Stembus indicatie populariteit Aylwin; Voor het eerst in twintig jaar kiest Chili democratisch lokale bestuurders

MEXICO-STAD, 27 JUNI. Een dag voordat het land naar de stembus gaat om zijn lokale bestuurders te kiezen, heerst in Chili boven alles verwarring. Het is voor het eerst in ruim twintig jaar dat de Chilenen weer op democratische wijze aan plaatselijke verkiezingen kunnen deelnemen. Het zijn morgen ook de eerste verkiezingen onder de democratische overgangsregering van president Patricio Aylwin en daarmee een belangrijke graadmeter voor de populariteit van de christen-democratisch-socialistische regeringscombinatie.

Maar uit opiniepeilingen die deze week nog werden gehouden, blijkt dat de acht miljoen stemgerechtigde Chilenen eigenlijk geen idee hebben op wie ze nu moeten stemmen. Van de meer dan tweeduizend kandidaten voor de posten van wethouder en burgemeester zijn slechts weinigen bekend bij de kiezers, zo blijkt onder andere uit enquêtes van het Centrum voor Studies van de Contemporaine Werkelijkheid (CERC). Volgens het CERC zullen de kiezers vooral op partijen stemmen, waarmee de indruk verder wordt versterkt dat het morgen vooral ook om een groot-uitgevallen populariteitspoll voor de regering-Aylwin gaat.

Het stembusproces in Chili geeft weinig blijk van de historische gebeurtenis die het zou moeten zijn. De verkiezingen wekken immers de verwachting dat er een grootschalige afrekening zal komen met de door de militaire junta in de tijd van Pinochet benoemde plaatselijke bestuurders. De nieuw-gekozen volksvertegenwoordigers in de 334 gemeentes vormen dan ook de voltooiing van het democratiseringsproces in Chili de afgelopen twee jaar.

Uit de enquête van het CERC blijkt weinig verrassend dat de belangrijkste coalitiepartner, Aylwins christen-democratische partij, de grote winnaar zal worden. Het CERC en andere opiniepeilers voorspellen dat tussen de 55 en 60 procent van de stemmen zal worden uitgebracht op de christen-democratische kandidaten. Vijfendertig procent van de stemmen zal naar de rechtse oppositie gaan en de rest naar de linkse opposanten, onder wie de communisten. In Chili wordt gerekend met een opkomst van zo'n 85 procent, wat laag is gezien het feit dat er stemplicht bestaat en de boetes voor het niet-stemmen kunnen oplopen tot zo'n 250 gulden.

Een dergelijke overwinning van de christen-democraten zal overigens niet betekenen dat zij dus ook de meerderheid krijgen in de plaatselijke besturen. Volgens de uit de tijd van Pinochet stammende kieswet kan dat alleen bij percentages van 64 of meer. Indien de nummer twee 34 procent of meer haalt, heeft deze partij recht op dezelfde hoeveelheid posten als de winnaar. Deze bepaling speelt de twee rechtse, Pinochet-gezinde partijen in de kaart. Van een grootscheepse afrekening met rechts zal morgen dan ook geen sprake zijn.

De verkiezingen morgen fungeren ook als een soort primary voor de presidentsverkiezingen die volgend jaar worden gehouden. De populaire president Aylwin heeft bedankt voor een tweede termijn, ook al willen velen de grondwet aanpassen om dit mogelijk te maken. Uit partijpolitieke overwegingen hoeft Aylwin het ook niet te doen. Zijn politieke kroonprins, senator Eduardo Frei - kleinzoon van het gelijknamige Chileense staatshoofd tussen 1964 en 1970 - is als de gedoodverfde kandidaat van de christen-democraten tevens de populairste potentiële opvolger van Aylwin.

De verwachte verkiezingsoverwinning van de christen-democraten morgen is overwegend te danken aan twee factoren. Als geen ander belichaamt president Aylwin de moeizame en traumatische overgang van dictatuur naar democratie in het land. Zijn politieke balanceerkunst, de beheerste, maar ferme wijze waarop hij de militairen bij tijd en wijle herinnert aan hun nieuwe plaats in de Chileense samenleving, en zijn grootvaderlijke uitstraling hebben Aylwin in de ogen van de meeste Chilenen tot de ideale overgangspresident gemaakt.

De tweede reden voor de populariteit van de christen-democraten is het sinds de democratische machtsovername van 1990 onverminderde succes van de Chileense economie, waarin steeds meer Chilenen delen. Ondanks het feit dat nog zo'n veertig procent van de Chilenen op of onder de armoedegrens leeft, daalt hun aantal gestaag.

Toch is er voor Aylwin en de zijnen reden voor grote bezorgdheid. Vooral in de afgelopen weken is vooruitlopend op het stembusproces van morgen een forse toename te zien geweest van het aantal aanslagen van ultra-linkse, terroristische splintergroeperingen. Afgelopen dinsdag raakte het gebouw in Valparaiso van het grootste landelijke dagblad, El Mercurio, beschadigd bij een bomaanslag. Andere aanslagen waren gericht tegen de kantoren van rechtse partijen, winkels en vestigingen van de telefoonmaatschappij. De aanslagen worden algemeen gezien als een poging de kiezers bij de stembus weg te houden en de regering van Aylwin in diskrediet te brengen. Een veelgehoorde klacht van de Chileense middenklasse is dat sinds het aantreden van de democratische regering de straten weer onveilig zijn geworden. Er lopen, dat is in elk geval waar, aanzienlijk minder uniformen rond dan ten tijde van generaal Pinochet.