Honderdduizend betogers willen nu van Milosevic af; "Als het ook maar een beetje nette man is, treedt hij af'

BELGRADO, 29 JUNI. De atmosfeer in het centrum van de Servische hoofdstad Belgrado is ronduit feestelijk. Servië is door sancties van de Verenigde Naties in veel opzichten van de rest van de wereld afgesneden. Op slechts een paar honderd kilometer afstand woedt in Bosnië een van de smerigste militaire conflicten uit de Europese geschiedenis. De Servische president Slobodan Milosevic, in binnen- en buitenland gezien als een der hoofdverantwoordelijken voor de situatie, maakt geen aanstalten af te treden.

Maar de menigte hier, op het plein voor het Joegoslavische federale parlement, viert haar eigen waardigheid en zelfvertrouwen. Goed, het aantal demonstranten, iets meer dan 100.000, ligt belangrijk lager dan de 200.000 à één miljoen die de organisatoren, de verenigde oppositie van Servië, had verwacht. Maar op het podium staan al twee nationale symbolen, die zich met de eens zo populaire president kunnen meten. Patriarch Pavle van de Servisch-orthodoxe kerk roept tot “rede en vrede” op, en betreurt de slachtoffers van de oorlog, niet alleen de Servische, ook de Kroaten en de moslims. “Ik ben met u”, roept de kroonpretendent Alexander, juist gisteren, naar eigen zeggen definitief, teruggekeerd in het land dat zijn vader in 1941 ontvluchtte.

“Als het ook maar een beetje nette man is, treedt hij af”, meent een dame over Milosevic. “Zoveel mensen”. Een oudere man heeft een tocht van honderd kilometer afgelegd om, gekleed in het uniform waarin zijn vader in de Eerste wereldoorlog aan de kant van de Westerse geallieerden stond, bij te dragen aan het aftreden van, zoals hij zegt, “de laatste communist in Europa”. “In alle oorlogen stonden de Fransen, de Engelsen, de Amerikanen en de Russen aan onze zijde”, merkt hij boos op. “Nu is iedereen tegen Servië, zover is het onder de communisten gekomen”.

Lang heeft de Servische oppositie geaarzeld, voor deze, als definitief beschouwde demonstratie om Milosevic tot aftreden te dwingen, plaatshad. De intellectuelen die de leiding hebben in DEPOS, het platform dat de betoging hier heeft georganiseerd, meenden aanvankelijk dat de schrijver Dobrica Cosic, door Milosevic onverwachts uitgekozen voor het ambt van president van het nieuwe Joegoslavië, wegen zou vinden de impasse te doorbreken. Maar Cosic, de geestelijk vader van de droom van een Groot-Servië die tot de oorlog leidde, is een trouw Milosevic-aanhanger gebleken, die onder andere een moratorium van drie maanden op alle oppositionele activiteit bepleitte.

Dus zat er voor de nationalistische intellectuelen in DEPOS, van wie sommigen eens de president als redder des vaderlands hebben ingehaald, weinig anders op dan de laatste strijd tegen Milosevic aan te vangen, omdat de redder de vernietiger des vaderlands bleek te zijn.

Een student weet na een uurtje de 100.000 tot geestdrift te wekken, louter door te roepen waar het hier vandaag om gaat: “Milosevic moet aftreden”. Onmiddellijk daarna valt de elektriciteit uit, zodat geen andere sprekers een tien minuten durend, oorverdovend fluitconcert in de weg staan. Daarna volgen weer meer hooggestemden, en de bijval is minder oorverdovend. Zelfs Vuk Draskovic (hacek op s), onbetwist en charismatisch leider van de oppositie, houdt zich vandaag retorisch in en komt met een afgewogen historisch betoog over de schuld van Milosevic.

Deze betoging vandaag is niet alleen groter dan alle die de oppositie eerder heeft georganiseerd, zij is ook anders van atmosfeer. Draskovic maakte bijvoorbeeld bij de in gevechten met de politie en inzet van tanks geëindigde betoging van 9 maart vorig jaar, geen geheim van zijn mening dat Milosevic' bewind desnoods met geweld omver geworpen moest worden. Onder leiding van DEPOS echter, gokt men op waardigheid.

Als de populaire Draskovic is uitgesproken, begeven de 100.000, die dan al zo'n vier uur in de zon hebben staan luisteren, zich massaal op weg. De schrik slaat de organisatoren om het hart, want de bedoeling is om net zo lang te betogen totdat de president is opgestapt, verkiezingen zijn uitgeschreven en een kabinet van nationale redding is gevormd.

Maar 's avonds staan er weer duizenden mensen op het plein, en geen politicus, kunstenaar of zelfs journalist van enige betekenis die zich niet opmaakt in bloemrijke bewoordingen van vaderlandsliefde en afkeer van het zittende bewind kennis te geven.

De grote betoging gaat de hele nacht door. De meer enthousiasten hebben zich met dekens en leeftocht en sommigen met tenten in de gazons voor het federale parlement geïnstalleerd, iets waartegen een paar geïsoleerde politieagenten vergeefs bezwaar hebben gemaakt. President Milosevic heeft tot nu toe geen politie of militairen tegen de bedreiging van zijn regering ingezet, zoals velen hadden gevreesd. Het bleef bij een intimiderende waarschuwing, zaterdagavond op de radio, dat er ,bewapende groepen' naar Belgrado op weg waren. Vandaag krijgt Milosevic bezoek van een delegatie van DEPOS, die hem wil verzoeken op te stappen.