Milosevic en oppositie kruisen de degens weer

BELGRADO, 27 JUNI. Terwijl onder de bevolking de vrees voor zowel buitenlandse militaire interventie als een burgeroorlog binnen Servië toeneemt, maakt de Servische hoofdstad Belgrado zich op voor weer een nieuwe krachtmeting tussen de oppositie en de Servische president Slobodan Milosevic. Tussen de 200.000 en een miljoen demonstranten zou de bijeenkomst morgen in het centrum van de stad moeten trekken volgens DEPOS, het organiserende platform van oppositionele groeperingen. Eerdere betogingen tegen de Servische president trokken ten hoogste tienduizenden mensen. En even onzeker als over het aantal betogers, lijken de organisatoren over de te volgen tactiek, als Milosevic zondag niet onmiddellijk aftreedt.

Niets wijst erinmiddels op dat de Servische president daartoe bereid zou zijn. De staatstelevisie, zijn voornaamste steunpilaar, poogt de indruk te wekken alsof het bewind van de president en zijn ex-communistische partij SPS nog springlevend zijn. Milosevic' laatste stunt is het voorstel voor een confederatie tussen Servië (en Montenegro) en het NAVO-land Griekenland. “Servië en Griekenland - één staat”, zette een presidentsgetrouwe krant op de voorpagina, alsof deze vereniging al een feit zou zijn.

Dagelijks worden in het televisiejournaal telegrammen en verklaringen voorgelezen van groepen burgers die Milosevic steunen en hun ontstemming uiten over het drijven van de oppositie. De tegenstanders van de president worden daarin als een “vijfde kolonne” voorgesteld, die de vijanden van buiten, met name het Westen, helpen het Servische volk op de knieën te dwingen en in zijn “eer aan te tasten”. De studenten van Belgrado, al twee weken in actie tegen de president, beschuldigt de televisie ervan geld aan te nemen van de vijanden. Een overwinning van de oppositie, aldus een tv-commentator gisteren, zou automatisch de verovering door de Kroaten van delen van Servië betekenen.

Milosevic-gezinde burgers hebben in de provincie een "Patriottische Liga' opgericht. In deze tijden van nood en internationale isolatie, is de boodschap van de presidentiële propaganda, moeten Serviërs onderling solidair zijn, en niet door een presidentscrisis het land in “chaos” laten verzinken. Van een toegeven aan de eisen achter de VN-sancties tegen Servië en Montenegro kan inmiddels geen sprake zijn: Servië zou met de steeds verder escalerende oorlog in Bosnië niets te maken hebben. Milosevic veroordeelde gisteren luidkeels de bombardementen op Sarajevo en liet weten dat naar zijn mening de schuldigen - in de ogen van diplomatieke waarnemers direct aan hem ondergeschikte Servische politici in Bosnië - streng gestraft moeten worden.

Het propagandistisch geweld van de zijde van de overheid kan niet verhelen dat de steun voor de president zienderogen slinkt. 400 managers van Serviës grootste ondernemingen lieten gisteren per advertentie in de dagbladen weten, geen enkel heil te zien in een economisch functioneren onder de VN-sancties en beschuldigden het bewind van een volstrekt negeren van de komende economische katastrofe. Twijfel heeft ook een deel van de SPS bevangen: de meeste parlementsafgevaardigden bleven deze week weg van een stemming over een motie van wantrouwen tegen de regering , de jeugdorganisatie van de SPS steunt de demonstratie van morgen. De meeste intellectuelen, ook de meer nationalistisch geörienteerden, de Servisch-orthodoxe kerk en de meeste studenten gaan de afgelopen jaren voor in de agitatie tegen de Servische president.

Toch kost het moeite in Belgrado iemand te vinden die met optimisme kijkt naar de demonstratie van morgen, die zal worden gezegend door de Servisch-orthodoxe patriarch Pavle en toegesproken door troonpretendent Alexander Karadjodjevic, die vandaag definitief uit Britse ballingschap hoopt terug te komen in het land waaruit zijn vader in 1941 werd verdreven. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de president, zoals nog in maart 1991, het Joegoslavische leger bereid zal vinden met tanks tegen demonstranten op te treden. De nieuwe generatie officieren wil zich zoveel mogelijk buiten de politiek houden en de soldaten zijn zeker niet bereid op hun mede-Serviërs te schieten, menen waarnemers.

Maar anders ligt dat met de bewapende Serviërs uit Bosnië, die vrezen dat een machtswisseling in Servië de basis onder hun met geweld gevestigde “Servische republiek Bosnië-Herzegovina” zal wegslaan, de talrijke, meestal door onderwereldfiguren geleide privé-legertjes in Belgrado, en vooral de Milosevic-getrouwe Servische Radicale Partij van Vojislav Seselj die in het televisiejournaal al een aantal keren dreigende taal aan het adres van de “landverraders” van de oppositie kon laten horen.

Aan de andere kant kan ook de oppositie rekenen op gewapende aanhangers, want in Servië is tegenwoordig bijna iedereen gewapend. De oppositie hoopte twee weken geleden nog dat de 70-jarige schrijver Dobrica Cosic, door Milosevic uitgekozen voor het ambt van president van het nieuwe Joegoslavië, de Servische president tot een compromis of zelfs aftreden zou kunnen bewegen. Maar Cosic heeft zich inmiddels tot een trouw volger van Milosevic ontpopt. Blijft nog over de mogelijkheid van een krachtmeting, waarvan niemand weet hoe hij zal aflopen.