Hoffman kampioen van minderbedeelden

MEERSSEN, 29 JUNI. “Ik heb gewoon mijn werk gedaan.” Het zijn woorden die niet vaak meer zijn te horen in het profpeloton. Tristan Hoffman, 22 jaar en de eerste neo-prof sinds Jacques Hanegraaf in 1981 die Nederlands kampioen bij de beroepsrenners op de weg werd, probeerde zijn prestatie na 230 kilometer te bagatelliseren. Met de heerlijke nuchterheid van een Achterhoeker legde hij na afloop van zijn indrukwekkende krachtinspanning uit wat hem op die dag bezig had gehouden.

Hoffman had meteen de opdracht uitgevoerd die ploegleider Priem hem had gegeven. Meteen mee zijn als ze gaan rijden. En al na 1600 meter mengde Hoffman zich in een groepje met louter neoprofs en tweederangsrenners, coureurs die volgend jaar misschien wel geen prof meer zijn. Met nog 120 kilometer voor de wielen maakte hij zich met Menno Vink los van het gezelschap.

Pakweg twintig kilometer voor het einde ontdeed hij zich van Vink. Geloven deed de renner uit Groenlo nooit in zijn vlucht. “Ze pakken me toch wel weer terug”, dacht hij toen hij hoorde dat enkele coryfeeën het tempo in de achterhoede hadden verhoogd. Eigenlijk was het alleen Breukink die ambitie toonde. Maar Nederlands Tour-hoop bleek tegen het einde, toen Hoffman in zicht was, zo veel van zijn krachten te hebben gevergd dat hij ondanks fraaie staaltjes van demarrages zelfs niet in staat was renners als Jan Willem van Loenhout en Jan Siemons uit zijn wiel te rijden.

In de sprint om de tweede plaats verloor Breukink logischerwijs nog van Siemons, die evenals Hoffman voor TVM rijdt. Hoffman was toen al een minuut over de streep. Voor het eerst sinds Lubberding in 1979 weer een Geldersman op het hoogste erepodium. Als amateur won Hoffman slechts tien wedstrijden. Toch vond TVM-adviseur Piet Liebregts hem na een indrukwekkende Ronde van Mexico rijp voor een profcontract.

Een jaar later was de Grollenaar zomaar kampioen van Nederland. Maar hij wist het. Leuk, maar er waren weinig renners deze dag die geïnteresseerd zijn in een kampioenstrui. Die ambitie gold alleen de minderbedeelden.

Bij de amateurs vierde de nationale selectie van bondscoach Piet Kuys zaterdag feest. De strategie van Kuys en zijn assistenten, Nico van Hest en Adri van Houwelingen, was effectief geweest. Dekker fungeerde als onbetwistbare kopman, Groenendaal, Compas, Tak en Voskamp waren beschermd, Van Bon mocht er in een volledig vrije rol onbekommerd tussendoor fietsen. Het resultaat was overtuigd: Rob Compas ging na een eindsprint als eerste over de finish. Erik Dekker werd tweede. Bart Voskamp eindigde als derde.

De tijdrijder Voskamp leidde tenslotte de drievoudige machtsgreep in. “Ik merkte dat ik teruggepakt werd nadat ik De Poel was kwijtgeraakt. Toen ik zag dat het Compas en Dekker waren, was de schrik ineens een stuk minder. Drie man uit één ploeg op het podium gebeurt tenslotte niet zo vaak.”

Dekker, winnaar van twee etappes in de Ronde van Oostenrijk waaronder de zwaarste bergrit, had op overtuiging gereden. “De koers liep zoals wij wilden. Ik rekende erop een kans te hebben in de sprint met drie, maar Compas is een goede winnaar. Dat hij uit onze ploeg is, maakt alles goed.”

De 25-jarige Compas had dit seizoen nog maar een korte erelijst. Kuys dacht dat hij wat te afwachtend had gereden, Compas vond dat succes altijd gepaard gaat met een beetje geluk. Zaterdag heeft hij dat afgedwongen. “Dit soort sprints ligt mij wel. Het was net "Wie van de Drie'. Wij hadden niks afgesproken, wij hebben er alle drie voor gereden.”

Erik Dekker was al zeker van de gang naar Barcelona. Welke twee andere renners voor de olympische wegploeg zullen worden aangewezen, maakt de bondscoach pas later deze week bekend. In totaal gaan zeventien Nederlandse renners naar de Spelen: vier vrouwen en dertien mannen.

Bij het Nederlands wegkampioenschap voor de vrouwen trok wereldkampioene Leontien van Moorsel de zege naar zich toe. Titelverdedigster Petra Grimbergen werd tweede, Monique Knol derde. Dit trio zal ook in Spanje op de weg in actie komen.