Werkwijze

Let op, dan doe ik even precies uit de doeken hoe het in zijn werk gaat.

Je hebt ontbeten, de krant gelezen, niets te doen, dus naar de Hollandse Kade. De eerste honderden meters vertoon je nog een zekere oplettendheid. Je vormt je een mening over de stand van de zon, de kracht van de wind. Je bekijkt een stel zwaluwen en vraagt je af of er alweer goudplevieren in het gemaaide gras zouden zitten. Saaiheid troef. Juli moet nog beginnen en alles ligt al klaar voor de gruwelijke leegte van augustus.

Je buigt het hoofd en richt je ogen op het pad voor je voeten, wat het leven redt van een overstekende naaktslak. De cadans van het lopen brengt je in een soort halfslaap. Je wordt tot toehoorder in je eigen brein, waar een vormeloos gesprek op gang komt tussen zorgen, kansen en hoop. Dit gesprek staat bekend als denken.

John Steinbeck vergelijkt denken ergens met het ophangen van een groot wit laken in de wind. Zo is het. Net als dassen komen ideeën uit het niets te voorschijn. Het krijgen van ideeën vereist geen enkele vaardigheid, je moet alleen niet bang zijn om een groot wit laken in de wind te hangen.

Na anderhalf uur suffen terug naar huis, naar je kamer. Je zet de radio aan, neemt een sigaar, schuift achter je schrijfmachine en tikt een stukje voor de krant, dat genoeg oplevert om wéér een daglang niet te hoeven werken.