Schilderijen van elf dubbeltalenten

Tentoonstelling: "Keuzemomenten van Dubbeltalenten', Stedelijk Museum Catharina Gasthuis, Oosthaven 9, Gouda. T/m 2 aug. Ma t/m za 10-17 u. Zon- en feestdagen van 12-17 u. Catalogus: ƒ 27,50.

“Als ik schrijf sta ik in een zin in de Gobi-woestijn, als ik schilder duurt dat vele arbeidsuren. Ik dien twee meesters, dat is duidelijk”, zegt Jan Cremer in de catalogus bij "de tentoonstelling Keuzemomenten van Dubbeltalenten' in het Stedelijk Museum Catharina Gasthuis in Gouda.

Hoe presenteer je een dubbeltalent? Van Dantzig & Lichtenveldt, adviseur in public relations en public affairs, die ter gelegenheid van hun vijfjarig bestaan de expositie in Gouda organiseerden, maakte zich wel makkelijk af van dit probleem. Alleen de beeldende kant van de elf deelnemende kunstenaars met een dubbeltalent komt met enkele werkstukken aan bod. Wie wil weten hoe het zit met hun andere talent moet de lappen tekst naast de kunstwerken maar lezen, want “hoe veelzijdig dubbeltalent functioneert in relatie tot beeldende kunst” wordt niet duidelijk bij het bezichtigen van de geëxposeerde werken, hoezeer de samenstellers ons ook van het tegendeel willen overtuigen.

Maar het is feest, dus wat doet 't er toe. Ex-cultuurminister Brinkman opende de tentoonstelling, ex-voetballer, columnist en schilder Jan Mulder schreef een vriendelijk woord in catalogus en Volkskrant en voor "een gevarieerd beeld' zorgden - naast Cremer - Herman Brood, Hugo Claus, Wim Jansen, Peter Klashorst, Hans van Manen, Wim T. Schippers, Moniek Toebosch, Alex Vermeulen, Jan Wolkers en Frans Zwartjes.

Veel mensen die een kunstenaar talent toedichten, bedoelen meestal dat hij of zij een goed vakman is. Rien Poortvliet heeft bijvoorbeeld talent. Zou Vincent van Gogh talent hebben gehad, dan was hij misschien nooit een groot schilder geworden.

Talent hoeft groot kunstenaarschap echter niet in de weg te zitten, zoals blijkt uit het meesterwerk met de titel "Dit is dus een doek van mij' van Peter Klashorst dat op de tentoonstelling uit een veel voller gecomponeerd doek blijkt te bestaan dan in de catalogus staat afgebeeld. Het stelt een stilleven voor met rock & roll muziekinstrumenten. “Het was eigenlijk een schilderij van iemand van de groep - Klashorst zelf speelt basgitaar - maar ik heb het gewoon afgemaakt.” Deze opmerking hoort bij het concept van de verwarringzaaierij. Hij is er in dit werk niet in geslaagd zijn talent over de volle breedte van het doek te verbergen, zoals hij dat meestal wel doet. Al zullen velen anders roepen; Klashorst is een geboren schilderstalent. Hij is zich misschien bewust van de nutteloosheid en het oppervlakkige om dat te demonstreren. Hij blijft naar openingen zoeken om de sterke fragmenten in zijn doeken te verpesten. Een soort omgekeerde Van Gogh eigenlijk, die juist oneindig veel moeite moest doen om het allemaal goed op het doek te krijgen. Het gaat niet zozeer om onbereikbare idealen als "knap' of "klunzig', maar om de verwoede pogingen die daartoe ondernomen worden.

Een ander hoogtepunt op de tentoonstelling - veel meer toppers zijn er trouwens niet - is het object "Whippersnapper' - druktemaker - van multi-talent Wim T. Schippers. Het bestaat uit een grote houten kist die aan een kant open is. Wanneer je de "Whippersnapper' nadert, word je opgemerkt door electronica. Een mechaniek treedt in werking dat een zwart laken - de inhoud van de kist - ongecontroleerde bewegingen laat maken, alsof er een vrijend paartje onder zit. Je kan er niet omheen: hier spookt ongetwijfeld een dubbeltalent.