Mariniers (2)

In discussies over ongewenst geweld in de krijgsmacht wordt vaak aangevoerd dat militairen in een verwarrend-tweeslachtige positie verkeren.

Enerzijds wordt hun geleerd geweld te gebruiken, anderzijds zouden de normen voor dat gebruik vaag zijn waardoor ze gemakkelijk over de schreef gaan. Dit is volslagen onzin. De militair mag uitsluitend geweld gebruiken in opdracht van een meerdere die bevoegd is die opdracht te geven. In alle andere gevallen is het verboden. Hoe hoger de rang of functie, hoe meer de opdracht vrijheid laat voor het eigen oordeel of geweld moet of mag worden gekruikt. Een kolonel heeft een ruimere bevoegdheid dan een sergeant; de minister van Defensie bepaalt de grenzen waarbinnen de generaal een instructie voor geweldsgebruik door schildwachten mag uitvaardigen. Geweld kan en mag uitsluitend in opdracht of binnen de grenzen van een gegeven opdracht worden gebruikt. De militair die niet in staat is dit te begrijpen of zich daar niet aan wenst te storen is ongeschikt voor militaire dienst. De enige consequentie die kan worden getrokken is ontslag uit de militaire dienst.

Voor de mariniers die hun ongeschiktheid voor dienst inmiddels hebben bewezen door in onmilitair en mogelijk zelfs onwettig optreden op Perron 0 is misschien een alternatieve sanctie te bedenken - een permanente bewaking en bescherming van Perron 0 en zijn gebruikers door de schuldigen. Rechtspositioneel zijn ze waarschijnlijk tegen ontslag beschermd, tenzij hun bij rechterlijk vonnis het recht wordt ontzegd bij de gewapende macht te dienen. Die bescherming kunnen ze alleen rechtvaardigen door ieders rechtspositie, ook die van druggebruikers, overal en altijd te beschermen. Dat is in essentie hun vak.