Nieuwe stap in steekspel om de macht over IJ-oevers

AMSTERDAM, 27 JUNI. Nog voor het reces aanbreekt en de hoofdstad in een bestuurlijke zomerslaap wegzinkt zijn de verhoudingen in het IJ-oever-project op scherp gesteld. Het deze week gepresenteerde "concept masterplan' voor de IJ-oevers en de kritiek hierop van de groep stedebouwkundig adviseurs is een nieuwe stap in het steekspel om de macht over de IJ-oevers.

Ondanks de diplomatieke bewoordingen vellen de gemeentelijke adviseurs een oordeel dat weinig ruimte laat voor twijfel: het "concept-masterplan' van de groep architecten onder leiding van Rem Koolhaas is te ambitieus, te groot en te weinig geïntegreerd met de rest van de binnenstad. Dat de nieuwe bebouwing anders zal zijn dan die van het historische centrum is toe te juichen, aldus de adviseurs, maar het contrast is nu zo “schematisch en extreem dat de ontwerpen zich in bepaalde gevallen moeilijk als reële stedelijke vormgeving laten opvatten”. Grover gezegd: een belangrijk deel van de plannen kan de prullenbak in.

Die boodschap lijkt een ruggesteuntje voor wethouder J. Saris (Groen Links), die het project namens het Amsterdamse bestuurscollege begeleidt. Saris bevindt zich in een oncomfortabele positie. Nog afgezien van zijn achterban die van ouds niets van grootschalige projecten moet weten, heeft de wethouder te maken met het spierballenvertoon van de institutionele investeerders die de IJ-oevers moeten financieren.

Als spreekbuis van de laatsten gold de afgelopen maanden J. van Rijs, directeur van Amsterdam Waterfront, de privaat-publieke financieringsmaatschappij die het IJ-oever project van de grond moet krijgen. Internationale Nederlanden en de gemeente zijn gelijk in Amsterdam Waterfront vertegenwoordigd. Niettemin heeft Van Rijs vooral kritiek geuit op de uitgangspunten voor de IJ-oevers, die vorig jaar door de gemeente werden geformuleerd. Vooralsnog zijn er volgens Van Rijs honderden miljoenen guldens tekort om alle plannen te realiseren.

Om dit gat te dichten heeft de AWF ideeën ontwikkeld die haaks staan op de oorspronkelijke uitgangspunten van de gemeenteraad. Ideeën die de grondslag vormen voor het "ruimtelijk scenario' zoals dat door Koolhaas is uitgewerkt. In de plannen verdwijnt de sociale woningbouw en is de "ondergrondse railverbinding' langs het IJ vervangen door een bovengrondse tram. De ranke torenflats op de zogenoemde landhoofden maken plaats voor massieve bebouwing en de hoeveelheid kantoorruimte wordt drastisch uitgebreid. Opmerkelijk is ook de "omgekeerde stationskap' die aan de IJ-zijde van het Centraal Station moet komen. Een kolossaal geval met een vloeroppervlakte van honderdduizend vierkante meter waar vooral openbare ruimtes als de bibliotheek gevestigd moeten worden.

Het zijn vooral deze punten die nu onder vuur worden genomen door een adviescommissie onder leiding van de internationaal gerenommeerde architect Ken Greenberg. De kritiek van de commissie is vooral zo pijnlijk, omdat het hele uitgangspunt wegslaat onder de plannen die door AWF zijn ontwikkeld. Het cosmopolitische, grootschalige en totaal eigen karakter van de IJ-oeverplannen sluit niet aan bij het historische stadcentrum, menen de adviseurs. En dat was nu juist niet de bedoeling.

Het "concept-masterplan' van Koolhaas en de kritiek van de adviseurs onder leiding van Greenberg worden maandag behandeld in een commissie-vergadering van de gemeenteraad. Saris heeft al aangekondigd het advies in hoofdlijnen over te nemen. De wethouder toonde zich al eerder geïrriteerd over de harde toon waarmee AWF-directeur Van Rijs publiekelijk de gemeentelijke uitgangspunten onderuit haalde. De gemeente bepaalt uiteindelijk wat er met de IJ-oevers gebeurt, verklaarde hij eerder strijdlustig.

Dat hier door de particuliere investeerders anders over wordt gedacht, laat zich raden. In de wereld van Internationale Nederlanden is het doorgaans degene met de vinger aan de knip die aan het langste eind trekt. De oorspronkelijke opzet van de AWF was dat de gemeente vroegtijdig rekening kon houden met de belangen van de financiers, terwijl de laatsten een deel van de publieke infrastructuur voor hun rekening konden nemen. Met de fundamentele kritiek over en weer lijken de partners verder van elkaar verwijderd dan ooit tevoren. Dit najaar presenteren gemeente en AWF hun definitieve plannen. Dan zal blijken welke publiekrechtelijke prijs de gemeente bereid is te betalen voor de privaatrechtelijke verlangens.