Sensationele triomf van de Deense vrije jongens

GOTHENBURG, 27 JUNI. Al sinds de jaren tachtig hebben de Denen een bijzondere reputatie opgebouwd als de vrije jongens van het internationale voetbal. Maar Michael Laudrup, Morten Olsen, S⊘ren Lerby, Frank Arnesen, Preben-Elkjaer Larsen, Ivan Nielsen, Jan Heintze en Jan M⊘lby vergaten als legionairs in buitenlandse dienst hun inspanningen voor het Deense nationale elftal af te ronden met een internationale titel.

“We kregen altijd maar te horen dat we als jonge generatie te gemakzuchtig waren ingesteld. De kwaliteiten misten om een groot succes te behalen”, sprak Henrik Larsen na de grootste schok waar het internationale voetbal sinds lange tijd mee is geconfronteerd. Namelijk de 2-0 overwinning waarmee Denemarken zich gisteravond in de finale van het Europese kampioenschap voor landenteams in het Ullevi-stadion ontdeed van West-Duitsland. “Met alle respect voor de vorige generatie Deense internationals durf ik nu toch wel de vraag op te werpen: wat hebben zij eigenlijk gewonnen?”, genoot Larsen nog zichtbaar na in het pandemonium van feestvierende spelers.

“Ik begrijp op dit moment nauwelijks wat we hebben teweeg gebracht”, verklaarde Peter Schmeichel, bij Manchester United uitgegroeid tot één van de beste doelverdedigers ter wereld, die moeiteloos de bal over vijftig, zestig meter uitgooit. “We wisten dat dit de moeilijkeste wedstrijd zou worden die we ooit hebben gespeeld. Nog lastiger dan tegen Nederland omdat we in die wedstrijd in 120 minuten enorm veel kracht hadden verbruikt.” “Onze masseurs en doktoren hebben wonderen verricht”, vulde de Deense bondscoach Richard M⊘ller-Nielsen aan.

Vergeten in de euforie-stemming was dat de coach nog nauwelijks een maand geleden door een aantal van zijn eigen spelers als een tactische onbenul werd beschouwd, die bovendien nog onbegrijpelijk Deens sprak ook. Ongerust geworden Denen moesten door de voetbalbond worden overtuigd dat M⊘ller-Nielsen beslist geen Duitser was maar geboren en getogen is in West-Jutland.

Maar wat is wijsheid in een sport waarin Rinus Michels Ronald Koeman met het oog op het Europese kampioenschapverbiedt om de kampioenswedstrijd van Barcelona te spelen. Terwijl de Deense internationals in buitenlandse dienst zich op dat moment op het strand tegoed deden aan het produkt van hoofdsponsor Carlsberg. En de andere internationals zelfs vier dagen voor de eerste interland op het EK tegen Engeland nog competitie in Denemarken speelden.

De Duitse bondscoach Berti Vogts zocht in het aspect dat de Denen ongecompliceerd als underdog zowel tegen het favoriete Frankrijk, Nederland als Duitsland, hun wedstrijden hadden kunnen afwerken de sleutel tot het spectaculaire Deense succes. “Op het WK over twee jaar in de Verenigde Staten zal niemand Denemarken meer onderschatten”, hield de teleurgestelde Vogts zijn gehoor voor. Hij troostte zich maar met de gedachte dat Duitsland nog altijd Vize-Europameister is geworden. Vogts: “Denemarken heeft dit succes volledig verdiend. Want winnen van Frankrijk, Holland en nu ook Duitsland, ik zou als coach echt niet kunnen wat je meer zou moeten doen om de annalen in te gaan dat je de terechte Europese kampioen bent.”

Zelf stond zijn elftal stijf van de stress. Zelfverzekerd begonnen met een op de Deense doelman afstormende Brehme verkrampten de Duitsers volledig toen John Jensen al na achttien minuten vernietigend uithaalde op een een listig passje van Fleming Povlsen. Ideeënloos trachtte die Mannschaft een oplossing te vinden tegen de compacte Deense verdedigingslinie, waaruit Laudrup, Vilfort, Larsen, maar vooral de ongrijpbare Povlsen bij herhaling met snelle uitvallen de Duitsers voor schut zetten.

Vooral de spits van Borussia Dortmund, Povlsen, bezorgde de Duitse stopper Jürgen Kohler handenvol werk. Aan een fatsoenlijke opbouw kwam het elftal van Vogts dan ook nauwelijks toe. De ene voormalige Oostduitser (Sammer) werd door Vogts na rust weliswaar ingewisseld voor de andere (Doll), maar het gemis aan echte kwaliteit door de afwezigheid van de geblesseerde Matthäus en Völler brak de ploeg in de finale weer eens op.

Het siert Vogts echter dat hij daarin niet de verklaring zocht voor de nederlaag van zijn elftal. “We hebben ons door de Denen een spelletje op laten dringen dat we helemaal niet wilden”, aarzelde hij niet de onvolkomenheden in zijn elftal onder de loupe te nemen. “Met lange passes het middenveld overslaan is bepaald een on-Duits spelletje. Maar echt verrast ben ik niet door deze ontwikkeling. De Denen dreven op een golf van enthousiasme, verkeerden in euforie-stemming maar kunnen ook voetballen. Ik heb voor dit EK tijdens een oefenduel in Kopenhagen tussen Denemarken-GOS al kunnen constateren dat dit een veel sterkere ploeg is dan de meesten denken.”

Waarbij de vraag rijst of zijn spelers zich dat ook realiseerden. Aan de vooravond van de finale waren zij in de Duitse pers nogal wild tekeer getrokken tegen verwijten van oud-doelman Toni Schumacher, in hun ogen de grote vuilspuiter van de Duitse voetbalcoryfeeën uit het verleden die in columns en interviews in dag- en weekbladen hun gal spuwden over de huns inziens kwalitatief armoedige Duitse voetbalselectie in Zweden.

Schumacher, maar ook Briegel, Breitner en Rummenigge beoordeelden de Duitse spelers op het EK als voetballers zonder persoonlijkheid en weinig kwaliteit die het met de vaardigheid om een bal over drie meter te schoppen al tot multi-miljonair hebben gebracht. Het enige wat zij volgens Schumacher goed beheersen is videospelletjes op de televisie. “Wie zijn zij eigenlijk wel”, reageerde Jürgen Klinsmann furieus in de gedachte dat Duitsland na het WK ook deze finale wel even zou winnen. “We hebben in dit Duitse elftal gelukkig niet zulke types als zij in hun tijd hadden. Spelers die 25000 D-Mark op een avond vergokten met pokeren of zoals in Mexico in 1986 zelfs tegen in plaats van met elkaar speelden. Alsof dat zoveel niveau had. Wij hebben hier toch maar weer mooi in de finale gestaan.”

Klinsmann ging tegen Denemarken vooral de tweede helft voorop in het massale offensief dat de tegenstander alsnog tot capitulatie zou moeten dwingen. Een schitterende kopbal van hem werd door Schmeichel echter met een fantastische reflex uit het doel getikt. Maar de Denen vergaten niet hun verdediging te ontlasten met inponerende contra-attaques gesteund op een vlekkeloze individuele techniek.

Tien minuten voor tijd diende Vilfort het elftal dat zich vooraf zo superieur waande de genadeslag toe. Aanvoerder Andreas Brehme kon het nauwelijks uit zijn mond krijgen, hij repte als laatste poging de pijn enigszins te verzachten nog van “Deens geluk”, maar moest uiteindelijk toch erkennen. “Maar dat wil niet zeggen dat Denemarken onverdiend gewonnen heeft.”