Waardering voor Nederlands drugbeleid

In Nederland worden druggebruikers zeker niet moralistisch benaderd. Dit in tegenstelling tot de situatie in Duitsland. Toch verandert ook internationaal de benadering van de drugproblematiek. Een gesprek met de directeur van een adviesbureau voor drugs, aids en stedelijke problematiek.

ARNHEM, 27 JUNI. Als mr. Henk Jan van Vliet buitenlanders een positief beeld wil tonen van de Nederlandse benadering van drugproblematiek gaat hij bij voorkeur naar Rotterdam. “Er is daar sprake van een evenwichtige situatie, de hele groep probleemgebruikers bevindt zich op één plek”.

De situatie in Amsterdam omschrijft hij als verstard. Dat heeft alles te maken met de wereldwijde aandacht voor die stad. Als daar een creatieve gedachte wordt ontwikkeld over het drugbeleid, wordt de gemeente volgens Van Vliet afgemaakt door de internationale publiciteitsmedia.

Dat begin deze week honderd mariniers probeerden de drugverslaafden bij het Centraal Station in Rotterdam aan te vallen noemt Van Vliet, directeur van een adviesbureau voor drugs, aids en stedelijke problematiek in Amsterdam, "niet meer dan een lullig incident'. Vervelend is dat het hier ging om een groep militairen, maar het gebrek aan discipline van mariniers heeft niets te maken met de drugproblematiek.

De instemmende reacties van een aantal burgers bij het gedrag van de militairen acht Van Viet tot op zekere hoogte begrijpelijk. “Ik sluit niet uit dat de groep gebruikers rond perron O in Rotterdam behoorlijk agressief en bedreigend is tegen medeburgers.” Ook hij ergert zich enorm als voor zijn kantoor op de Amsterdamse wallen een gebruiker hem toevoegt: “Sta niet te kijken klootzak, moet ik je even in elkaar slaan.” Maar dat leidt bij hem alleen maar tot de conclusie dat de druggebruikers zich bewust zijn geworden van hun rechten. “Dat heeft alles te maken met het altijd al betrekken van de junkiebonden bij overleg over hun problematiek”, zegt Van Vliet. “In zo'n bijeenkomst zitten ze wel voornamelijk te schelden, maar ze onderhouden ook contact met hun achterban. Wij beschaafde buitenstaanders komen daar niet in.”

Van Vliet noemt een landelijk aantal probleemgebruikers van 20.000. Dat getal blijft volgens hem redelijk stabiel. Hij schrijft dat toe aan de "zakelijke voorlichting' die iedere jonge Nederlander door de jaren heen van vele kanten krijgt. Het is een methode die de nieuwsgierigheid niet prikkelt. “Met een reële voorlichting is er helemaal niet zo veel belangstelling voor drugs.”

Als tegenhanger noemt hij de emotionele afwijzende houding in Duitsland, die er volgens hem de oorzaak van is dat het aantal nieuwe gebruikers gestaag toeneemt. “Allemaal jonge mensen die door de dealer waar ze hasj kopen worden uitgenodigd om eens heroïne te proberen, want hij is gebaat bij klanten die terugkomen omdat ze verslaafd raken.”

In Nederland worden volgens Van Vliet probleemgebruikers zeker niet moralistisch benaderd. Rechten en plichten worden zakelijk vastgesteld. Die methode zou ook het aantal drugdoden beperken. “In tegenstelling tot de situatie met de Duitse verslaafden”, aldus Van Vliet. “Die gaan als vliegen voor de bijl. In Duitsland wordt op vele plaatsen nog de ouderwetse harde lijn gehanteerd: we hebben ons best voor je gedaan gedaan, als je niet wilt afkicken kan je verrekken.”

Toch verandert ook internationaal de benadering van de drugproblematiek. Grote veranderingen in het beleid constateert Van Vliet in de noordwestelijke Bundesländer. “In Hamburg bijvoorbeeld gaat de opvang al heel ver”, zegt hij. En Zwitserland lijkt de rol van Nederland te hebben overgenomen. “Alles staat er ter discussie. De situatie daar is ook wel vergelijkbaar met die in ons land. Veel Duitsers uit Baden-Württemberg trekken naar Zwitserland, zoals ze vanuit Noordrijnland-Westfalen van oudsher naar Nederland kwamen. Het verschil is dat wij inmiddels twintig jaar ervaring hebben.”

Deze week voerde Van Vliet in Dortmund een opmerkelijk gesprek met Polizei-president Wolfgang Schulz. “Een gegoede burgerman van midden-vijftig”, typeert hij. “Zeker niet vooruitstrevend. Zijn mening is dat de politie het nooit wint van de internationale drugcriminaliteit. Hoeveel geld de overheid ook in de bestrijding steekt, de criminaliteit heeft meer kapitaal ter beschikking. Politiemensen worden financieel onder zware druk gezet. De conclusie van Schulz is eigenlijk dat gecontroleerde verstrekking aan verslaafden de enige mogelijkheid is om de zaken in de hand te houden.”

Het legaliseren dus van druggebruik? “Die term levert voornamelijk misverstanden op”, reageert Van Vliet. Hij is een tegenstander van het ongecontroleerd ter beschikking stellen van drugs. Maar een voorzichtige vorm van regulering, zoals ook door de samenleving wordt toegepast ten aanzien van bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen en medicijnen, lijkt hem wenselijk. Maar Duitsland is zeker nog niet rijp voor dat initiatief.

“Bepaalde ontwikkelingen kan Nederland best alleen lanceren”, vindt Van Vliet. Hij constateert in de vakkringen wel aandacht en zelfs waardering voor de Nederlandse standpunten. Hij noemt de drugsattaché van de Amerikaanse ambassade in Den Haag, Jesse Clear, die bekeerd is tot de Nederlandse benadering door hem omschreven als het "geheime wapen in het drugbeleid'. Het neemt niet weg dat het lanceren van nieuwe ideeën wel behoedzaam moet gebeuren. “Anders word je de paria van de internationale gemeenschap. Sleutellanden moet je voorbereiden op de stappen die je wilt nemen en Nederlandse ambassadeurs overal op de wereld moeten precies weten hoe ze moeten reageren op kritiek van de regeringen in hun landen. Je moet tevoren sympathiebetuigingen regelen.”

Dat buitenlanders in de meeste gevallen nog lang niet toe zijn aan de Nederlandse benadering, leert hem de eigen waarneming. ,Als ik Italiaanse jongeren in de buurt van een paar coffeeshops in de Amsterdamse binnenstad demonstratief gigantische joints zie roken en langsrijdende politie provoceren, dan denk ik: er zal maar een buitenlandse televisieploeg langskomen. Als ik buitenlandse gasten heb moet ik ook altijd met ze langs de coffeeshops. En daarna nog even hoertjes kijken. De Duitsers noemen dat een Kriminal Safari.''