Meevaller onderwijs niet naar salarissen

DEN HAAG, 29 JUNI. Minister Ritzen (onderwijs) kan de meevallers op zijn begroting, ten minste 200 miljoen gulden, niet gebruiken om de lerarensalarissen te verhogen. Ritzen heeft die meevallers nodig om gaten in zijn begroting te dichten.

Dat is de voorlopige uitkomst van een overleg tussen Ritzen en minister Kok (financiën) dit weekeinde naar aanleiding van de begrotingsbesprekingen waaraan het kabinet deze week begint. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer lanceerde afgelopen week bij monde van financieel specialist A. Melkert het plan om de meevallers van Ritzen te gebruiken om die salarissen te verhogen. Kok beloofde toen die suggestie te zullen bekijken. G. Terpstra, financieel specialist van het CDA, was tegen het plan-Melkert omdat volgens de budgetregels van het kabinet overschotten op begrotingen van departementen moeten terugvloeien naar de kas van Financieën.

Binnen de CDA-fractie wordt hierover verschillend gedacht. Een van de onderwijswoordvoerders, K. Tuinstra, heeft steeds volgehouden dat Ritzen de overschotten op zijn begroting voor de verhoging van de lerarensalarissen zou kunnen gebruiken zodat daarvoor geen extra geld van het kabinet nodig is. Ritzen eist dit extra geld nog steeds. Tuinstra gaat er echter van uit dat de minister van onderwijs dit jaar niet 200 maar 500 miljoen overhoudt. Daarvan zou volgens hem een deel aan de verhoging van de salarissen kunnen worden besteed.

Op dit moment wordt door Ritzen bekeken welke salarismaatregelen voorrang verdienen. Zo overweegt hij de korting op de lerarensalarissen uit 1982 (WIISO) ongedaan te maken, omdat dit slechts een incidenteel bedrag van ongeveer 150 miljoen vergt. Daarnaast wil Ritzen een deel van de aanvangssalarissen verhogen en het tempo waarmee leraren in de hoogste salarisschaal terecht kunnen komen, verhogen.