Met reces

NEDERLAND kan met vakantie. De Tweede Kamer discussieerde donderdagnacht in haar laatste zitting voor het reces over de aardbeving in Limburg, over vis, over Dodewaard. In snelle tien-minutendebatjes werden de restanten van nog openstaande problemen weggewerkt. De Tweede Kamer mag met vakantie. Er is weer een vergaderjaar voorbij, maar daar is ook alles mee gezegd. Over het dimlicht overdag is intensief gedebatteerd, maar hoeveel onderwerpen zijn er weer niet blijven liggen?

Tijdens de zomer van het vorige jaar stond het land in brand door de WAO-plannen van het kabinet. Bijna elf maanden later is de trieste conclusie dat er veel gesproken is, maar niets gebeurd. De wetsvoorstellen om de WAO te beperken zijn nog niet eens bij de Tweede Kamer ingediend, terwijl het de bedoeling was de maatregelen volgende week woensdag in te laten gaan. Nog steeds is het wachten op het advies van de Raad van State en de meest optimistische prognose is dat de voornemens per 1 juli van het volgende jaar kunnen worden geëffectueerd.

De WAO staat niet op zichzelf. Wie de politieke agenda overziet krijgt een gevoel van déjà vu. Het plan-Simons, vorig jaar goed voor veel rumoer, heeft nog steeds een onzekere toekomst. De discussie over criminaliteitsbestrijding draait de laatste weken om de duo-cel, waarmee de draad van vier jaar geleden wordt opgepakt. In de sector Nederland-en-de-wereld duikt met monotone regelmaat de voorgenomen reis van drie Nederlandse ministers naar Zuid-Afrika op. De ene keer gaan ze, de volgende keer niet en uiteraard wordt alles heroverwogen. De lijst kan moeiteloos worden uitgebreid met zaken als de minderheden, de hoge-snelheidslijn, de afslankingsoperatie, enzovoort. Een lijst die men herkent aan twee stappen vooruit, gevolgd door twee stappen achteruit. De vaderlandse politici nemen zich voor, adviseren, overwegen, adviseren nader, overwegen nader, besluiten in principe en heroverwegen. De een noemt dit verschijnsel de stroperige staat, de ander schaatsen in yoghurt. Maar niets verandert, er is immers consensus over het consensus-model.

DE GROOTSTE verandering in Den Haag betrof de behuizing van de Tweede Kamer. Hoe symbolisch, alleen het uiterlijk van de politiek veranderde. Het speelveld van het politieke debat bleef begrensd door regeerakkoord en informeel vooroverleg tussen bewindslieden en bevriende fracties. En de verambtelijking rukt intussen verder op. Wat dat betreft is de nieuwe vergaderzaal een eerlijke afspiegeling van de Nederlandse parlementaire democratie: de ambtenaren zitten tegenwoordig met de Kamerleden in de zaal.

Op het partijpolitieke vlak was er dit vergaderjaar 1991-1992 van alles aan de hand. De Partij van de Arbeid zit nog steeds in een crisis. Partijleider Kok moest vragen om een vertrouwensvotum, de partij kreeg een nieuwe voorzitter, en ten dele een nieuw programma, maar geen nieuwe kiezers. De peilingen wijzen op een halvering van de aanhang, waardoor de PvdA een instabiele factor blijft.

Nieuw is dat het CDA, de andere regeringspartij, sinds begin dit jaar ook met electorale tegenwind te maken heeft. Ook deze partij lijdt onder het slechte imago van het kabinet. Fractievoorzitter Elco Brinkman probeerde, bijvoorbeeld in zijn Texelse rede, het beeld wat mooier in te kleuren, maar na zijn definitieve aanwijzing als opvolger van premier Lubbers, is hij stiller geworden. Het CDA blijft staan op verlies, wat de animo bij deze partij om nog iets van de centrum-linkse coalitie te maken, niet zal vergroten. Botsingen, achterdocht en bijna-crises zullen het kabinet Lubbers-Kok blijven achtervolgen.

AAN DE KANT van de oppositie blijft D66 de winst opstrijken van de slechte uitstraling van het kabinet. Niet wegens de heldere alternatieven, want die zijn er niet echt. D66 trekt door de charmes van intellectuele twijfel.

De VVD zoekt het meer in aansprekende onderwerpen. De naam Bolkestein is inmiddels synoniem geworden voor minderhedendebat, terwijl hij zijn enthousiasme voor het verenigde Europa tempert. De kiezer heeft hem nog niet ruim beloond, maar de partij is in ieder geval uit het dal.

Alle politieke partijen maken zich op voor de naderende verkiezingen en houden zich derhalve in belangrijke mate met zichzelf bezig. Wat meer belangstelling voor fundamentele onderwerpen zou geen kwaad kunnen, zoals uit de VVD-aanpak blijkt. In de Tweede Kamer ontbreekt het wezenlijke en dus herkenbare debat, alleen de parlementariërs zelf kunnen daar verandering in brengen. Misschien brengt de zomerrust de nodige wijsheid.