schaakclub op te zoeken. De laatste keer is het niet gelukt; de olympiade in Manila, waar hij voor Letland zou spelen, kon hij niet meer meemaken.