Duitse renteverlaging dit jaar vrijwel uitgesloten

ROTTERDAM, 29 JUNI. Ook afgelopen week reageerde de Nederlandse obligatiemarkt weer voornamelijk op buitenlands nieuws.

In dit geval was het de Duitse geldgroei (M3), die steeg van 8,9 procent naar 9,0 procent, terwijl de markt 8,5 procent verwachtte. Bundesbankdirekteur Issing heeft gesteld dat bij een dalende trend van M3 een renteverlaging in Duitsland mogelijk zou moeten zijn, en vanwege de koppeling dus ook in Nederland, ondanks het feit dat M3 nog boven de "targetrange' van 3,5 tot 5,5 procent zou liggen. De financiële markten verwachtten na het laatste cijfer echter dat een renteverlaging voor dit jaar nagenoeg is uitgesloten en deze verwachting deed de obligatiekoersen dalen. Vorige week steeg de 10-jaars rente per saldo licht naar 8,31 procent, waarbij de rentespread met Duitsland verder kon afnemen tot 26 basispunten. In Duitsland is het regeringsvoorstel om voor binnenlandse particulieren 25 procent bronbelasting te heffen op rente-inkomsten door de Eerste Kamer verworpen. Een bemiddelingscommissie zal nu naar verwachting komen met een voor Duitse particulieren beduidend minder gunstig compromis. Door onzekerheid over de bronbelasting kan het renteverschil met Duitsland nog verder afnemen; in 1988 kon de Nederlandse lange rente al bij de besprekingen over het invoeren van bronbelasting in Duitsland onder de Duitse lange rente dalen.

Bij het hoge Duitse geldgroeicijfer kunnen wel enige kanttekeningen worden geplaatst. Het cijfer is zo hoog omdat de regering rentesubsidies geeft op investeringen in Oost-Duitsland, de mark als officieuze valuta wordt gebruikt in enkele voormalige Oostblok-landen en omdat mogelijk bronbelasting zal worden ingevoerd, waardoor veel beleggers hun obligaties hebben omgeruild voor liquide kortlopend papier. Het geldgroeicijfer omvat namelijk ook deposito's met een looptijd tot 4 jaar, die bij de huidige inverse yieldcurve ook nog eens relatief aantrekkelijk zijn. Hoogstwaarschijnlijk hecht de Bundesbank echter minder belang aan het hoge geldgroeicijfer dan zij de buitenwereld soms wil doen geloven. Het laatste M3-cijfer hoeft derhalve geen aanleiding te zijn om een renteverlaging in Duitsland dit jaar definitief uit te sluiten.

Internationale obligatiemarkten

In Amerika stond de obligatiehandel vorige week in het teken van speculaties omtrent een verlaging van de rente. De zwakke geldgroei, de spoorwegstaking en het negatieve groeicijfer van de orders voor duurzame produktie-middelen: factoren die volgens velen de Federal Reserve Board, het overlegorgaan van Amerikaanse centrale banken, tot een renteverlaging zouden kunnen verleiden. Bovendien spoorde president Bush, geplaagd door het succes van Ross Perot, de Fed in duidelijke taal aan de monetaire teugels nog wat te laten vieren.

Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de Fed aan deze druk zal toegeven, al was het alleen maar omdat ze indruk willen vermijden een dependance van het Witte Huis te zijn. Verder is in de huidige Amerikaanse situatie het grote verschil tussen de lange en de korte rente een veel grotere belemmering voor reële economische groei dan de korte rente sec. Tot slot wijzen andere cijfers wel degelijk op een herstel van de economie. Met name de ontwikkeling van de werkgelegenheid is hoopgevend. Obligatiehandelaren wachten daarom met spanning op de werkloosheidscijfers over juni, die komende donderdag bekend gemaakt zullen worden.

In het Verenigd Koninkrijk werd woensdag een 20-jaars staatslening geveild met een omvang van 2,75 miljard pond (9 miljard gulden). Ondanks het grote volume van deze emissie werd de lening door de markt zonder problemen opgenomen. Sinds enige tijd zijn obligatiehandelaren bezorgd over de buitengewoon grote financieringsbehoefte die de Britse overheid dit jaar heeft. Deze nervositeit leidde in de aanloop van voorgaande veilingen tot prijsdalingen op de obligatiemarkt. Telkens echter bleek de markt de leningen met gemak te absorberen, waarna de prijzen weer konden stijgen. Vorige week herhaalde dit patroon zich. De Britse 10-jaars rente-indicator steeg in de eerste helft van vorige week met 10 basispunten. Na de goed verlopen veiling daalde de indicator met hetzelfde aantal basispunten, zodat de week werd afgesloten met een niveau van 9,17 procent, precies even hoog als de week ervoor.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep.