Nieuwe opheffingsnorm voor scholen vastgelegd

DEN HAAG, 27 JUNI. In gemeenten wordt het aantal vier- tot twaalfjarigen per vierkante kilometer de norm voor de stichtings- en opheffingsnormen in het onderwijs. De ministerraad heeft gisteren over deze normen overeenstemming bereikt.

Het wetsvoorstel "Toerusting en Bereikbaarheid' bevat een nieuw systeem van stichtings- en opheffingsnormen gekoppeld aan leerlingdichtheid per gemeente. Het vormt het sluitstuk in de jarenlange discussie over het basisonderwijs en wordt door staatssecretaris Wallage (onderwijs) naar de adviesinstanties gestuurd. Het is de bedoeling dat de wet op 1 augustus volgend jaar in werking treed.

De wet is gericht op schaalvergroting in het basisonderwijs. Het aantal scholen zal door de nieuwe opheffingsnomren naar schatting met ongeveer 1.360 verminderen.

De leerlingdichtheid per gemeente wordt de nieuwe opheffingsnormen kunnen dus per gemeente verschillen. De opheffingsnormen worden om de vijf jaar via een ministeriële regeling bijgesteld.

In drie gevallen kunnen scholen beneden de norm toch als zelfstandige school blijven bestaan. Is de school de laatste van een richting (bijvoorbeeld katholiek of protestant) binnen een straal van vijf kilometer hemelsbreed met ten minste vijftig leerlingen, dan kan de school beneden de norm toch blijven bestaan. Is de openbare school de laatste binnen twintig kilometer over de weg, dan hoeft de school niet te fuseren of te worden opgeheven.

De derde vrijstelling is als de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van één schoolbestuur 10/6 maal de opheffingsnormen bedraagt met een maximum van 290 leerlingen.