Asielzoekers: tijd in opvangcentrum niet zinvol besteed

RIJSWIJK, 29 JUNI. Asielzoekers in Nederland brengen de tijd dat hun aanvraagprocedure loopt, niet zinvol door. Het huidige aanbod van activiteiten in de asielzoekerscentra voldoet niet aan hun behoefte.

Bijna zevenhonderd asielzoekers, afkomstig uit Ethiopië, Eritrea, Ghana, Iran, Roemenië en Somalië, hebben onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam inzicht gegeven in hun achtergrond, hun verwachtingen ten aanzien van de Nederlandse samenleving en de omstandigheden waarin zij verkeren. Het rapport is vanmiddag gepresenteerd aan minister d'Ancona van WVC.

Het streven van het ministerie is asielzoekers maximaal negen weken in een asielzoekerscentrum te laten verblijven en hen vervolgens te huisvesten in een gemeente. In 1991 bleek de gemiddelde verblijfsduur in de centra 145 dagen te zijn.

Ruim eenderde van de asielzoekers heeft naar eigen zeggen er bewust voor gekozen asiel in Nederland aan te vragen. “Bij een reisagent kon ik kiezen uit Canada, Zweden, Duitsland of Nederland”, aldus een van de ondervraagden. “Ik koos voor Nederland omdat ik had gehoord dat hier aardige mensen wonen, niet zoals in Duitsland.” Anderen laten de reisagent hun bestemming bepalen. “Ik had nog nooit van Nederland gehoord. Ik wist dat je bij aankomst de politie een hand moest geven, daana werd alles vanzelf verder geregeld.”

Sommige ondervraagden zijn teleurgesteld in de mogelijkheden in Nederland. “Ik had gedacht dat werk en opleiding hier voor iedereen mogelijk was.” Zolang de asielprocedure loopt, kunnen de aanvragers moeilijk werk vinden en komen ze ook niet in aanmerking voor een studietoelage. De bezigheden van asielzoekers zijn over het algemeen beperkt tot cursussen Nederlands, soms ook Engels of computerlessen. Verder bestaat het tijdverdrijf vooral uit sport en spel.

Volgens het onderzoek zijn bijna alle ondervraagden geïnteresseerd in Nederlandse les, in scholing in het algemeen en in werk. Vooral aan scholing is grote behoefte. Alleen de, voornamelijk hoog opgeleide, Roemenen zijn in de eerste plaats geïnteresseerd in werk.

Over de Nederlandse lessen zijn de ondervraagden matig te spreken. “Het heeft geen zin samen met analfabeten in een klas te zitten, dan ligt het niveau veel te laag.” De centra herhalen voortdurend de basiscursussen, omdat er steeds nieuwe logés komen en de oude door zouden moeten stromen. Aangezien de doorstroom stokt, doen de asielzoekers soms drie keer de basiscursus. Tien procent van de ondervraagden spreekt Nederlands. Zestig procent van hen die al langer dan twee jaar in Nederland verblijven, spreekt de taal nog niet.

Terwijl beleidsmakers er vaak vanuit gaan dat asielzoekers vooral instromen in de onderste lagen van de arbeidsmarkt, laten de onderzoekers zien dat een belangrijk deel van hen hoog opgeleid is en werkervaring heeft in geschoold werk. Veel van hen waren werkzaam in de dienstensector. Meer dan eenderde van de ondervraagden heeft een opleiding boven havo/mbo-niveau. Het rapport noemt de asielzoekers in Nederland "een selecte groep'.