Trends in persoonlijke financiële planning

In het mei-nummer van haar nieuwe periodiek Perspekt stelt de ABN Amro dat financiële planning voor grotere particuliere vermogens in toenemende mate noodzaak is: "Zoals bij de bouw van een huis een goed ontwerp absolute voorwaarde is voor later prettig wonen, zo dient f.p. uitgangspunt te zijn voor geleide bezitsvorming en voor een adequaat beheer van inkomen en vermogen.'

Overigens gaat het niet alleen om vermogensbeheer, maar spelen fiscale, juridische en persoonlijke aspecten ook een grote rol. "Financiële planning vraagt om de attentie en discretie van een kleine organisatie, maar ook om de expertise waarover in het algemeen alleen gerenommeerde banken beschikken', zegt de bank, "onze pf-mensen beschikken over al die kwaliteiten.'

Dat lijkt goed nieuws voor mensen die maar wat aan knoeien met hun geld of er dedaigneus van uitgaan dat alles goed geregeld is. Op naar de bank voor een röntgenfoto van de gezinsbalans! Maar zo wijd staan de deuren niet open, want de bank spreekt, net als andere banken, tot aanzienlijke vermogens (zonder een bedrag aan te geven) en houdt daarmee iedereen die onder de grens van drie(?) ton zit buiten de deur.

Is die (luxe) discriminatie terecht? Bepaalt de omvang van je vermogen de behoefte aan of noodzaak van een grondige analyse en een degelijk plan van een deskundige? Laten we eens kijken naar het vermogen en andere zaken van een bekend type gezin.

Het gaat om een man en vrouw, gehuwd of samenlevend, met kleine kinderen. Beiden zijn rond de dertig jaar en werken in een vast dienstverband met voordelen als een pensioenregeling en de nodige verzekeringen. Zij willen een eigen huis van drie ton kopen en dat volledig met geleend geld betalen. Die wens heeft verstrekkende gevolgen voor hun huwelijksvoorwaarden of samenlevingscontract, testament, fiscale zaken, pensioenen en verzekeringen. Welke hypotheek? Hoe dek je het risico van overlijden in? En dan nog de persoonlijke aspecten. Blijf je allebei werken? Of trekt moeder/vader zich voor jaren terug uit het arbeidsproces om de kinderen op te voeden?

Dat zijn allemaal complexe en nauw samenhangende beslissingen die op het terrein van een financiële planner liggen. Maar een bank zet zijn pf-deskundigen liever in voor andere klanten dan het voorbeeldgezin. Dat heeft weliswaar allerlei bezittingen (huis, spaarverzekering, pensioenen) en schulden (hypotheek), maar per saldo is hun vermogen nihil en dus niet interessant voor de bank. In de praktijk, zeggen enkele bankmensen, zal iemand die om advies vraagt, niet geweigerd worden. Ook een bankmens is mens. Soms zal men misschien iets voor de dienst moeten betalen.

Waar kan men wèl zonder voorwaarden vooraf om raad vragen? Dat is ons land niet duidelijk. Je hoort en leest wel steeds meer over partijen in de financiële wereld die zich, bijna altijd vanuit hun specialisme, bezig gaan houden met persoonlijke financiële planning, maar zij zien dat niet als een hoofdtaak èn bron van inkomsten. Ze doen p.f.p. er bij. Voorbeelden: banken, vermogensbeheerders, notarissen en adviseurs in verzekeringen, pensioenen en hypotheken.

De Bredase pensioenconsulent Goedhart, reagerend op een eerder artikel in deze rubriek, ziet het als een hoofdtaak: "Ik heb er in september 1991 bewust voor gekozen om niet meer zelf in verzekeringen te bemiddelen. Gezien de provisiestructuur kan dit een objectieve advisering aan de cliënt in de weg staan. Vandaar dat ik mijn werkzaamheden nu verricht op basis van uur-declaratie.' Verder stelt hij dat "de meerderheid van de assurantie-tussenpersonen, traditioneel, verkopers zijn van verzekeringsprodukten.'

Het kan ook anders. Beter. Meer klant gericht. In Ierland bij voorbeeld nodigt de AIB-bank, de grootste van het land, haar klanten uit om een gratis financiële analyse uit te laten voeren door een consultant van de (dochter) verzekeraar Ark Life. Dat levert een rapport met bevindingen, tekortkomingen en aanbevelingen op. En zegt de bank: "Absolutely free of charge and no obligation whatsoever.'

De (spaar)bank First National Building Society, de tiende financiële instelling van Ierland, gaat nog een stapje verder en biedt via een levensverzekeringdochter een vergelijkbare adviesdienst aan iedereen die daar behoefte aan heeft. Dus ook aan niet-klanten.

Waarom wordt zo'n gratis dienst wèl in het met 3,5 miljoen inwoners dunbevolkte en minder rijke Ierland verstrekt en niet in Nederland?