Wat maakt het ziekst?

Wat is slechter voor de gezondheid, zonder werk zitten of zonder levenspartner? Een zinnig antwoord valt op dergelijke algemene vragen natuurlijk niet te geven, want wat slecht is voor iemand hangt af van de dingen die zij of hij heeft meegemaakt en van de betekenis die er aan gehecht is. Maar de sociale wetenschappen zouden een deel van hun bestaansrecht verliezen als er niet iets algemeners te zeggen viel dat boven het strikt individuele uitsteeg. Psychiaters zullen dergelijke algemene of patroonmatige antwoorden al gauw oppervlakkig vinden, maar dat zal het sociologisch plezier niet gauw bederven.

Uit een recent onderzoek naar "man-vrouw verschillen in gezondheid en medische consumptie' van het NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de eerstelijnsgezondheidszorg) blijkt dat het niet hebben van werk het vaakst negatieve effecten heeft op de gezondheid. Mensen zonder werk zijn er het slechtst aan toe, beduidend slechter dan mensen met werk zonder partner. Op dit punt blijken interessante verschillen tussen de seksen te bestaan. Voor mannen is het negatieve effect van het ontbreken van werk sterker dan voor vrouwen. Voor vrouwen is het ontbreken van werk ook allerminst goed voor de gezondheid, maar wel of geen partner maakt voor hen meer verschil dan voor mannen. Vrouwen met niets - geen man en geen baan - zijn er het beroerdst aan toe. Statistisch gezien dan, want wie kent niet de voorbeelden van het tweede leven dat zich opent voor de nog vitale weduwen die zich eindelijk vrij voelen voor de wildste hobby's? En van hulpeloze mannen die alleen nog geen ei blijken te kunnen bakken? Maar de statistiek wijst anders uit.

Wat betekenen deze uitkomsten? Zijn voor vrouwen intieme relaties belangrijker, en is voor hen de liefde wat voor mannen het werk is? En zo ja, is dat dan iets moois van vrouwen waar mannen wat van kunnen opsteken? Of zullen vrouwen hier juist het mannelijk pad gaan volgen, en zal voor hen de betekenis van werk toenemen naarmate ze zelf de kost moeten verdienen; of naarmate ze hogere maatschappelijke posities bekleden? Dezelfde vraag stelde ik hier enige tijd geleden toen ik schreef over de neiging van vrouwen zich totaal in een verhouding te verliezen, terwijl verliefde mannen - uitzonderingen daargelaten - toch beter in staat blijken één oog op het werk gericht te houden. Dit als mogelijke verklaring voor de taaie maatschappelijke achterstand van vrouwen, maar hier zou hetzelfde mechanisme kunnen spelen. Ook als ze hun hoofd verloren hebben, houden mannen wat er van over is toch beter bij hun werk, omdat ze slechter zonder kunnen.

En ze kunnen slechter zonder, omdat het in veel gevallen een andere betekenis voor hen heeft. Behalve structuur aan het bestaan en een gevoel van eigenwaarde geeft werken, op een veel primairder niveau, nog iets anders. Het heeft - al klinkt het dramatisch en is het in onze verzorgingsstaat minder scherp voelbaar geworden - overlevingswaarde. Het is nodig voor elementaire zaken als inkomen, onderdak, eten en kleding. Voor veel vrouwen ligt dit anders: voor hun fysieke en sociale overleving is het nog altijd belangrijker om een goede man te vinden dan een baan. Vooral voor laag opgeleide vrouwen met hun slechte arbeidsmarktpositie biedt een huwelijk vaak meer dan werk. Het geeft meer financiële zekerheid dan de eigen slecht betaalde en vaak tijdelijke baantjes, en een erkende maatschappelijke positie.

Dit alles verandert nu vrouwen beter opgeleid raken. Dat verbetert hun maatschappelijke kansen, en daarmee komt ook de betekenis van werk en beroep anders voor hen te liggen. Maar dat laatste verandert niet zo snel en drastisch als je op grond van gestegen opleidingsniveau en arbeidsmarktparticipatie zou kunnen denken. Kennelijk verlopen dergelijke emotiegeladen processen van betekenisgeving trager dan sociale veranderingen als de grotere toegankelijkheid van onderwijs en arbeidsmarkt; veranderingen die ook vaak al traag en moeizaam verlopen. En bovendien ongelijktijdig, want vrouwen stromen sneller de arbeidsmarkt op dan mannen de keuken binnenkomen, maar daar wou ik het nu even niet over hebben.

Het is ook de vraag of de betekenis van werk en intieme relaties voor beide seksen precies hetzelfde zou moeten zijn of moeten worden. En dan bedoel ik niet dat mannen zich niet wat meer met hun intimi zouden moeten bezighouden. Afgezien van het eerlijkheidsargument - de gelijkere verdeling van werk en zorg -, is het ook jammer dat menig man te laat beseft dat zijn kinderen al groot zijn en het huis uitgaan. Mannen blijken soms meer last te hebben van "het lege nest' dan hun vrouwen, en als opa proberen ze de schade nog enigszins in te halen. Ook vind ik niet - je kunt op dit punt niet duidelijk genoeg zijn - dat werk voor vrouwen toch eigenlijk maar beter op de tweede plaats kan blijven omdat hun eigenlijke bestemming elders ligt. Maar het maakt het leven soms monomaan en onmiskenbaar aangenamer als werk niet die alles overheersende betekenis krijgt waardoor al het andere wordt weggevaagd of opgeslokt.

Ik heb de indruk dat getrouwde vrouwen, ook de goed opgeleide met hoge posities voor wie het werk een belangrijk deel van het bestaan vormt, minder bang zijn voor werkloosheid dan mannen. En dat is niet omdat ze overlopen van professioneel zelfvertrouwen, maar omdat ze nog meer pijlen op hun boog hebben. Het heeft grote voordelen er nog een gebied op na te houden waar je veel aan kunt ontlenen. Het vergt veel onderhoud en vormt vaak een hinderlijke belemmering voor de zo broodnodige rust en concentratie, maar het maakt ook minder kwetsbaar. Je bent immers niet voor één gat te vangen en je hoeft je daarom ook minder vast te klampen aan baan of werkplek. Dit is de keerzijde van de dubbele belasting, vanuit de comfortabele positie geen kostwinner te hoeven zijn.

Maar wat zeggen de cijfers? Wie zijn er beter, wie slechter aan toe, en waar hangen deze verschillen statistisch gezien mee samen? De belangrijkste factor blijkt als gezegd het al dan niet hebben van werk te zijn, en voor mannen geldt dat nog wat sterker dan voor vrouwen. Een tweede factor die van groot belang blijkt te zijn voor de gezondheid is opleiding. Laag opgeleide mensen hebben beduidend meer gezondheidsklachten dan hoger opgeleiden. Dit geldt zowel voor werkenden als werklozen, zowel voor mannen als voor vrouwen. Het inmiddels stokoude argument dat onderwijs slecht voor vrouwen zou zijn omdat hun zwakkere hersens dan overbelast en overprikkeld zouden raken, is hiermee toch maar weer mooi ontkracht.