Courier onderuit op twee millimeter langer gras

LONDEN, 29 JUNI. Het systeem dat met soms griezelige perfectie sportkampioenen voortbracht is door gewijzigde politieke prioriteiten en een chronisch geldgebrek in Oost-Europa in elkaar gestort. Er zijn sporters die bevrijd van de bureaucratie opgelucht hun weg gaan. Het kan geen toeval zijn dat juist in tennis de nieuwe vrijheden elke dag opnieuw als een feest worden gevierd. Geen dollar verdwijnt er meer in de bodemloze kas van het staatsapparaat. “Mijn carrière is vorig jaar pas begonnen. Daarvoor had ik geen bewegingsvrijheid. Moest ik doen wat het Sport Comité voorschreef. Nu kan ik spelen wat ik wil en mijn geld zelf houden”, zei de Rus Andrei Olhovski, afgelopen weekeinde de sensatie van Wimbledon.

Niemand was in hem geïnteresseerd geweest, hij zou als nummer 193 van de wereld vrijwel onopgemerkt zijn kostje bij elkaar hebben gescharreld en er in Moskou iets moois mee hebben kunnen doen, als hij zich gewoonweg door Jim Courier van de baan had laten slaan. Op "People's Saturday', met maar liefst 2.000 kaartjes tegen gereduceerd tarief in de vrije verkoop voor het centre court, mocht de gelukkige bezitter van zo'n relikwie zich bijna bekocht voelen met zo'n partij. Het was eerder een aansporing om andere Wimbledon-attracties op te zoeken zoals de onvermijdelijke aardbeien met room of Pimms, een wonderlijke cocktail van gin met limonade gekruid met een blaadje mint en een schijfje komkommer.

Met de poorten wijd open kunnen op het uitgestrekte terrein van de All England Club aan Church Road kennelijk de gekste dingen gebeuren. Wanneer vrouwen in de joligste en duurste toiletjes en met de fraaiste hoedjes tussen de banen door flaneren en zich een weg zoeken tussen getatoeëerde, kaalgeschoren voetbalsupporters die de "wave' initiëren op de tribunes van de showcourts heerst op de banen de anarchie. Jeremy Bates die de eerste Brit in tien jaar werd bij de laatste zestien. Na een zege op Thierry Champion. Een resultaat dat even bijzonder is als een hele week zonneschijn in Londen. “Sinds mannelijke tennissers korte broeken dragen was het afgelopen met de Britten. Britse knieën zijn niet geschikt voor tennis”, had één van de kranten vooraf nog maar eens vrolijk vastgesteld.

Misschien kwam het omdat die traditie werd doorbroken dat het niemand opviel wat er op het centre court gebeurde. Aanvankelijk werd er niet eens gereageerd toen het grote bord aan de buitenmuur meldde dat Jim Courier de eerste set had verloren, het "zie-je-wel' overheerste bij de daaropvolgende setwinst van 's werelds nummer één, zoals er ook de bijna zekerheid was dat hij na het verlies in de derde de zaken nog wel recht zou trekken. Al liep de tribune toen al aardig vol en was de favoriet snel gevonden. Resoluut schreef Olhovski (26) de vierde set en daarmee de partij (6-4, 4-6, 6-4, 6-4) op zijn naam. Nog nooit had de als nummer één geplaatste speler sinds het openstellen van het toernooi in 1969 verloren van een tegenstander die via de kwalificaties het hoofdtoernooi had bereikt.

Het zei iets over de kwaliteiten op gras van Courier, die na zijn triomfen in de open Australische en open Franse kampioenschappen halverwege de echte Grand Slam, de vier grote toernooien in een jaar winnen, was en daarmee 23 jaar na dato Rod Laver had kunnen opvolgen. Maar het is eveneens het verhaal van de onvoorspelbaarheid van Wimbledon, de afsluiting van de slechts vier weken durende grasperiode in het tennisseizoen. Courier deed er niet moeilijk over. Het was een weeffoutje in een verder nog bijna vlekkeloos jaar. Nu eerst de Olympische Spelen en dan de US Open, was kort samengevat zijn commentaar. “Soms win je en soms verlies je”. Een waarheid van een eenvoud, waartegen niemand iets had in te brengen.

Dat de leider van de wereldranglijst wordt verslagen is altijd een schok in de tenniswereld, dat het Courier op gras gebeurde behoorde tot de mogelijkheden. Er waren er die het toeschreven aan de maatregel die de groundsman heimelijk tegen de "hardhitters' had genomen: de maaimachine was dit jaar voor het eerst zo afgesteld dat de sprietjes van het heilige gras twee millimeter langer bleven: tien in plaats van acht.

Of het scheelt? Pat Cash begon er na zijn overwinning in de eerste ronde op Jacco Eltingh spontaan over te klagen. Het had hem gehinderd. Zijn waarneming werd, evenals zijn opmerking dat de ballen wat zachter waren, gerangschikt onder de categorie geleuter. Tot eind vorige week Radio Wimbledon, de regeringszender van het park, het bericht over het gras officieel bevestigde. Het is in het voordeel van de virtuoze spelers, het remt de slagen van de krachtpatsers.

Courier greep het gegeven niet aan voor een excuus. Hij gunde zijn tegenstander de eer van de winst. “Ik speelde zeker niet mijn beste tennis, maar dat moet toegeschreven worden aan de manier waarop hij speelde. Een beetje zoals Mecir. Het ziet eruit alsof het geen moeite kost.”

Olhovski was superieur op de belangrijke momenten, wanneer er cruciale punten te verdienen waren. Hij ving de volleys van Courier op en liet de bal met een drop shot bijna als een loden kogel over het net vallen. Van de Russen heeft hij met Alexander Volkov - begin dit jaar in Rotterdam de verliezende finalist tegen Boris Becker - de beste reputatie op gras. Vorig jaar behaalde hij op die ondergrond zijn beste resultaat. Hij versloeg in Rosmalen de nummer zeven van de wereld Guy Forget en werd in de kwartfinale verslagen door de latere winnaar Christian Saceanu. Op Wimbledon kwam hij toen tot de derde ronde.

Hij zal niet de enige Rus zijn die verbazing wekt. Courier noemde na zijn nederlaag de naam van een in zijn ogen veel groter talent: Andrei Medvedev uit Kiev, een 17-jarige die er in Londen niet bij is, maar gerekend wordt tot de grootste beloften. Niet geïmponeerd door de reputatie van tegenstanders (“als je hun gezicht niet ziet, hoef je alleen maar op de bal te letten”) treedt hij iedereen op de baan tegemoet. Op Roland Garros won Courier nog in vier sets van hem, maar de schrik zit hem wel in de benen. Misschien wel voor de Russen in het algemeen, want eerder dit jaar verloor hij in Indian Wells van Andrei Tsjenokov, de eerste Russische tennismiljonair en de eerste die, sinds Alex Metreveli in 1973 finalist was op Wimbledon, de top tien bereikte. De eerste speler ook die samen met Natalia Zvereva aan het Sport Comité liet weten het prijzengeld zelf te willen houden. Een voorschot op de perestroika, een voorbeeld voor een achterland vol talent.