TT-coureurs en monteurs staan soms nog onwennig tegenover uniek systeem; Boordcomputer rekent al bij het rijden

ASSEN, 27 JUNI. Alberto Puig, Spaans motorcoureur in het team van Jan Huberts, stuurt zijn rode Aprilia na het trainingsrondje de pits in. Hij is niet tevreden. In snelle bochten heeft hij last van een onbehaaglijk trillend stuur, vertelt hij. Een jonge man luister aandachtig naar hem en knikt. Het is Geert Verheul, een technicus van White Power, de Nederlandse fabrikant die de top van de racemotor-wereld van veren en schokdempers voorziet.

“Doordat er hier geen auto's racen is het asfalt van Assen extreem vlak”, legt hij uit. “En als je met zo'n 250 cc motor aan de grens rijdt, wil het wel gebeuren dat de voorvering in een spontane trilling raakt. Op een hobbelig circuit is dat bij de eerste hobbel weer weg, maar hier houdt dat niet op.” Verheul overlegt met chef-monteur Mar Schouten en ze besluiten een voorband te monteren die zeven millimeter breder is. Dat geeft het wiel meer massa en moet het trillen tegengaan.

Puig is daar niet zo enthousiast over, want dat maakt zijn machine weer minder wendbaar. Maar ook daar weten de technici wel raad mee. Op de Aprilia's is bijna alles verstelbaar en dat geldt ook voor de hoek van de voorvork. Na een kwartiertje sleutelen staat de voorvork een paar graden steiler en dat geeft Puig de wendbaarheid terug die hij met de dikkere band was kwijt geraakt.

Geen technischer sport dan motorsport - dagen kost het om een racemotor voor het circuit in orde te brengen. Om te beginnen is de afstelling van carburateurs en ontsteking afhankelijk van luchtdruk en luchtvochtigheid en daarom hangen alle pits grote baro- en hygrometers. En verder moet de versnellingsbak, de vering en de stuurgeometrie zo goed mogelijk worden afgestemd op de snelheid, het wegdek en de bochtigheid van het circuit.

Bij al het afstellen is het verslag dat de rijder na een trainingsrondje uitbrengt natuurlijk van het grootste belang, maar in toenemende mate wordt hij in dat werk voorbijgestreefd door een klein zwart kastje dat onder het keiharde zitje van de machine is gemonteerd: een computer die als een soort super-tachograaf elke beweging van de motor registreert.

Ook de Aprilia van Puig is met zo'n boordcomputer uitgerust. Na elk rondje steekt Herman Willemse, een technicus die bij de Technische Universiteit van Delft werkt, een draadje in een klein stopcontactje onder het zitje van de warme racemotor. Dan loopt hij terug naar een tafeltje waarop een kleine PC staat en bestudeert de getallen die op het scherm verschijnen. De getallen zijn afkomstig van de computer op de racemotor. Tijdens de rit hebben zeven gevoelige sensoren voortdurend gemeten hoe de motor en de vering zich hielden en alle meetwaarden worden nu naar de computer op het tafeltje gestuurd.

Puig kijkt geïnteresseerd mee, want wat de computer laat zien is een gedetailleerd rapport van het trainingsrondje dat hij zojuist heeft gedraaid. De hoogste snelheid die hij behaalde is te zien (266,8 km/u), het hoogste toerental (13.342 toeren per minuut), de hoogste temperatuur van de uitlaat (550 C) en nog een paar meetwaarden. Voor de monteurs zijn deze getallen van groot nut, want ze geven een accurater verslag van het gedrag van de motor dan een coureur ooit zou kunnen geven.

Dat geldt wel heel sterk voor de acceleratie. Een coureur kan het idee hebben dat de motor minder goed trekt dan de vorige keer, maar alleen de boordcomputer geeft daarover een betrouwbaar rapport. Op het scherm wordt voor een groot aantal snelheidsintervallen aangeven hoelang de motor er over deed. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien dat de Aprilia van Puig deze keer in 1,26 seconden van 108 km/u naar 151 km per uur trok, en dat weer 1,44 seconde later 194 km/u werd gehaald.

Het computersysteem is ontwikkeld door Herman Steeneveld, een technicus uit Den Briel. Computers voor racemotoren zijn er wel meer, maar het door hem ontwikkelde systeem is uniek. Steeneveld: “De meeste geven een hele brij onbewerkte cijfers. De software die ik heb ontwikkeld zet de boordcomputer tijdens het rijden al aan het rekenen, zodat je na elk rondje meteen de uitkomsten hebt waarin je geïnteresseerd bent. Zoals die acceleratietijden.”

Behalve Puig rijdt ook 125cc-coureur Arie Molenaar met een boordcomputer. Het systeem wordt nog voortdurend uitgebreid en verbeterd. Sensoren voor de bandentemperatuur staan op het programma en Steeneveld is ook al bezig met draadloze uitlezing van de gegevens. Bij de volgende Grand Prix zullen de Aprilia's op het moment dat ze langs de pits huilen alle gegevens in een paar milliseconden naar de technici kunnen seinen. Ook is er net een schermpje gereed gekomen dat de volgende keer op de racemotoren kan worden gemonteerd en waarop de coureurs behalve hun rondetijd ook de temperatuur van voor- en achterband kunnen aflezen. De geheel gladde banden - slicks - moeten lekker warm zijn, want dan kleven ze beter aan het asfalt.

Sommige monteurs en coureurs staan nog wat onwennig tegenover de boordcomputer, maar de meesten zien er wel wat in. “We werken er nog maar kort mee,”, zegt Puig, “maar ik denk dat de computer een grote hulp kan zijn.” Ook Mar Schouten, chef-monteur van het Aprilia-team is tevreden. “Je hebt altijd het verhaal van de coureur, maar lang niet elke coureur is in staat goed te vertellen wat er met de motor aan de hand is. Vaak heb je ook je twijfels - is dat nu echt zo, denk je dan. Met die cijfers heb je tenminste zekerheid.”

In de caravan van Puig laat Willemse op een grotere computer zien wat er met de gegevens nog meer te doen is. Na het indrukken van een paar toetsen verschijnt er een grillige grafiek op het scherm. Het is een beeld van een rondje Assen. We kunnen zien hoe hard Puig na de Ossebroeken op de Strubben afstormde (220 km/u), met welke snelheid hij die haarspeldbocht nam (98 km) en hoe snel hij daarna op het lange rechte stuk langs de Veenslang raasde (259 km). Als Willemse op een paar andere knoppen drukt komt de curve van een eerder trainingsrondje in beeld. Hij loopt gelijk op met de vorige, maar vlak voor de Strubben ging Puig zo'n twintig kilometer langzamer. “Zie je dat”, zegt Willemse, “daar zat hij even mis.”