Schandaal van het bloed wordt drama van de eeuw

PARIJS, 27 JUNI. Voor een rechtbank in Parijs is deze week een begin gemaakt met het proces over het "schandaal van het bloed'. Vier artsen staan terecht omdat ze verantwoordelijk worden geacht voor de verstrekking van met het HIV-virus besmet bloed aan hemofiliepatiënten, terwijl ze wisten dat dit vrijwel zeker ertoe zou leiden dat deze patiënten aids zouden krijgen. Het proces zal zeker een maand duren en geldt nu al als een unieke gebeurtenis in de Franse medische en juridische historie.

Niet bekend

Het “drama van de eeuw op het gebied van de (Franse) gezondheidszorg” speelde zich af in de jaren 1984-85. In 1983 werd in de Verenigde Staten vastgesteld dat het HIV-virus in bloed "gedeactiveerd' wordt door het bloed te verhitten. Het Franse Nationale centrum voor bloedtransfusie (CNTS), dat in Frankrijk een monopolie heeft, bleef echter niet-verhit bloed verstrekken. In de loop van 1985 kreeg het CNTS honderd procent zekerheid dat toediening van met HIV-virussen besmet bloed tot aids kan leiden en, belangrijker nog, dat de eigen voorraden alle met het HIV-virus waren besmet. Niettemin besloot de organisatie in juni van dat jaar om financiële redenen de bestaande voorraden op te maken. Pas in augustus werd formeel besloten dat voortaan alleen "verhit' bloed zou mogen worden toegediend.

De belangrijkste verdachte die voor de Parijse rechtbank terechtstaat, is dan ook de voormalige directeur van het CNTS, de 48-jarige Michel Garetta. Hem wordt bedrog - over de kwaliteit van een produkt - ten laste gelegd. Garetta kan op grond van een uit 1905 daterende wet tot maximaal vier jaar gevangenisstraf worden veroordeeld, evenals zijn belangrijkste assistent, Jean-Pierre Alain (43), een briljant medicus, die hoofd van de afdeling onderzoek bij het CNTS was. Allain wordt verweten dat hij niet een “systematische vraag naar verhit bloed in de medische wereld heeft uitgelokt”. Allain, die ook therapeutisch werkzaam was, zou voorts nagelaten hebben hemofiliepatiënten te informeren over het risico dat ze liepen.

Twee andere artsen worden verdacht van het “niet geven van hulp aan personen in gevaar”, een delict waarvoor ze tot maximaal vijf jaar gevangenisstraf kunnen worden veroordeeld. Het betreft Jacques Roux (69), voormalig directeur van gezondheid bij het ministerie van sociale zaken en volksgezondheid, en Robert Netter, voormalig directeur van het Nationale laboratorium voor gezondheid. Als hoogste ambtenaar reageerde Roux niet toen hij ervan op de hoogte werd gesteld dat de bloedprodukten waarover het CNTS in 1985 nog beschikte, met HIV waren besmet en toch aan hemofiliepatiënten werden toegediend. Netter, wiens laboratorium belast was met de controle van de kwaliteit van het bloed, zweeg eveneens. Netter kan tot zijn verdediging aanvoeren dat hij, ondanks herhaald aandringen, niet de middelen kreeg om systematisch bloed te onderwerpen aan HIV-testen.

Bij het begin van het proces betoogden sommige advocaten namens veertig slachtoffers van dit medisch-administratieve schandaal, dat de aanklacht "vergiftiging' zou moeten luiden, een misdrijf waarop veel zwaardere straffen staan. De officier van justitie wees dit af met de redenering dat de vier verdachten weliswaar “moreel maar niet in juridische zin” verantwoordelijk zijn voor de dood van de hemofilielijders die via bloedtransfusie aids kregen. In de overvolle Parijse rechtszaal waar het proces begon - inmiddels is een grotere zaal gevonden - lokte dit betoog heftige emoties en verontwaardiging uit.

De woorden van de officier deden denken aan de beruchte uitspraak van de minister van volksgezondheid die in 1984-'85 politiek verantwoordelijk was voor wat pas vorig jaar - na een onthullend artikel in een weekblad - het "schandaal van het bloed' zou worden. Georgina Dufoix, minister van sociale zaken en volksgezondheid, zei “verantwoordelijk, ja, maar ik voel me niet schuldig”. De toenmalige staatssecretaris van volksgezondheid, Edmond Hervé, thans burgemeester van Rennes, meent evenmin dat hem iets verweten kan worden. Hervé: “Mijn geweten is in vrede”.

Beide politici voeren aan dat ze “van niets wisten”. Georgina Dufoix, een vriendin van president Mitterrand die enkele maanden geleden aftrad als presidente van het Franse Rode Kruis, liet de portefeuille gezondheid geheel over aan haar staatssecretaris. En deze vertrouwde op zijn beurt geheel op zijn staf van persoonlijke medewerkers en de medische experts. In het vier jaar durende onderzoek van justitie dat aan het proces voorafging, is geen enkel document gevonden waaruit blijkt dat politieke leiding van het departement wist dat de hemofiliepatiënten besmet bloed kregen toegediend.

Het proces, dat volgende week wordt voortgezet met de eerste getuigenverhoren, zal dus in de eerste plaats het failliet van een medische bureacratie demonstreren, al zijn politiek relevante verrassingen niet uitgesloten. Hoe artsen de besmetting van honderden patiënten "organiseerden' (zoals Garretta verweten wordt) of daarbij lijdelijk toezagen, is de grote vraag die de Franse publieke opinie blijft bezighouden en waarover het proces mogelijk meer inzicht zal geven. Misschien krijgt een getuige gelijk, die onlangs in een weekblad werd geciteerd. Dokter Leibowitz, een hematoloog van een ziekenhuis in een Parijse voorstad, zei: “De medische zorg is geperverteerd door het idee dat de wetenschap een hoogste rechtvaardiging is. Maar de leidraad bij medisch handelen moet vooral niet de wetenschap zijn, maar de intentie om te behandelen.”